Een groep Europese onderzoekers heeft de schoonheid van 492 vlindersoorten vergeleken met hoeveel aandacht we geven aan het beschermen ervan. Wat blijkt: hoe mooier de vlinder, hoe meer we doen. De soorten die het hardst bedreigd zijn, vergeten we vaak.
Vlinders met felblauwe of gele vleugels en sierlijke staarten worden opvallend vaak bij naam genoemd in onderzoek en Europese natuurwetgeving. Bruine en minder opvallende soorten krijgen nauwelijks aandacht, zo blijkt uit het onderzoek, dat gepubliceerd is in het vakblad Current Biology.
De onderzoekers begonnen met een enquête online te zetten. Die liep meer dan drie jaar. Uiteindelijk beantwoordden 21.131 mensen uit 103 landen de vragen. Elke deelnemer kreeg negen vlinderfoto’s te zien en gaf voor elke foto een cijfer van 0 tot 10 op de vraag hoe mooi de vlinder eruitzag. De onderzoekers verzamelden zo ruim 171.000 beoordelingen van 4.442 foto’s van 492 Europese vlindersoorten.
De uitkomsten werden gecorrigeerd voor leeftijd, geslacht, opleiding, kleurenblindheid en zelfs de plek van de foto op het scherm. Ook het land van de deelnemers woog mee, want bijna driekwart van de respondenten kwam uit Italië.
Wat maakt een vlinder mooi?
Felle kleuren scoren tot niemands verrassing beter dan doffe. Ook langgerekte vleugels met staartjes doen het beter dan compacte. Ten slotte helpt een duidelijk contrast tussen voor- en achtervleugel, net als een rustig patroon in plaats van een druk gespikkeld geheel.
Met alleen die vorm- en kleurkenmerken konden de onderzoekers bijna twee derde van de verschillen in de schoonheidscijfers verklaren. Dat sluit aan bij een bekend idee uit de psychologie: beelden die je brein makkelijk verwerkt, vind je aangenamer.
Omdat vleugelpatronen sterk in de familie zitten, volgt de schoonheidsscore ook de stamboom. Dikkopjes en zandoogjes scoren structureel laag, aurelia’s en pages hoog.
Leestip: Vliegende drones opladen met een laserstraal: is het accuprobleem opgelost?
Van foto naar wetgeving
Daarna legden de onderzoekers de scores naast allerlei maten van menselijke aandacht: ze keken naar geüploade foto’s op Flickr en iNaturalist, Wikipedia-pagina’s en hun bezoekcijfers, het aantal wetenschappelijke publicaties, het aantal DNA-sequenties in genenbanken en of een soort wordt vermeld in het Verdrag van Bern uit 1979, de Europese Habitatrichtlijn uit 1992 en de LIFE-subsidieprojecten.
De mooiere soorten bleken oververtegenwoordigd in zowel het Verdrag van Bern als de Habitatrichtlijn. Die twee lijsten hangen samen: de Habitatrichtlijn beschermt 32 vlindersoorten, waarvan er 21 rechtstreeks uit het oudere verdrag komen. Wat in 1979 werd vastgelegd, werkt zo tot vandaag door in Europees natuurbeleid en in de geldstromen die eraan vasthangen.
Dat is verrassend. Dat vlinderliefhebbers liever een mooi exemplaar fotograferen, is niet zo gek. Dat diezelfde voorkeur terugkomt in wetgeving en onderzoeksbudgetten, is dat wel.
De Rode Lijst doet het anders
Bij de Europese Rode Lijsten van de IUCN, waarop de bedreigde soorten staan, zien de onderzoekers dat patroon niet terug. In feite zien ze het omgekeerde. In de lijst van 2025 zijn de bedreigde soorten gemiddeld minder mooi dan toeval alleen zou verklaren.
Dat komt vermoedelijk niet doordat de opstellers van die lijst bewust tegenwicht bieden, maar doordat dit nu eenmaal de biologische werkelijkheid is. Veel bedreigde soorten zijn donkere bergvlinders die het zwaar krijgen door klimaatverandering, of soorten met kleine, geïsoleerde populaties.
Een sluipweg via burgerwaarnemingen
Er is nog een mechanisme dat de onderzoekers verontrustend vinden. Waarnemingen die vrijwilligers doorgeven, maken intussen zo’n 80 procent uit van de gegevens in de grote internationale biodiversiteitsdatabank. Die cijfers worden gebruikt om te berekenen hoe wijdverspreid een soort is.
Een soort die zelden gefotografeerd wordt, lijkt dus zeldzamer dan hij is. Meestal klopt dat ook gewoon, maar het betekent wel dat een smaakvoorkeur op iemands telefoon uiteindelijk kan doorwerken in de officiële risico-inschattingen.
Wat de onderzoekers daarom bepleiten is bewustwording. Vlinders zijn ooit op de politieke agenda gekomen dankzij hun schoonheid en dat heeft een verschil gemaakt. Maar wie in 2026 nog altijd het meeste geld naar de fraaiste soorten stuurt, beschermt niet noodzakelijk de soorten die het het hardst nodig hebben.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Op zoek naar een nieuw thuis: vlinders verplaatsen zich massaal door de klimaatverandering en Deze invasieve plant verandert de kleur van vlindervleugels. Of lees dit artikel: Muggen lijken minder gevoelig te worden voor veelgebruikte insecticide.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

