Dat jij nu een glaasje wijn kunt drinken, heb je mogelijk deels te danken aan het uitsterven van de dinosaurussen

Je beseft het misschien niet als je een glas wijn drinkt, maar dat dat überhaupt kan, komt mogelijk mede doordat de dinosaurussen zijn uitgestorven. Uit 60 miljoen jaar oude druivenpitten blijkt dat de druif zich pas na het dinotijdperk kon verspreiden over de wereld.

De fossiele zaden uit Zuid-Amerika, die 60 tot 19 miljoen jaar oud zijn, behoren tot de oudste ter wereld. “Dit zijn de oudste druiven die ooit in dit deel van de wereld zijn ontdekt en ze zijn maar een paar miljoen jaar jonger dan de oudste druiven die ooit aan de andere kant van de aardbol zijn gevonden”, zegt hoofdonderzoeker Fabiany Herrera van het Field Museum in het Negaunee Integrative Research Center in Chicago. “Deze ontdekking is belangrijk omdat het laat zien dat druiven zich na het uitsterven van de dinosauriërs pas echt over de hele wereld begonnen te verspreiden.”

Reset van het bos
Het komt zelden voor dat zoiets zachts als fruit als fossiel bewaard is gebleven, dus de kennis van oude vruchten is vaak gebaseerd op de zaden en pitten ervan. De oudste bekende druivenpitten zijn 66 miljoen jaar oud en komen uit India. Dat jaartal is natuurlijk geen toeval. Het is ongeveer tegelijkertijd met de inslag van een enorme meteoriet, waardoor veel soorten uitstierven. “We denken altijd aan de dieren, de dinosaurussen vooral, omdat die het zwaarst getroffen werden, maar de massa-extinctie had ook een enorme impact op planten”, zegt Herrera. “Het bos resette zichzelf op een manier die veel plantensoorten veranderde.”

De onderzoekers denken dat het verdwijnen van de dinosaurussen mogelijk heeft bijgedragen aan de enorme veranderingen in de bossen, schrijven ze in Nature. “Het is bekend dat grote dieren, zoals dinosaurussen, hun omringende ecosystemen veranderen. We denken dat grote dino’s die door het bos lopen waarschijnlijk bomen omverwerpen, waardoor de bossen opener blijven dan ze nu zijn”, zegt onderzoeker Mónica Carvalho van de University of Michigan. Dus zonder die grote beesten die de tropische bossen in Zuid-Amerika een beetje kort hielden, ontstond er een veel dichter bos met meer begroeiing ook laag bij de grond en een dicht bladerdak.

Buitenkansje voor de druif
En dat bood grote kansen voor de druif. “In ons fossielenbestand beginnen we rond deze tijd meer planten te zien, zoals druiven, die bomen als wijnranken gebruiken om rond omhoog te klimmen”, zegt Herrera. Daarnaast droeg de toename van verschillende vogels en zoogdieren in de jaren na de massale uitsterving waarschijnlijk ook bij aan de opkomst van de druif, door de verspreiding van de zaadjes.

Het bijzondere is dat een van de nieuwe gevonden pitten de oudste is op het westelijk halfrond. “Druiven hebben een uitgebreid fossielenbestand dat zo’n 50 miljoen jaar geleden begint, dus ik wilde er een ontdekken in Zuid-Amerika, maar het was zoeken naar een speld in een hooiberg”, zegt Herrera. Tot hij er in 2022 eentje ontdekte in zo’n 60 miljoen jaar oud gesteente. Het was niet alleen het eerste druivenfossiel uit Zuid-Amerika, maar ook een van de oudste ter wereld.

Negen nieuwe soorten
Na verder onderzoek in Zuid- en Midden-Amerika wisten de onderzoekers uiteindelijk negen nieuwe soorten te identificeren, allemaal afkomstig uit Colombia, Panama en Peru, en tussen de 60 en 19 miljoen jaar oud. Deze gefossiliseerde zaden vertellen niet alleen het verhaal van de verspreiding van de druiven over het westelijk halfrond, maar ook van de vele omzwervingen die de druivenfamilie heeft gemaakt. “Het fossielenbestand laat zien dat druiven een zeer veerkrachtige fruitsoort zijn. Ze zijn meermaals uitgestorven in Midden- en Zuid-Amerika, maar ze zijn er ook in geslaagd zich aan te passen en te overleven in andere delen van de wereld,” zegt Herrera.

Omdat onze planeet momenteel wordt getroffen door een massale uitsterving van soorten, zijn onderzoeken als deze waardevol, omdat ze patronen blootleggen over hoe biodiversiteitscrises zich voltrekken. “Maar wat ik verder leuk vind aan deze fossielen, is dat deze kleine, bescheiden zaadjes ons zoveel kunnen vertellen over de evolutie van het bos”, zegt Herrera.

Bronmateriaal

"Cenozoic seeds of Vitaceae reveal a deep history of extinction and dispersal in the Neotropics" - Nature
Afbeelding bovenaan dit artikel: Kai-Chieh Chan / Pexels

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd