NASA bevestigt dat het wrakstuk toebehoort aan de spaceshuttle die in 1986 slechts luttele seconden na lancering explodeerde. Alle zeven inzittenden kwamen daarbij om het leven.

Documentairemakers zijn voor de kust van Florida op een groot brokstuk van ruimteveer Challenger gestuit. Eigenlijk waren ze op zoek naar een vermist vliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog, maar zagen in plaats daarvan op de zeebodem een ander door de mens gemaakt object. NASA bevestigt na het zien van de beelden dat het gaat om de resten van de Challenger. “Challenger en haar bemanning leven voort in de harten en herinneringen van zowel NASA als de natie,” zo reageert Janet Petro, directeur van het Kennedy Space Center, op de vondst.

Het ongeluk
28 januari 1986 staat bij velen in het geheugen gegrift. Tijdens de tiende missie van ruimteveer Challenger zouden er een communicatiesatelliet en twee kleine satellieten voor het Amerikaanse ministerie van defensie in een baan om de aarde worden afgezet. Maar in de ruimte kwam het vaartuig nooit aan. Slechts 73 seconden na lancering viel de Challenger uit elkaar. Alle inzittende astronauten komen daarbij om het leven. “Voor miljoenen mensen over de hele wereld, waaronder ikzelf, voelt 28 januari 1986 nog steeds als de dag van gisteren,” aldus NASA-baas Bill Nelson. “Hoewel het bijna 37 jaar geleden is dat zeven gedurfde en dappere ontdekkingsreizigers aan boord van de Challenger het leven lieten, zal deze tragedie voor altijd in het collectieve geheugen van ons land blijven bestaan.”

Hoe kon dit gebeuren?
Een onderzoekscommissie stelde later de oorzaak van het noodlottige ongeluk vast. Het blijkt dat onverwacht lage temperaturen in de nacht vóór vertrek het ruimtevaartuig hadden aangetast. Hierdoor was er ijs op de shuttle ontstaan. Ondanks dat enkele medewerkers hierover hun zorgen hadden geuit, ging de lancering door. “De ontdekking van het brokstuk geeft ons de gelegenheid om opnieuw te pauzeren en om na te denken over hoe deze tragedie ons heeft veranderd,” zegt Nelson.

Meer over de spaceshuttles
In totaal bouwde de VS vijf spaceshuttles: Columbia, Challenger, Discovery, Atlantis en Endeavour. Challenger was in eerste instantie niet bedoeld voor bemande ruimtevluchten, maar moest dienst doen als testvoertuig. In 1979 besloot NASA dit testvoertuig toch om te bouwen tot een volwaardige spaceshuttle en in 1983 ging Challenger voor het eerst de lucht in. Er zouden nog vele vluchten volgen. Tot die bewuste dag in januari 1986.

Het ongeluk heeft veel bij NASA losgemaakt. Sindsdien is hun veiligheidscultuur sterk verbeterd en hebben ze de veiligheid van astronauten hoog in het vaandel staan. In de nasleep richtte het agentschap bijvoorbeeld het Office of Safety and Mission Assurance (OSMA) op, ontwikkelde nieuwe procedures voor risicobeoordeling en creëerde een omgeving waarin iedereen veiligheidsproblemen kan melden. “Bij NASA is de kernwaarde van veiligheid onze topprioriteit,” benadrukt Nelson. “En dat moet ook voor altijd zo blijven. Zeker omdat we nu met onze missies meer van de kosmos gaan verkennen dan ooit tevoren.”

Missies
NASA heeft grootse plannen. Niet alleen willen ze binnenkort opnieuw astronauten op de maan afleveren, over een tijdje moet er zelfs een heus ruimtestation rond de maan verrijzen. Daarnaast droomt het agentschap over bemande missies naar Mars. “Terwijl we onze blik op de maan en Mars richten, zien we dat dezelfde liefde voor verkenning die de Challenger-bemanning dreef ook de astronauten van de hedendaagse Artemis-generatie inspireert,” zegt Petro. “Het vertelt hen om voort te bouwen op de erfenis van kennis en ontdekking voor het welzijn van de hele mensheid.”

De documentaire over de vondst van het brokstuk van ruimteveer Challenger zal op 22 november worden uitgezonden op History Channel.