Een nieuwe studie onthult de wetenschap achter die lieve kijkers. En daaruit blijkt dat we die onweerstaanbare blik zelf hebben gefokt.

Kun jij die bewonderende uitdrukking van je hond ook niet weerstaan als hij smeekt om wat lekkers? Een nieuwe studie onthult belangrijke anatomische kenmerken die zouden kunnen verklaren wat het koppie van je hond zo aantrekkelijk maakt. En de bevindingen zullen je wellicht verbazen. Want honden hebben de ‘puppy–ogen’ niet zelf uitgevonden. In feite zijn wijzelf de schuldigen.

Puppy-ogen
Iedereen die een hond heeft of er een heeft gehad, weet wat het is: puppy-ogen. Hierbij worden de wenkbrauwen opgetrokken, waardoor de ogen groter en kinderlijker lijken. En wie kan die blik nou weerstaan? Het opzetten van die schattige ogen blijkt inderdaad zijn vruchten af te werpen. Die onweerstaanbare puppy-ogen wekken namelijk een sterk verlangen bij mensen op om voor hen te zorgen en… te zwichten.

Extra spiertje
In een eerdere studie van dezelfde onderzoekers onthulden ze al dat honden – in tegenstelling tot wolven – over een extra spiertje boven de ogen beschikken. Dit spiertje stelt hen in staat om de wenkbrauwen op te trekken en puppy-ogen op te zetten. In de nieuwe studie gaan de onderzoekers een stapje verder. Want die lieve blik van onze viervoeter, die doet iets met ons. Het lijkt er dus op dat honden een manier hebben gevonden om op een ‘mensachtige’ manier te communiceren. Maar hoe is dat zo gekomen?

Anatomie
De nieuwe studie richt zich op de anatomie van kleine spieren die gebruikt worden om gezichtsuitdrukkingen te vormen. Deze spiertjes worden ook wel ‘mimetische spieren’ genoemd. “Alle zoogdieren die we kennen beschikken over mimetische spieren,” legt onderzoeker Anne Burrows in gesprek met Scientias.nl uit. “Deze bestaan deels uit snelbewegende vezels, de zogenaamde ‘fast twitch vezels’. De fast twitch vezels trekken snel samen, maar worden ook snel vermoeid. Dit is dan ook de reden dat we niet lang kunnen glimlachen tijdens familiefoto’s. Daarnaast hebben we ook ‘slow twitch vezels’. Deze trekken langzaam samen, maar zijn bestand tegen vermoeidheid.”

Studie
De onderzoekers vergeleken de verschillende vezels in de gezichten van zowel wolven als gedomesticeerde honden; twee soorten die nauw aan elkaar verwant zijn. Hoewel de precieze timing onduidelijk is, schatten wetenschappers dat wolven en honden zo’n 33.000 jaar geleden genetisch van elkaar zijn gescheiden. Dat is ook het moment waarop mensen selectief wolven begonnen te fokken; de eerste soort die ooit werd gedomesticeerd.

Gezichtsuitdrukkingen
Onderzoek naar hun mimetische spieren levert een interessant inzicht op. Uit de resultaten blijkt dat honden over meer fast twitch vezels beschikken dan wolven. Het hebben van meer fast twitch vezels zorgt ervoor dat het gezicht ‘flexibeler’ is, waardoor ze dus gezichtsuitdrukkingen kunnen vormen. Daarnaast maken ze snelle, maar kleine beweginkjes mogelijk, zoals het optrekken van de wenkbrauwen – hallo puppy-ogen. En dit zou zomaar eens de reden kunnen zijn dat honden zo goed in staat zijn om met mensen te communiceren. “Mensen kunnen bliksemsnel gezichtsuitdrukkingen vormen,” stelt Burrows. “Dat komt deels door de dominantie van fast twitch vezels. Doordat honden er daar ook veel van hebben, kunnen ze met ons communiceren op een manier die vergelijkbaar is met hoe onze eigen spieren samentrekken. In wezen ‘spiegelen’ honden bijna menselijke gezichtsuitdrukkingen.”

Het gezicht van een wilde grijze wolf, een gedomesticeerde Golden Retriever en een mens. Onder zie je de bijbehorende weefselmonsters van de mondkringspier. Op de foto’s gebruiken de mens en de hond allebei actief deze spier (let op de opstaande lip van de hond, die een glimlach nabootst). Ook onthullen de weefselmonsters veel overeenkomsten tussen honden en mensen die waarschijnlijk bijdragen aan de flexibiliteit van het gezicht in vergelijking met wolven. Afbeelding: Anne Burrows, Duquesne University

Domesticatie
Dat honden pas nadat ze zich van wolven afscheidden over meer fast twitch vezels zijn gaan beschikken, betekent volgens de onderzoekers dat de mens bij dit proces betrokken moet zijn geweest. Sterker nog, Burrows vermoedt dat mensen hebben bijgedragen aan het vermogen van honden om gezichtsuitdrukkingen te vormen door duizenden jaren selectief fokken. “Tijdens het domesticatieproces hebben mensen mogelijk honden gefokt op basis van gezichtsuitdrukkingen die vergelijkbaar zijn met die van henzelf,” legt ze uit. “In de loop van de tijd zijn de mimetische spieren van honden geëvolueerd, waardoor ze meer fast twitch vezels kregen, wat de communicatie tussen honden en mensen verder ten goede kwam.” Overigens is het volgens Burrows onwaarschijnlijk dat mensen uit het Paleolithicum hier heel bewust op fokten. “Ik denk dat ze gewoon langer honden in de buurt hielden met aangename gezichtsuitdrukkingen,” stelt ze.

Dieper inzicht
De bevindingen uit de studie geven een dieper inzicht in de rol die gezichtsuitdrukkingen spelen in de communicatie tussen mens en hond. Het verklaart enigszins waarom honden – in tegenstelling tot andere zoogdieren – in staat zijn om een wederzijdse band op te bouwen met mensen en onze blikken te beantwoorden. “Dit is iets wat we niet waarnemen tussen mensen en andere gedomesticeerde zoogdieren, zoals paarden en katten,” aldus Burrows. “Dat heeft er waarschijnlijk mee te maken dat we al meer dan 30.000 jaar met honden omgaan; veel langer dan met andere huisdieren zoals de geit (ongeveer 8.000 jaar geleden gedomesticeerd) en de kat (ook 8.000 jaar geleden). Het is duidelijk dat mensen honden niet hebben gedomesticeerd om ze vervolgens op te kunnen eten, maar juist om samen op te trekken.”

Al met al suggereert de studie dat het hebben van veel snelle spiervezels mogelijk heeft bijgedragen aan het vermogen van honden om effectief met mensen te communiceren. Maar dat niet alleen. “Misschien is de belangrijkste implicatie wel dat het ons inzicht geeft in wat vroege mensen, die ongeveer 40.000 jaar geleden leefden, waardeerden,” zegt Burrows. “Ze wilden een hond die een metgezel voor hen zou zijn en kon helpen bij verscheidende taken, zoals jagen. Het vertelt ons ook dat er veel gaande is in onze band tussen mens en hond waarvan we ons misschien niet bewust zijn als we in de ogen van onze hond staren. Honden zijn hier om onze metgezellen te zijn, met ons te communiceren en ons te steunen. We zouden hetzelfde maatje voor onze honden moeten zijn!”