Nieuw onderzoek van een internationaal team van wetenschappers onthult meer dan zij ooit hadden durven hopen.

Paleontologen bogen zich over de resten van een pterosaurus, behorende tot de soort Tupandactylus imperator. Het vliegende reptiel leefde – in de tijd van de dinosaurussen – in het noordoosten van Brazilië en staat vooral bekend om de bizar grote ‘kuif’ die op zijn kop prijkte. Voor het onderzoek bogen wetenschappers zich precies over dat kenmerkende onderdeel: zo’n gefossiliseerde hoofdkuif. En dat resulteert in een aantal opzienbarende ontdekkingen.

Veren
Zo ontdekten de wetenschappers dat de onderzijde van de hoofdkuif bedekt moet zijn geweest door zowel korte haar-achtige en juist pluizige veertjes met een vertakte structuur. En dat is bijzonder, zo stelt onderzoeker Aude Cincotta. “We hadden totaal niet verwacht dat we dit zouden zien. Decennialang hebben paleontologen gedebatteerd over de vraag of pterosaurussen veren hadden. De veren in ons exemplaar maken voorgoed een einde aan dat debat, omdat ze duidelijk over hun volledige lengte vertakt zijn, net zoals de veren van vogels vandaag de dag.” Het is voor het eerst dat dergelijke vertakte veren bij pterosaurussen zijn teruggevonden. “We wisten eerder alleen dat bepaalde vleesetende dinosaurussen – de theropoden, voorouders van de vogels – ze hadden,” aldus Cincotta.

Melanosomen
Maar daar blijft het niet bij. Want een analyse van die veertjes resulteert in nog een opzienbarende ontdekking. Met behulp van een elektronenmicroscoop troffen de onderzoekers in die veren vrij goed bewaard gebleven melanosomen (pigmentcellen) aan. En wat daarbij direct opviel, was dat de vorm die deze melanosomen hadden zowel in beide typen veren als in de hoofdkuif zelf, verschilde. Ook dat hebben onderzoekers bij pterosaurussen nog nooit gezien; wel kennen ze het van sommige theropode dinosaurussen.

Meerdere kleuren
Dat ook pterosaurussen over melanosomen in verschillende vormen beschikken, heeft een interessante implicatie. “In vogels die vandaag de dag leven houdt de kleur van de veren sterk verband met de vorm van de melanosomen (in die veren, red.).” Dat nu in de veren van pterosaurussen melanosomen met verschillende vormen zijn aangetroffen, hint er dan ook sterk op dat hun verenkleed – net als dat van veel vogels vandaag de dag – meerdere kleuren telde.

Rechts zie je de twee typen veren die onderzoekers hebben aangetroffen. Elk type had dus melanosomen met een net iets andere vorm. En dat hint erop dat ze elk ook een andere kleur hadden. Mogelijk waren de haar-achtige veren donker van kleur, terwijl de pluizige, vogelachtige veren wat lichter waren. Afbeeldingen: Bob Nicholls (links) en Julio Lacerda (rechts).

Functie
Het roept natuurlijk direct de vraag op welke functie dat veelkleurige verenkleed kan hebben gehad. De onderzoekers vermoeden dat de kleurvariaties vooral bedoeld waren om indruk te maken op anderen en bijvoorbeeld goed van pas kwamen als de pterosaurus een soortgenoot het hof moest maken.

Het onderzoek geeft niet alleen meer inzicht in het uiterlijk van pterosaurussen, maar onthult ook meer over de nog tamelijk mysterieuze evolutie van (gekleurde) veren. Zo wijst het feit dat zowel dinosaurussen als pterosaurussen over veren met verschillende kleuren beschikten, erop dat de gekleurde veer al een tijdje meegaat. Zo zou de gemeenschappelijke voorouder van de dinosaurus en pterosaurus – die ergens tussen 250 en 200 miljoen jaar geleden leefde – mogelijk al met gekleurde veren hebben gepronkt.