Microplastics gevonden in je hersenen, in de placenta, in je grote teen! Ronkende koppen die ons allemaal lieten schrikken. Zit ons lichaam echt vol met plastic? Nou, dat is dus nog niet gezegd: de studies naar het onderwerp rammelen aan alle kanten, betogen onderzoekers in The Guardian.
De race om baanbrekende resultaten te publiceren heeft geleid tot overhaaste conclusies waarbij standaard wetenschappelijke controles soms zijn overgeslagen en de kwaliteit van de analyses te wensen overliet, stellen critici. Belangrijkste punten: de metingen kunnen vetweefsel hebben verward met nanoplastics. Die nanoplastics zijn bovendien zo klein dat we ze nog maar amper kunnen detecteren en het is onwaarschijnlijk dat de iets grotere macroplastics in de bloedbaan belanden.
Vals-positieve resultaten
Er is officiële kritiek verschenen in allerlei wetenschappelijke vakbladen. Zo was er een belangrijke studie in februari vorig jaar die een stijgende trend van nano- en microplastics signaleerde in de menselijke hersenen. In november werd de studie echter onderuitgehaald door een groep wetenschappers die schreef dat er allerlei methodologische mankementen waren in het onderzoek. Een van de onderzoekers, dr. Dušan Materić van het Helmholtz Centre for Environmental Research in Duitsland, schreef heel direct: “Het microplastics-in-de-hersenen-artikel is een grap.” Hij legt uit: “Het is bekend dat vetweefsel vals-positieve resultaten geeft voor polyethyleen. De hersenen bestaan voor ongeveer 60 procent uit vet.” De onderzoekers suggereerden dat stijgende obesitascijfers een alternatieve verklaring kunnen zijn voor de trend die in de studie werd gerapporteerd. Materić reageert: “Dat artikel is echt slecht en het is heel goed te verklaren waarom het niet klopt.” Hij denkt zelfs dat er ernstige twijfels bestaan over “meer dan de helft van de zeer invloedrijke artikelen” die microplastics in biologisch weefsel rapporteren.
De hersenstudie staat dan ook niet op zichzelf. Een andere studie, waarbij micro- en nanoplastics zijn aangetroffen in plaques in de halsslagader, werd later bekritiseerd omdat er geen blanco monsters waren getest die in de operatiekamer waren genomen. Blanco monsters zijn een manier om te meten hoeveel achtergrondvervuiling aanwezig kan zijn.
Een andere studie rapporteerde micro- en nanoplastics in menselijke testikels en benadrukte daarmee “de alomtegenwoordige aanwezigheid van microplastics in het mannelijke voortplantingssysteem”. Andere wetenschappers waren het daar niet mee eens: “Het is onze mening dat de gebruikte analytische aanpak niet robuust genoeg is om deze claims te ondersteunen.” En zo gaat het maar door: onderzoek dat beweerde dat er 10.000 nanoplastics in een liter flessenwater zitten, werd door experts ‘fundamenteel onbetrouwbaar’ genoemd.
Methodologische missers
Ook volgens dr. Frederic Béen van de Vrije Universiteit Amsterdam gaat er van alles mis met het onderzoek naar micro- en nanoplastics in het menselijk lichaam. “We zien nog steeds behoorlijk wat artikelen waarin standaard laboratoriumpraktijken niet zijn nageleefd.” Daaronder vallen maatregelen om achtergrondcontaminatie uit te sluiten, het gebruik van blanco monsters, het herhalen van metingen en het testen van apparatuur met monsters waaraan een bekende hoeveelheid micro- en nanoplastics is toegevoegd. “Je kunt dus niet zeker zijn dat wat je hebt gevonden niet volledig of gedeeltelijk voortkomt uit een van deze problemen”, legt Béen uit.
Een belangrijke manier om de hoeveelheid plastics in een monster te meten is door het te verdampen en vervolgens de dampen op te vangen. Deze methode is echter sterk bekritiseerd. “Deze techniek is momenteel niet geschikt voor het identificeren van polyethyleen of pvc vanwege aanhoudende interferenties”, concludeerde een studie van de University of Queensland in Australië.
“Ik denk echt dat dit een probleem is in het hele vakgebied”, aldus dr. Cassandra Rauert van de Australische universiteit in The Guardian. “Ik denk dat veel van de concentraties die worden gerapporteerd volledig onrealistisch zijn.” Het probleem is dat sommige kleine moleculen in de dampen die afkomstig zijn van polyethyleen en pvc ook kunnen worden geproduceerd uit vetten in menselijk weefsel. Zo ontstaan er vals-positieve resultaten.
Geen microplastics
Maar Rauert twijfelt op een nog fundamenteler niveau aan de bevindingen. “Ik heb geen bewijs gezien dat deeltjes tussen 3 en 30 micrometer in de bloedbaan kunnen komen”, zei ze. “Op basis van wat we weten over daadwerkelijke blootstelling in het dagelijks leven is het biologisch niet plausibel dat die hoeveelheid plastic daadwerkelijk in deze organen terechtkomt. Het zijn echt alleen de nanoplastics – kleiner dan 1 micrometer – die biologische barrières kunnen passeren en die we in mensen verwachten. Maar de huidige instrumenten die we hebben kunnen nanodeeltjes niet detecteren.”
De plasticproductie is sinds de jaren vijftig met een factor 200 toegenomen en zal naar verwachting tegen 2060 bijna verdrievoudigen tot meer dan een miljard ton per jaar. Als gevolg daarvan is ook plasticvervuiling enorm toegenomen, met inmiddels 8 miljard ton die de planeet vervuilt. Minder dan 10 procent van het plastic wordt gerecycled. Niemand ontkent dan ook dat de plasticvervuiling een probleem is, alleen hoeveel er in het menselijk lichaam belandt en of dat schadelijk is, blijft een groot vraagteken. De huidige metingen zijn wat dat betreft onverantwoord en kunnen leiden tot angstzaaierij, aldus Rauert. “We willen de data goed krijgen, zodat we onze gezondheidsautoriteiten, overheden en de bevolking correct kunnen informeren en ervoor kunnen zorgen dat de juiste regelgeving en het juiste beleid worden ingevoerd.”
Bang voor plastic
Ondertussen worden we allemaal wel steeds banger voor plastic. Nu al zijn er krankzinnige behandelingen van soms wel meer dan 10.000 euro beschikbaar die beweren microplastics uit je bloed te verwijderen. Deze claims hebben geen wetenschappelijke onderbouwing en afhankelijk van de gebruikte apparatuur kunnen ze zelfs meer plastic in het bloed van mensen brengen.
Het goede nieuws, besluit Béen, is dat analytisch onderzoek met meerdere technieken snel verbetert. “Ik denk dat er steeds minder twijfel bestaat over het feit dat er micro- en nanoplastics in weefsels aanwezig zijn. De uitdaging is nog steeds om precies te weten hoeveel of in welke hoeveelheid. Maar ik denk dat we deze onzekerheid steeds verder verkleinen.”
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Zorgwekkend veel plastic aangetroffen in magen van Mediterrane zeevogels en Hoeveel plastic er nodig is om een bruinvis of zeeschildpad te doden? Veel minder dan je denkt. Of lees dit artikel: We ademen dagelijks tot 68.000 microplastics in: 100 keer meer dan eerdere schattingen.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


