Er zijn voorzichtige aanwijzingen gevonden dat de grote trap – één van de zwaarste vliegende vogels op aarde – actief zoekt naar planten met een geneeskrachtige werking.

En daarmee zou de grote trap (zie kader) een zeer zeldzaam voorbeeld kunnen zijn van een vogel die aan zelfmedicatie doet. Dat schrijven onderzoekers in het blad Frontiers in Ecology and Evolution.

Otis tarda (grote trap) is een indrukwekkende verschijning. Niet alleen vanwege de prachtige kleuren, maar vooral ook vanwege de omvang. Mannetjes kunnen wel meer dan een meter lang worden en een spanwijdte van bijna 2,5 meter bereiken. Hun gewicht kan oplopen tot 16 kilo, waarmee ze zich mogen rekenen tot de zwaarste vogelsoorten die er ondanks hun enorme gewicht nog steeds in slagen om te vliegen. De vrouwtjes zijn met een lengte tot 85 centimeter, een spanwijdte tot 190 centimeter en een gewicht tot 5 kilo overigens een stuk kleiner. En ook dat is bijzonder; er zijn maar weinig soorten waar de omvang van mannetjes en vrouwtjes zo sterk verschilt.

En nu lijken deze bijzondere vogels dus ook nog eens aan zelfmedicatie te doen. “Wij tonen aan dat grote trappen er de voorkeur aan geven om planten te nuttigen die chemische stofjes met antiparasitaire effecten herbergen,” aldus onderzoeker Luis M Bautista-Sopelana. “Grote trappen zoeken naar twee soorten planten die ook door mensen binnen de traditionele geneeskunde worden benut,” voegt collega Azucena Gonzalez-Coloma toe. “En wij tonen aan dat de ene plant stofjes herbergt die protozoa en wormen doodt, terwijl de ander ook stofjes tegen schimmels bevat.”

Het onderzoek
De onderzoekers baseren zich op een analyse van de uitwerpselen van grote trappen die in Spanje leven. Ze verzamelden in totaal 623 uitwerpselen van zowel mannetjes als vrouwtjes en bestudeerden deze onder een microscoop om vast te stellen welke planten de vogels gegeten hadden. Ze slaagden erin om 90 plantensoorten te identificeren. Van deze soorten was bekend dat ze in het leefgebied van de grote trap voorkwamen én dat de grote trap ze op het menu had staan. In dat opzicht waren er dus geen verrassingen. Wat echter wél verrassend was, was het feit dat twee van deze plantensoorten veel vaker door de grote trappen werden genuttigd dan je op basis van hun voorkomen in het gebied zou verwachten. Het gaat om Papaver rhoeas (grote klaproos) en Echium plantagineum (weegbreeslangenkruid). Deze twee planten doken ook nog eens met name opvallend vaak in de uitwerpselen van de grote trappen op wanneer die uitwerpselen uit het paarseizoen stamden. “Grote trappen selecteren grote klaprozen en weegbreeslangenkruid voornamelijk in het paarseizoen, wanneer hun energieverbruik het grootst is,” legt Bautista-Sopelana uit. “En mannetjes, die gedurende deze maanden een groot deel van hun tijd en energie spenderen aan het baltsen, hebben er een sterkere voorkeur voor dan vrouwtjes.”

Gezondheidseffecten
Een nader onderzoek naar de twee planten wijst erop dat beide soorten de vogels veel te bieden hebben. Zo zijn de zaden van de grote klaproos bijvoorbeeld rijk aan vetzuren. En ook het weegbreeslangenkruid biedt nuttige voedingswaarden. Maar daar blijft het niet bij; labexperimenten wijzen uit dat extracten van beide planten zeer goed in staat zijn om wormen en protozoa te doden of in ieder geval het leven zuur te maken. Ondertussen blijken extracten van het weegbreeslangenkruid ook nog eens schimmels te bestrijden.

Gezondheidsboost is welkom
Het wijst er héél voorzichtig op dat de vogels deze planten niet alleen aantrekkelijk vinden vanwege hun voedingswaarde, maar ook vanwege de gezondheidsvoordelen die deze te bieden hebben. Dat de gezondheid van de vogels wel wat hulp kan gebruiken, staat buiten kijf. Zo wijzen de onderzoekers erop dat de vrouwtjes het jaar rond in hetzelfde leefgebied vertoeven (en dus ook poepen). Daarmee wordt een ideale kweekbodem gecreëerd voor bijvoorbeeld wormen – die onder meer via de uitwerpselen vogels kunnen blijven besmetten. Een risico dat groeit wanneer ook de mannetjes zich tijdens het paarseizoen bij de vrouwtjes voegen (en dus ook aldaar gaan poepen). Die mannetjes zouden tijdens het paarseizoen sowieso heel kwetsbaar zijn, omdat de balts veel van hun lichaam vergt. “In theorie kunnen beide geslachten er voordeel bij hebben om tijdens het paarseizoen medicinale planten op te zoeken,” stelt Gonzalez-Coloma. “En mannetjes die planten nuttigen met daarin stofjes die ziekteverwekkers tegengaan lijken mogelijk gezonder, sterker en aantrekkelijker voor vrouwtjes.” Waardoor ze op de koop toe dus hun kansen op succes (en nageslacht) vergroten.

Al met al zien de onderzoekers in de grote trap een goede kandidaat voor zelfmedicatie. Of de vogel daar ook echt aan doet, is echter nog niet zo gemakkelijk vast te stellen, zo benadrukken ze. Dat vereist namelijk experimenten die met wilde vogels niet zo gemakkelijk uit te voeren zijn. Voor nu moeten we het dan ook doen met observaties die er voorzichtig op wijzen dat de grote trap aan zelfmedicatie doet. En de onderzoekers hopen daar nog meer observaties aan toe te kunnen voegen om zo meer zekerheid te krijgen over de vraag of de vogel de planten voornamelijk vanwege hun geneeskrachtige werking nuttigt. Zo willen ze bijvoorbeeld nog nagaan hoe vaak resten van de grote klaproos en weegbreeslangenkruid in de uitwerpselen van grote trappen, woonachtig in andere gebieden, voorkomen.