Zee-ijs beschermde Groenlandse walvissen op sommige plekken tegen walvisvaarders. Het effect daarvan is nog steeds te zien.
Eeuwen geleden trokken walvisvaarders het Noordpoolgebied in. Ze waren op zoek naar Groenlandse walvissen: grote zeezoogdieren met een dikke laag spek. Van dat spek werd olie gemaakt. Die olie was belangrijk voor machines en voor de verlichting van fabrieken. Voor de walvissen had die jacht enorme gevolgen: hun aantallen kelderden keihard, waardoor de soort bijna uitstierf.
Een nieuw internationaal onderzoek, geleid door de University of Adelaide, laat nu zien dat niet elke populatie even zwaar werd getroffen. Sommige groepen Groenlandse walvissen hadden geluk: hun leefgebied lag achter grote stukken zee-ijs. Voor walvisvaarders waren die gebieden vaak heel riskant om te bereiken. Daardoor ontstonden er als vanzelf plekken waar walvisvaarders nagenoeg nooit kwamen.
Leestip: AI maakt de zoektocht naar walvisgezang plots een stuk makkelijker
Volgens de onderzoekers verklaart dat waarom sommige populaties Groenlandse walvissen beter herstellen dan andere. Vooral de populaties bij Alaska en West-Groenland laten herstel zien. De populaties nabij Oost-Groenland en in de Zee van Ochotsk doen dat veel minder.
Volgens het team lijkt dat verschil dus niet alleen te maken te hebben met het huidige klimaat of met veranderende oceanen, zoals sommige wetenschappers in het verleden hebben geopperd. Het heeft ook te maken met wat er eeuwen geleden daar gebeurde. Het onderzoek is te vinden in PNAS.
Oude logboeken
De onderzoekers keken voor het onderzoek naar historische bronnen. Ze analyseerden de logboeken van meer dan 700 Britse en Amerikaanse walvisvaartreizen. In die logboeken stond waar schepen voeren, wanneer ze daar waren en hoe succesvol de jacht was. Met die gegevens konden de onderzoekers reconstrueren hoe de walvisjacht zich vanaf het einde van de achttiende eeuw door het Noordpoolgebied verspreidde.
Hun conclusie: die verspreiding verliep in een razend tempo. Zo laat professor Damien Fordham van de University of Adelaide weten: “We ontdekten dat de walvisjacht aan het einde van de achttiende eeuw snel door het Noordpoolgebied trok. Walvisvaarders bereikten binnen een eeuw bijna alle leefgebieden van de Groenlandse walvis, behalve de meest geïsoleerde gebieden.”
Die geïsoleerde plekken bleken belangrijker te zijn dan gedacht. Ze werden dikwijls beschermd door zee-ijs en functioneerden daarom als een soort van ‘natuurlijke schuilplaats’. Populaties waarvan de voorouders in zulke gebieden leefden hadden namelijk minder te maken met de walvisvaart. Daardoor stortten ze waarschijnlijk minder erg in. Volgens Fordham kan dat verklaren waarom ze zich nu beter kunnen herstellen.
Walvisvaart
Het onderzoek laat ook zien hoe groot de impact van de walvisvaart was. Volgens hoofdonderzoeker Nicholas Freymueller begon de commerciële jacht op Groenlandse walvissen al in de zestiende eeuw nabij de kusten van Newfoundland en Labrador, Canada. Later breidde de jacht zich dus uit naar delen van het Noordpoolgebied. Toen Britse en Amerikaanse walvisvaarders zich er in de achttiende eeuw ook mee gingen bemoeien, nam de jacht sterk toe in omvang.
Hoewel de commerciële jacht in het begin van de twintigste eeuw stopte zijn de gevolgen ervan dus nog steeds zichtbaar. Groenlandse walvissen leven heel lang en planten zich langzaam voort. Daardoor kan het eeuwen duren voordat herstel zichtbaar wordt. Dat maakt het onderzoek ook belangrijk voor natuurbeschermers. Het laat zien dat ze niet alleen naar de problemen van nu moeten kijken; ook schade gedaan in het verleden telt mee.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook De Baai van San Francisco blijkt extreem gevaarlijk te zijn voor grijze walvissen en PFAS-beleid lijkt te werken: walvissen hebben er veel minder van in hun lichaam (maar er is een kanttekening) . Of lees dit artikel: Opwarming dwingt Noord-Atlantische walvissen tot een nieuw menu .
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


