De neuronen van SuperAgers – hoogbejaarden die nog zeer scherp van geest zijn – blijken zelfs aanzienlijk groter te zijn dan die van mensen die 20 of 30 jaar jonger zijn.

Mensen worden steeds ouder. Maar veelal krijgen ze daarbij gaandeweg ook te maken met gezondheidsproblemen en gaat bijvoorbeeld het cognitief functioneren achteruit. Er is echter een kleine en fascinerende groep hoogbejaarden (mensen ouder dan 80 jaar) die ondanks het klimmen der jaren toch scherp van geest blijven. Deze hoogbejaarden worden ook wel ‘SuperAgers’ genoemd en mogen zich verheugen in de aandacht van wetenschappers. Want hoe is het mogelijk dat hun brein zo goed blijft functioneren, terwijl leeftijdsgenoten worstelen met geheugenverlies of andere vormen van cognitieve achteruitgang?

Het onderzoek
Om een antwoord op die vraag te helpen formuleren, hebben onderzoekers van de Northwestern University zich nu gebogen over het brein van SuperAgers die hun lichaam na hun dood aan de wetenschap ter beschikking hebben gesteld. De onderzoekers analyseerden de hersenen van deze SuperAgers en moesten al snel concluderen dat er in de entorinale schors iets bijzonders aan de hand is.

Entorinale schors
Dit deel van de hersenen is cruciaal voor ons geheugen en tevens één van de eerste hersengebieden die door de Ziekte van Alzheimer wordt aangetast. De entorinale schors is opgebouwd uit zes op elkaar gestapelde lagen neuronen. En daarbij is met name de tweede laag cruciaal. Deze ontvangt namelijk informatie uit andere geheugencentra in het brein en zou je dan ook kunnen zien als een soort ‘geheugenhub’. En in het brein van SuperAgers blijkt die tweede laag van de entorinale schors opvallend grote en gezonde neuronen te herbergen.

“Die neuronen zijn bijna 25 procent groter dan die in het brein van mensen die in een vroeg stadium van Alzheimer zitten en ongeveer 15 procent groter dan die van ‘gewone’ leeftijdsgenoten,” vertelt onderzoeker Tamar Gefen aan Scientias.nl. “De neuronen waren zelfs bijna 6 procent groter dan die van veel jongere individuen, wat ook nog steeds een heel significant verschil is.”

Verrassend
Het is verrassend, vindt Gefen. “We hadden wel verwacht dat de neuronen van SuperAgers groter zouden zijn dan die van mensen in een vroeg stadium van Alzheimer, aangezien die mensen met geheugenverlies kampen. Maar dat de neuronen zelfs veel groter waren dan die van gezonde en veel, veel jongere individuen was wel verrassend.”

Tau-eiwitten
De neuronen van SuperAgers blijken niet alleen veel groter te zijn, maar vertonen ook geen neurofibrillaire knopen. Dit zijn onoplosbare ineengestrengelde vezels die voornamelijk uit tau-eiwitten bestaan en gezien worden als een kenmerk van de Ziekte van Alzheimer. Dat de grotere neuronen van SuperAgers voor de vorming van deze verstrengelde tau-eiwitten behoed worden, leidt de onderzoekers tot twee (uit elkaar voortvloeiende) conclusies. Namelijk: neuronen die niet te maken krijgen met verstrengelde tau-eiwitten kunnen hun structuur behouden (oftewel gezond en groot blijven). En dat leidt de onderzoekers dan weer tot de conclusie dat verstrengelde tau-eiwitten ertoe leiden dat neuronen krimpen. “In deze studie tonen we aan dat als het om de Ziekte van Alzheimer gaat, het krimpen van neuronen in de entorinale schors een kenmerk van de ziekte lijkt te zijn,” aldus Gefen.

En zoals krimpende neuronen in dat deel van het brein kenmerkend lijken te zijn voor de Ziekte van Alzheimer, lijken grote neuronen in dit hersengebied juist kenmerkend te zijn voor SuperAgers. En die SuperAgers zijn waarschijnlijk al met veel grotere neuronen geboren, zo stelt Gefen. “Aangezien SuperAgers veel grotere neuronen hebben dan veel jongere individuen, denken we dat ze deze al vanaf hun geboorte bezitten.”

Grote vraag blijft natuurlijk waarom die grote neuronen niet worden aangevallen door verstrengelde tau-eiwitten en dus ook niet krimpen. “Toekomstig onderzoek moet uitwijzen hoe en waarom de integriteit van de neuronen bij SuperAgers gehandhaafd wordt,” stelt Gefen. “Ikzelf ben daarbij bijvoorbeeld met name geïnteresseerd in de rol van de cellulaire omgeving: wat zijn de chemische, metabolische of genetische eigenschappen die deze cellen zo veerkrachtig maken? Ook willen we onderzoek gaan doen naar andere ‘hubs’ in het geheugennetwerk om zo de verspreiding van (of weerstand tegen) de ziekte beter te begrijpen.”