Dankzij een vies, slijmerig goedje, kunnen bruinwieren elk jaar bijna het equivalent aan de jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen van Duitsland langdurig in de oceaan opslaan.

Bruinwieren zijn werkelijk wonderplanten. Ze kunnen namelijk als geen ander koolstofdioxide (CO2) uit de lucht opnemen. Ze zijn hier zelfs beter in dan bossen! Bruinwieren spelen daardoor een beslissende rol in de samenstelling van de atmosfeer en zijn essentieel voor ons klimaat. Maar… wat gebeurt er eigenlijk met al die CO2 nadat de algen het hebben verorberd?

CO2
We weten dat algen CO2 uit de atmosfeer absorberen. Vervolgens gebruiken ze de koolstof om te groeien. Ongeveer een derde van de koolstof die ze opnemen, geven ze vervolgens weer af aan het zeewater, bijvoorbeeld in de vorm van suikerachtige uitscheidingen. Afhankelijk van de structuur van deze uitscheidingen, wordt het of snel door andere organismen opgenomen, of zinkt naar de zeebodem.

De oceaan: een belangrijke koolstofput
Wanneer CO2 wordt opgeslagen, levert het – tijdelijk of permanent – geen bijdrage meer aan klimaatverandering. We spreken in dit geval ook wel over een koolstofput. Bosrijke gebieden en soortgelijke ecosystemen worden beschouwd als één van de belangrijkste koolstofputten van onze planeet. De grootste koolstofput op aarde is de oceaan. Bijna veertig procent van de CO2 die sinds de industriële revolutie door verbranding van fossiele brandstoffen in de atmosfeer terecht is gekomen, is door de oceaan opgenomen.

In een nieuwe studie hebben onderzoekers de suikerachtige uitscheiding van de blaaswier (een bruinwiersoort) onder de loep genomen. “Dit is een hele complexe substantie en daarom ongelofelijk ingewikkeld om te bestuderen,” vertelt onderzoeker Hagen Buck-Wiese. “We zijn er echter in geslaagd een methode te ontwikkelen om het toch in detail te analyseren.”

Fucoidan
Met behulp van de geavanceerde methode ontdekten de onderzoekers een scala aan stoffen in de suikerachtige uitscheiding. Maar de zogenaamde fucoidan, een slijmerige stof, trok de meeste aandacht. “Fucoidan vormt ongeveer de helft van de uitscheiding van het blaaswier,” vertelt Buck-Wiese.

Blaaswier (Fucus vesiculosus) is een bruinwiersoort uit het geslacht Fucus en wordt zo’n 30 centimeter groot. Je vindt het vooral langs de kust, vastgeplakt aan rotsen. Blaaswier dankt zijn naam aan de kenmerkende, bolvormige gasbellen die voor zijn drijfvermogen zorgen en duidelijk zichtbaar zijn op deze foto. Afbeelding: Hagen Buck-Wiese/Max Planck Institute for Marine Microbiology

De onderzoekers ontdekten dat fucoidan een vrij ‘recalcitrant’ molecuul is. “Het is zo complex, dat andere organismen het moeilijk kunnen opnemen en gebruiken,” zegt Buck-Wiese. “Niemand lijkt er echt gek op.”

Helpers
Kortom, bruinwieren halen CO2 uit de lucht en maken er iets heel smerigs van, fucoidan om precies te zijn. En omdat weinig organismen dit lusten, komt de koolstof uit het slijmerige goedje niet snel terug in de atmosfeer. “Dit maakt bruinwieren bijzonder goede helpers bij het verwijderen van atmosferische CO2,” concludeert Buck-Wiese. “En dat voor de echt lange termijn, denk aan honderden tot duizenden jaren.”

Productief
Bruinwieren blijken bovendien opmerkelijk productief. Naar schatting absorberen ze ongeveer 1 gigaton (een miljard ton) CO2 per jaar uit de lucht. Rekening houdend met de nieuwe resultaten, betekent dit dat er dankzij fucoidan op de lange termijn jaarlijks 0,15 gigaton koolstof (wat overeenkomst met 0,55 gigaton koolstofdioxide) door bruinwieren in de oceaan wordt vastgelegd. Ter vergelijking: de jaarlijkse uitstoot van broeikasgassen van Duitsland bedraagt momenteel ongeveer 0,74 gigaton kooldioxide.

De bevindingen duiden erop dat bruinwieren weleens een belangrijk wapen zouden kunnen zijn in onze strijd tegen klimaatverandering. Omdat ze zo goed CO2 uit de mondiale kringloop kunnen halen, kunnen ze mogelijk een belangrijk steentje bijdragen aan het vertragen van de opwarming van de aarde. De onderzoekers zijn van plan nu ook andere bruinwieren aan een nadere inspectie te onderwerpen. “Het grote potentieel van bruinwieren in onze strijd tegen klimaatverandering moet absoluut verder worden onderzocht en benut,” besluit Buck-Wiese.