Eindelijk duidelijkheid: Spinosaurus was waarschijnlijk uitstekend in staat om onder water op noodlottige prooien te jagen.

De angstaanjagende Spinosaurus is de grootste vleesetende dinosaurus die ooit is ontdekt – hij was zelfs groter dan de befaamde T. rex! De manier waarop Spinosaurus echter jaagde, is al tientallen jaren onderwerp van discussie. Sommige wetenschappers veronderstellen dat Spinosaurus kon zwemmen, terwijl anderen geloven dat hij net zoals een reiger door het water waadde. Een nieuwe analyse van zijn botten maakt echter een einde aan het voortdurende debat.

Waterbewoners
Al het leven komt oorspronkelijk uit het water. En sommige landdieren zijn ook weer naar het water teruggekeerd. Terwijl de meeste zoogdieren landbewoners zijn, leven walvissen en zeehonden in de oceaan. Sommige andere zoogdieren, zoals otters en nijlpaarden, zijn ‘semi-aquatisch’. Onder vogels heb je pinguïns en aalscholvers terwijl reptielen onder andere krokodillen, zeeleguanen en zeeslangen kennen. Lange tijd waren echter de zogenoemde ‘niet-aviaire dinosaurussen’ – de dino’s die zich niet in vogels vertakten – de enige groep die geen waterbewoners had. Dat veranderende in 2014, toen een nieuw Spinosaurus-skelet werd ontdekt.

Meer over de Spinosaurus
De Spinosaurus aegyptiacus was een vijftien meter lang beest die een slordige zes ton kon wegen. ’s Werelds enige bestaande skelet van een Spinosaurus is gevonden in de zogenoemde ‘Kem Kem Group’, een regio in de Marokkaanse Sahara. Hoewel deze woestijn vandaag de dag een droge en dorre omgeving voorstelt, herbergde deze in vervlogen tijden een enorm riviersysteem. Toen onderzoekers enkele jaren geleden terugkeerden naar de Marokkaanse vlakte, troffen ze hier tot hun vreugde nog meer fossiele overblijfselen van Spinosaurus aan. De meest verrassende vondsten waren een complete, vinachtige staart en zeker 1200 tanden.

Al vrij snel werd duidelijk dat Spinosaurus een echte waterrat was. Hij beschikte over langwerpige, krokodilachtige kaken en kegelvormige tanden die lijken op die van andere aquatische roofdieren. Bovendien zijn er enkele fossiele exemplaren gevonden met een buik vol vis. Toch bleef onduidelijk of Spinosaurus een zwemmend riviermonster was, of gewoon in het ondiepe water stond en af en toe zijn kop onder water stak om een nietsvermoedend voorbij zwemmend visje naar binnen te schrokken. Dat dit twijfelachtig bleef, is overigens niet zo gek. Het gedrag van een dier dat we alleen van fossielen kennen, is moeilijk te raden. “Bovendien zijn er slechts een handjevol gedeeltelijke skeletten van Spinosaurussen ontdekt,” vertelt onderzoeker Matteo Fabbri.

Botten
Omdat het bestuderen van de anatomie van Spinosaurus blijkbaar niet genoeg is om het mysterie op te lossen, hebben onderzoekers het in een nieuwe studie over een andere boeg gegooid. In het onderzoek analyseerden ze de dichtheid van de botten. De botdichtheid geeft namelijk prijs of een betreffend dier in staat is om te zwemmen. “Uit eerdere studies is gebleken dat zoogdieren die in het water leven, dichte en compacte botten hebben,” aldus Fabbri. “Hierdoor heeft een dier controle over zijn drijfvermogen en kan zichzelf ‘onderdompelen’.”

Deze afbeelding laat de botdichtheid per dier zien. Dieren die in het water leven, beschikken over meer solide botten, terwijl landbewoners vaak holle botten hebben. Afbeelding: Fabbri et al.

De onderzoekers verzamelden dwarsdoorsneden van het dijbeen en de ribben van 250 soorten uitgestorven en levende dieren – zowel landbewoners als waterdieren. Vervolgens vergeleken ze deze doorsneden met de botten van Spinosaurus en zijn verwanten Baryonyx en Suchomimus.

Goede zwemmer
Het leidt tot een interessante ontdekking. Want de botdichtheid van Spinosaurus verraadt dat hij een goede zwemmer moet zijn geweest. Door zijn vrijwel volledig solide botten kon hij uitstekend onder water op noodlottige prooien te jagen. Ook zijn naaste verwante Baryonyx was een prima zwemmer. Daarentegen beschikte Suchomimus over holle botten. Dit betekent dat deze dino wel veel tijd in het water doorbracht en vis at, zoals zijn krokodilachtige snuit en kegelvormige tanden doen vermoeden. Maar op basis van zijn botdichtheid veronderstellen de onderzoekers dat hij waarschijnlijk vergelijkbaar met een reiger door het water waadde.

De studie zet de aanname dat zwemmende dino’s echt hebben bestaan, meer kracht bij. Bovendien merkt Fabbri op dat het onderzoek laat zien hoeveel informatie je uit gedeeltelijk bewaard gebleven fossiele skeletten kunt halen. En dat schept hoop voor toekomstige ontdekkingen. “Ook al heb je van een nieuw ontdekte dino maar enkele botten, dan alsnog kun je een dataset samenstellen om de botdichtheid te berekenen,” zegt hij. “En daaruit kun je op z’n minst afleiden of het beest in het water leefde of niet.”