De helft van de ouders trackt hun volwassen kinderen: waar houdt ouderlijke zorg op en begint controle?

Kon je vroeger gewoon de hort op zonder dat je ouders wisten wat je uitspookte, tegenwoordig is dat voor veel jongeren vrijwel onmogelijk: de helft van de ouders volgt hun volwassen kinderen via de smartphone. En het tegenstrijdige is dat ze daardoor helemaal niet gerustgesteld worden.

Meer precies: in een enquête gaf de helft van de Amerikaanse ouders aan de locatie van hun 18- tot 25-jarige kinderen regelmatig te controleren. Een kwart van hen geeft daarbij toe dat dit alleen maar tot meer angst en stress leidt.

De digitale navelstreng blijkt verrassend hardnekkig

Dat ouders jonge kinderen in de gaten houden, vinden de meeste mensen logisch. Die kunnen immers verdwalen of gewoon even kwijt zijn. Maar bij jongvolwassenen ligt dat natuurlijk anders. Die horen zichzelf te kunnen redden. Toch blijkt locatietracking inmiddels in veel gezinnen de normaalste zaak van de wereld.

Vooral ouders van 18- tot 20-jarigen maken gebruik van de functie. Ook worden dochters vaker gevolgd dan zonen. En voor veel gezinnen is het geen incidenteel hulpmiddel: meer dan twee derde van de ouders die tracken, heeft de functie permanent ingeschakeld.

Hoewel ze hun kind op elk moment kunnen volgen, zijn er specifieke situaties waarin ouders vaker kijken, bijvoorbeeld als hun kind laat op de avond nog onderweg is, zich op een onbekende locatie bevindt, gebruikmaakt van een taxi- of tijd doorbrengt met mensen die de ouders niet kennen.

Leestip: Het aantal jongeren met psychische problemen explodeert: een op de vijf zoekt hulp

Behoefte aan geruststelling

De belangrijkste motivatie? Gemoedsrust. De meeste ouders zeggen dat ze zich veiliger voelen als ze weten waar hun kind is en dat ze zo beter voorbereid zijn op noodsituaties. Ongeveer een op de vijf gebruikt de functie zelfs om te bepalen of het een geschikt moment is om te bellen. Maar niet iedereen heeft een duidelijke reden. Zo geeft 11 procent van de ouders die hun kind volgt toe dat ze eigenlijk niet precies weten waarom ze dat doen.

Het is ook helemaal niet zo goed om je kind constant te volgen. Volgens onderzoeker Sarah Clark kan constante toegang tot informatie een onverwacht neveneffect hebben. “Als ouders op elk moment de locatie van hun kind kunnen controleren, wordt het moeilijker om die verleiding te weerstaan, vooral als ze zich al zorgen maken.”

Veiligheid of privacyschending?

Vrijwel alle ouders die hun kind volgen, zeggen dat hun zoon of dochter daarvan op de hoogte is. Toch kreeg minder dan de helft van die jongvolwassenen daadwerkelijk de keuze om locatiedeling te weigeren.

Onder ouders die hun volwassen kind níét volgen, leeft juist veel weerstand tegen de technologie. Twee derde noemt het een inbreuk op de privacy. Ongeveer de helft denkt bovendien dat het de ontwikkeling van zelfstandigheid en verantwoordelijkheidsgevoel kan belemmeren. Dat raakt aan een fundamentele vraag: wanneer houdt ouderlijke zorg op en begint controle?

Volgens Clark wordt locatietracking in sommige gezinnen bijna als standaardinstelling gezien zonder dat er echt gesprekken over plaatsvinden. Juist dat gebrek aan duidelijke afspraken kan ervoor zorgen dat jongeren het gevoel krijgen dat ze voortdurend in de gaten worden gehouden. “Gezinnen hebben baat bij gesprekken over veiligheid, privacy en onafhankelijkheid”, benadrukt de onderzoeker.

Loslaten is de lastigste stap

Opvallend genoeg laat het onderzoek nog iets anders zien: de controle werkt vaak twee kanten op. Ongeveer de helft van de ouders zegt dat hun volwassen kind ook hún locatie kan zien. In 90 procent van die gevallen volgen beide partijen elkaar. Dat biedt volgens Clark een interessante kans voor reflectie. Ouders kunnen zich afvragen hoe het voelt als iemand anders altijd weet waar zij zijn. Die ervaring kan helpen om het gesprek met hun kind aan te gaan over grenzen en verwachtingen.

Want hoewel locatiedeling in bepaalde situaties nuttig kan zijn, beschikken jongeren tegenwoordig ook over andere manieren om zichzelf te beschermen. Veel van hen delen bijvoorbeeld tijdelijk hun locatie met vrienden als ze reizen, laat thuiskomen of een onbekende ontmoeten. Daarmee behouden ze zelf de regie over wanneer en met wie ze die informatie delen.

Het grootste risico schuilt dan ook niet in de technologie zelf, maar in de manier waarop die wordt gebruikt. Als ouders voortdurend meekijken, kunnen ze onbedoeld verantwoordelijkheden overnemen die juist bij volwassen worden horen. Want waarom ben je niet op je werk? Waarom zit je niet in de les? Waarom ben je niet bij die afspraak? Dat soort bemoeienis kan ertoe leiden dat jongvolwassenen minder eigenaar zijn van hun eigen leven. En juist dat leerproces van zelf plannen, fouten maken en problemen oplossen, vormt een essentieel onderdeel van volwassen worden.

Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Categorieën:

Bronmateriaal

"Safety or surveillance: Tracking of young adults" - Mott Poll Report
Afbeelding bovenaan dit artikel: cottonbro studio / Pexels

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd