De gemiddelde Nederlander kijkt tijdens kantooruren naar een sfeerloos industrieterrein. Hoe anders is het voor astronauten? De ruimtefoto van de week is het uitzicht van astronaut Jeffrey Hoffman tijdens de eerste Hubble-servicemissie in 1993.

De Hubble-telescoop is een ruimtetelescoop die inmiddels al ruim dertig jaar boven het aardoppervlak zweeft. De afgelopen decennia is de telescoop in totaal zes keer bezocht en/of onderhouden door astronauten. De eerste keer was in 1990 (STS-31) toen Hubble vanuit de spaceshuttle in een baan rond de aarde werd gebracht. De laatste keer was in 2009.

Hubble heeft een bril nodig
Kort na de lancering in 1990 ontdekten wetenschappers een probleem met Hubble’s spiegel. De telescoop was niet scherp te stellen en alle foto’s waren hierdoor minder goed dan verwacht. Uit een analyse bleek dat de spiegel in de verkeerde vorm was gepolijst. De afwijking zou niet meer dan tien nanometer moeten zijn, maar uiteindelijk bleek de buitenste rand 2.200 nanometer te vlak te zijn. De oorzaak van de fout: een verkeerd afgestelde nulcorrector. Een nulcorrector is een optisch instrument dat gebruikt wordt voor het testen van grote asferische spiegels. Een lens van deze nulcorrector bleek 1,3 millimeter naast de juiste positie geïnstalleerd te zijn en daardoor werd de spiegel verkeerd geslepen. Een kostbaar foutje.

Foutje hersteld
Tijdens de eerste servicemissie (ST-61) in 1993 installeerden astronauten twee gloednieuwe instrumenten: de Wide Field & Planetary Camera 2 (WFPC2) en de Corrective Optics Space Telescope Axial Replacement (COSTAR). Deze twee apparaten corrigeerden het probleem van de hoofdspiegel, waardoor astronomen en nog veel meer amateur-astronomen eindelijk konden genieten van haarscherpe ruimtefoto’s.

Zo maakte de Hubble-telescoop een jaar later de beroemde en inmiddels iconische foto van de zogenoemde pilaren van creatie, oftewel de gaszuilen in de Adelaarsnevel. In de decennia daarna volgden duizenden andere prachtige foto’s.

Kan James Webb in de ruimte gerepareerd worden?
Hoewel de Hubble-ruimtetelescoop is ontwikkeld om in de ruimte gerepareerd te worden, geldt dat niet voor de James Webb-telescoop. Deze ruimtetelescoop werd eind vorig jaar gelanceerd en start deze zomer met zijn wetenschappelijke observaties. Waar de Hubble-ruimtetelescoop zo’n 550 kilometer boven het aardoppervlak zweeft, is de afstand tot de James Webb-telescoop 1,5 miljoen kilometer. Het is voor astronauten onmogelijk om deze telescoop te bezoeken en een eventuele fout te herstellen. Je begrijpt na het lezen vast wel waarom de spiegels van James Webb vele keren opnieuw zijn getest en gecontroleerd en waarom de lancering de afgelopen jaren verschillende keren is uitgesteld.

Overigens wordt de Hubble-ruimtetelescoop ook niet meer gerepareerd. De servicemissie in 2009 was tevens de laatste onderhoudsbeurt. De komende jaren zullen naar verwachting steeds meer instrumenten uitvallen en ergens tussen 2028 en 2040 verbrandt de telescoop in de dampkring. Daarmee komt een eind aan een tijdperk.

De afgelopen decennia hebben ruimtetelescopen en satellieten prachtige foto’s gemaakt van nevels, sterrenstelsels, stellaire kraamkamers en planeten. Ieder weekend halen we één of meerdere indrukwekkende ruimtefoto uit het archief. Genieten van alle foto’s? Bekijk ze op deze pagina.