Het is voor het eerst dat onderzoekers ontdekken dat schijnbaar ook Californische condors zich op deze bijzondere manier kunnen voortplanten.

Het is een buitengewone ontdekking: condors die zich maagdelijk kunnen voortplanten. Hoewel het een bekend verschijnsel is en er meerdere diersoorten zijn die deze tactiek erop nahouden, is dit de eerste keer dat ‘parthenogenese’ bij Californische condors is vastgesteld. “Dit is echt een geweldige ontdekking,” aldus onderzoeker Oliver Ryder.

Meer over Californische condors
De Californische condor is een erg indrukwekkende vogel die een enorme omvang kan bereiken. Een volwassen condor kan bijvoorbeeld wel een spanwijdte hebben van drie meter. De meeste tijd brengen ze al zweven door, waarbij het dier op zoek is naar kadavers om te eten. De Californische condor is helaas één van de meest bedreigde diersoorten ter wereld. In december van 2015 leefden er bijvoorbeeld nog maar 435 wereldwijd. In 1987 waren dat er nog minder; slechts 22. De overheid van de Verenigde Staten heeft in 1987 drastische maatregelen genomen om dit dier te redden. Alle wilde condors werden gevangen om ze in gevangenschap voort te laten planten. Vanuit gevangenschap zijn er vervolgens weer dieren in het wild vrijgelaten. Dit heeft ertoe geleid dat de aantallen weer gestaag toenemen.

Parthenogenese is een verschijnsel dat vrouwtjes jongen kunnen voortbrengen zonder dat er een mannetje aan te pas komt. De maagdelijke vrouwtjes leggen spontaan eitjes of baren jongen. Bij parthenogenese zijn de nakomelingen dan ook volledig genetisch identiek aan de moeder. Hoewel dit fenomeen bekend is bij biologen, komt het onder vogels eigenlijk maar zelden voor. Er zijn slechts een aantal gevallen bij gedomesticeerde vogels bekend. Zo bevestigden studies in 1965 en 1968 parthenogenese bij kalkoenen en in 1924 en 2008 merkten wetenschappers hetzelfde op bij vinken en huisduiven, hoewel de eieren in het laatste geval uiteindelijk niet uitkwamen.

Condors
Maar nu kunnen we nog een vogelsoort aan het prestigieuze rijtje toevoegen: Californische condors. Onderzoekers hebben namelijk ontdekt dat twee kuikens, geboren in 2001 en 2009, uit de onbevruchte eieren gelegd door twee verschillende moeders zijn gekropen. De onderzoekers kwamen tot deze wonderlijke ontdekking nadat ze biologische monsters van de kuikens hadden geanalyseerd en genetisch hadden getest. Het onderzoek bevestigde dat de kuikens alleen verwant waren aan de moeder en niet aan een mannetje.

Genetische studie
“We waren niet eens op zoek naar bewijs van parthenogenese,” vertelt Ryder. “We liepen er eigenlijk gewoon tegenaan. We kwamen erachter vanwege normale genetische studies die we uitvoeren om afstamming te bewijzen. Onze resultaten toonden vervolgens aan dat beide eieren de verwachte mannelijke ZZ-geslachtschromosomen bezaten, maar alle markers waren alleen geërfd van hun moeders, wat onze bevindingen bevestigt.”

Mannetjes in de buurt
Het verhaal wordt nog een tikkie eigenaardiger. Want normaal gesproken wordt parthenogenese namelijk alleen gezien bij vrouwtjes die niet door mannetjes vergezeld worden. Maar in het geval van de Californische condors waren er wel degelijk vruchtbare mannetjes in de buurt. Beide vrouwtjes hadden ook al met hun partners talloze nakomelingen voortgebracht. Zo had het ene vrouwtje elf nakomelingen. Het andere vrouwtje vormde daarnaast al meer dan twintig jaar een koppel met een vruchtbaar mannetje. Samen hadden ze maar liefst 23 kuikens voortgebracht. Dit paartje reproduceerde zelfs nog twee keer na de parthenogenese. Het is dan ook voor het eerst dat onderzoekers ontdekken dat ook vogels die vergezeld worden door vruchtbare mannetjes zich maagdelijk voortplanten.

Waarom de twee dames zich maagdelijk voortplantten, is nog een raadsel. “In tegenstelling tot eerdere gevallen kunnen deze twee gebeurtenissen niet verklaard worden door de afwezigheid van een geschikt mannetje,” merkt onderzoeker Cynthia Steiner op. Onderzoek gaat dan ook door, niet op de laatste plaats omdat de ontdekking aanzienlijke demografische implicaties kan hebben. In vervolgstudies hopen de onderzoekers dan ook meerdere parthenogenetische gevallen aan het licht te brengen. “Deze bevindingen roepen nu vragen op of parthenogenese ook ongemerkt bij andere soorten kan voorkomen,” besluit Ryder.