Met technologie ingrijpen in het klimaat, dat moet je niet willen, zeggen niet alleen veel klimaatactivisten, maar ook politici én wetenschappers. Waarom niet? “Zie het als een brandweerauto.”

Een groep wetenschappers is zelfs zo fel tegenstander van klimaatengineering dat ze een convenant hebben opgesteld, de Solar Geoengineering Non-Use Agreement. Daarin roepen ze de Verenigde Naties, nationale overheden en andere belanghebbenden op om te voorkomen dat klimaatengineering normaal beleid wordt om de opwarming van de aarde tegen te gaan. Ze doelen op technieken die zonlicht afremmen of weerkaatsen. Denk aan de aanmaak van wolken boven zee, die zonlicht tegenhouden, of kunstmatige stofdeeltjes in de stratosfeer, zoals we vorige week bespraken.

Onbekende impact
De wetenschappers noemen drie argumenten tegen deze klimaattechnologie. Ten eerste stellen ze dat de risico’s onvoldoende onderzocht zijn en ook nooit volledig bekend zullen worden. De impact varieert per regio en er zijn onzekerheden over de effecten op weerpatronen, de landbouw en de voedsel- en watervoorziening. Als je bijvoorbeeld wolken creëert boven zee, betekent dit dat neerslag ergens anders kan vallen dan zou gebeuren zonder deze wolkencreatie. Dit kan voordelen hebben: mogelijk valt er meer boven land, waardoor het minder droog wordt in bepaalde regio’s, maar het kan ook te nat worden. Voordeel van deze technologie, marine cloud brightening genaamd, is dat je het effect snel kunt waarnemen en de techniek ook direct kunt stopzetten als het resultaat ongewenst is.

CO2-reductie en bestuurbaarheid
Tweede argument van de wetenschappers is, dat speculatieve hoop op de toekomstige beschikbaarheid van dergelijke technologie overheden, bedrijven en mensen zelf minder gemotiveerd maakt om de CO2-uitstoot zo snel mogelijk naar beneden te brengen. Het kan een krachtig argument zijn voor de fossiele industrie, lobbyisten en klimaatontkenners om klimaatbeleid op de lange baan te schuiven.

De derde reden waarom klimaatengineering veel tegenstanders kent, is vanwege de onbestuurbaarheid ervan. De technologie heeft effect op de hele planeet. Alle landen moeten er dus mee instemmen. Ook de Verenigde Naties, de meest geschikte organisatie om dit te regelen, kan niet garanderen dat klimaatengineering effectief en eerlijk geregeld en gereguleerd wordt.

Brandweerauto
Herman Russchenberg, professor Atmosferisch Onderzoek aan de TU Delft, begrijpt de nadelen die de wetenschappers opsommen, maar ziet ook de noodzaak om naar andere oplossingen te kijken dan CO2-reductie, zegt hij in gesprek met Scientias.nl. “Ik ben voorstander van streng klimaatbeleid – we moeten heel snel naar negatieve emissies toe – want het gaat nu gewoon niet snel genoeg. Maar tegelijkertijd zie ik dat het niet gebeurt dus we moeten ons ook voorbereiden op een scenario waarin de aarde gewoon te warm is. Wat doe je dan? Ik maak altijd de vergelijking met een brandweerauto. Die hoop je nooit te hoeven gebruiken, maar je hebt hem wel graag in de buurt. Je wil dus met klimaatbeleid voorkomen dat er brand uitbreekt maar zolang we geen garantie hebben dat die brand niet zal uitbreken, moet je ook een brandweerauto ontwikkelen.”

Geen God
Voor veel mensen voelt het echter ongemakkelijk om zo in te grijpen in het klimaat. Ze spreken zelfs van ‘voor God spelen’. “Maar dat voor God spelen doen we natuurlijk altijd al. We hebben al grootschalig ingegrepen in het klimaat. Dat heeft het probleem veroorzaakt”, verklaart Russchenberg. “Dus je kunt nu niet het argument gebruiken dat het nu ineens niet meer mag. Nee, we moeten wel. Als het nodig is, is het nodig.”

Natuurlijk ziet de hoogleraar ook haken en ogen: “Wie bepaalt wanneer je welke techniek aan- en uitzet? Hoe ga je het wereldwijd organiseren? En het moet niet zo zijn dat we stoppen met de reductie van emissies, omdat we overstappen op deze techniek.” Dat zijn zaken waar we naar moeten kijken. “Maar we moeten het onderzoek, ook naar alle voor- en nadelen en ook naar alle ethische vragen en de vragen rond de bestuurlijke en politieke kant nu echt serieus gaan aanpakken want straks heb je de tijd niet meer.”

Foto: Rottadana / Getty

Paniek
Daar maakt Russchenberg zich zorgen over. “Afgelopen zomer was het heel heet. Wereldwijd waren er relatief veel hittegolven. We haalden overal in Europa de 40 graden. In Azië zaten ze tegen de 50 graden aan en ook in de VS was het veel te heet. Er waren moessons in Pakistan met grote overstromingen. Stel je voor dat dit soort zomers vijf keer achter elkaar voorkomt. Dan zullen mensen gaan smeken: geef ons alsjeblieft een techniek om de aarde af te laten koelen. Dan wil je op dat moment een goede afweging kunnen maken op basis van de kennis die je hebt en niet op basis van paniek, want dan neem je een verkeerd besluit.”

De hoogleraar pleit voor een tweeledig pad: de wereld moet zo snel mogelijk CO2-neutraal worden, maar in de tussentijd moet er ook techniek worden ontwikkeld om de aarde een handje te helpen, mocht het niet lukken. “Als je zegt: we gaan deze techniek niet ontwikkelen, dan laad je wel een hele grote verantwoordelijkheid op je schouders, want dan moet je er wel voor zorgen dat je klimaatbeleid lukt. En daar heb je geen garantie op. In het klimaatbeleid zit veel wensdenken. Er zit bijvoorbeeld een aanname in dat we na 2040 technologie hebben om CO2 uit de atmosfeer te halen maar die technologie moet nog ontwikkeld worden.”

Bovendien: hoe meer CO2 we nu nog in de lucht pompen, hoe meer er straks ook weer uit moet worden gehaald. “Daar zit een groot risico in. Laten we ons best doen om het te laten slagen, maar ook een zekere veiligheidsklep inbouwen in het systeem.”

Oneerlijke rekening
Russchenberg merkt ook dat tegenstanders bang zijn voor een zogenoemde techno-fix. “Ze zien klimaatverandering niet alleen als een sociaal-cultureel probleem, maar ook als een koloniaal probleem dat het rijke Westen heeft veroorzaakt, terwijl de Global South er het meeste last van heeft. En nu komt het Westen ook nog eens met zo’n techno-fix op de proppen om het probleem op te lossen waardoor ze vooral zelf niets hoeven te doen aan hun leefstijl of economie, want ze gaan gewoon door met het pompen van CO2 in de lucht. Dat is vaak de gedachte die erachter zit.”

De consequenties van de opwarming komen vooral voor rekening van de arme landen. “Die worden het hardst getroffen en hebben de minste middelen om ermee om te gaan. Dat is niet eerlijk. Tegen die achtergrond, speelt het. En dan is er nog die glijdende schaal waardoor je minder prikkels hebt om je klimaatbeleid uit te voeren.”

Stel je voor…
Maar volgens de hoogleraar gaan tegenstanders er echt ten onrechte van uit dat klimaatengineering in plaats komt van CO2-reductie. “Dat is totaal niet aan der orde. Het is altijd een oplossing naast heel strikt klimaatbeleid. Maar stel je voor dat we de technologie niet ontwikkelen: we hebben straks een wereld die 2,4 graden warmer is en we doen het niet, wat heb je dan voor schade? En stel, we doen het wel: wat gebeurt er dan? Die twee situaties moet je met elkaar vergelijken.” En dan zou het zomaar eens kunnen zijn, dat we heel dankbaar zijn voor een paar extra wolken die de bloedhete zon een klein beetje tegenhouden.