Mammoeten, dodo’s en dino’s, we kennen ze alleen nog van de plaatjes in biologieboeken, maar wetenschappers zijn bezig om uitgestorven soorten terug te halen. Met de Tasmaanse tijger zijn ze nu een aardig eindje op weg. Maar waarom zou je dat willen?

Miljoenen worden er uitgetrokken om de Tasmaanse tijger weer tot leven te wekken. De laatste buidelwolf, zoals het dier officieel heet, stierf in de jaren dertig van de vorige eeuw. Door gebruik van stamcellen van een dier dat er sterk op lijkt en met hulp van de CRISPR-technologie (het knippen en plakken van stukjes DNA die wel of juist niet gewenst zijn) zou er binnen tien jaar weer een Tasmaanse tijger geboren kunnen worden. Al zijn er ook critici die menen dat het terughalen van uitgestorven dieren pure sciencefiction is. Bovendien is de vraag waarom je het zou doen. Als het enkel is voor de dierentuin, moet je er dan miljoenen insteken?

De Tasmaanse tijger is eigenlijk een buideldier. Zijn bijnaam dankt hij aan de strepen op zijn rug. Australische onderzoekers willen nu met hulp van Amerikaanse collega’s stamcellen nemen van een levende buideldiersoort met vrijwel hetzelfde DNA en dan gentechnologie gebruiken om de uitgestorven soort terug te halen of in ieder geval een dier dat bijna identiek is.

Goed voor ecosysteem
Dat klinkt eenvoudiger dan het is. Er is een aanzienlijke wetenschappelijke doorbraak nodig om het project te laten slagen, maar daar hebben de wetenschappers vertrouwen in. “Ik geloof nu echt dat we in tien jaar tijd onze eerste levende baby-buidelwolf hebben sinds er bijna een eeuw geleden zoveel op gejaagd is dat ze zijn uitgestorven”, zegt hoofdonderzoeker professor Andrew Pask van de University of Melbourne.

In hoeverre dat haalbaar is? Het lijkt in ieder geval niet onmogelijk. “Bepaalde onderdelen van het proces lijken me zeker haalbaar, maar er zijn ook fases van het project die nog wel wat onderzoek en dus tijd vergen”, reageert wetenschapper Steven van der Mije van Naturalis bij Scientias.nl. Van der Mije ziet wel nut in het miljoenen kostende onderzoeksproject. “Deels is het een erg interessant experiment.” Het zou indrukwekkend zijn als mensen in staat zijn om uitgestorven soorten terug te brengen. Maar dat is niet het enige waarom het zinvol is om de Tasmaanse tijger tot leven te wekken. “In dit geval zou het bij een geslaagde herintroductie goede effecten op het originele ecosysteem kunnen hebben. De biotoop is nog redelijk intact. De vraag is echter hoe ‘echt’ de nieuwe buidelwolven zijn”, aldus Van der Mije. Er wordt immers DNA gebruikt van bestaande soorten dus in hoeverre de nieuwe dieren echt exemplaren van de uitgestorven soort zijn valt te bezien.

Een buideldier zoals het nu in Australië rondloopt. Foto: DAPA Images

Maar als het lukt om de buidelwolf terug te brengen, dan ligt de weg ook open naar het herintroduceren van andere soorten, denkt Van der Mije. “In theorie moet dat kunnen. Al zal het met de ene soort waarschijnlijk wat eenvoudiger zijn dan met de andere.”

Hoe de buidelwolf uitstierf
Het aantal Tasmaanse tijgers nam snel af toen de mens in Australië arriveerde tienduizenden jaren geleden en de populatie liep nog verder terug toen de dingo, een wilde hond, ten tonele verscheen. Uiteindelijk kon het buideldier alleen nog vrij bewegen in Tasmanië. Daar maakte de jacht in de jaren dertig een einde aan de soort. De laatste Tasmaanse tijger stierf in gevangenschap in de Hobart Zoo in 1936.

Als het wetenschappers lukt om het dier weer tot leven te wekken dan is dat uniek in de geschiedenis. Het idee is overigens niet nieuw. Al in 1999 begon het Australian Museum met een project om het dier te klonen en sindsdien zijn er al meerdere pogingen gedaan om het DNA van de Tasmaanse tijger opnieuw te creëren uit bestaande monsters. Het huidige project is een samenwerking tussen de Australische universiteit van Melbourne en het Texaans bedrijf Colossal. Dit bedrijf, dat vergevorderd is met de bekende CRISPR-technologie kwam vorig jaar in het nieuws met plannen om de wolharige mammoet weer tot leven te wekken.

Samenwerking
“We kunnen nu grote stappen zetten om de bedreigde buideldieren in Australië te behouden en gaan de uitdaging aan om uitgestorven dieren terug te halen”, zegt professor Pask. “Veel van deze uitdagingen kunnen worden overwonnen door het leger aan wetenschappers dat tegelijkertijd aan het project werkt en experimenten uitvoert om ontdekkingen te versnellen. Met het Amerikaanse partnerschap hebben we nu wat nodig is om dit mogelijk te maken.”

Professor Pask legt uit dat het zogeheten TIGGR-lab in Melbourne zich concentreert op de voortplantingstechnologie die op maat is gemaakt voor Australische buideldieren, zoals IVF en draagmoederschap. Ondertussen voert Colossal de genmodificatie uit met behulp van CRISPR om het DNA te reproduceren van de Tasmaanse tijger.

De kennis en ervaring van Colossal op het gebied van CRISPR wordt samengevoegd met het werk van TIGGR om het genoom van de buidelwolf in kaart te brengen en de buideldieren te identificeren die gelijkaardig DNA hebben. Wat de voortplantingstechnologie betreft is het TIGRR-lab dichtbij de productie van de eerste in het lab gemaakte embryo’s van sperma en eicellen van het Australische buideldier. “We proberen buideldieren in een reageerbuis te laten groeien van conceptie tot geboorte zonder draagmoeder en dat is mogelijk gezien de korte zwangerschap van buideldieren en hun kleine formaat”, legt Pask uit.

Er worden dus flinke stappen gezet om de uitgestorven Tasmaanse tijger terug te halen. In hoeverre dat echt binnen tien jaar lukt is de vraag, maar het is zeker een spannend experiment.