Een beroerte, daar hoef je je niet druk om te maken voor je 70ste toch? Het was lange tijd vooral een probleem voor oudere mensen, maar dat klopt niet meer. Uit nieuw onderzoek blijkt dat het aantal beroertes onder jongvolwassenen in 27 jaar tijd zo ongeveer is verdubbeld. Klein lichtpuntje: de overlevingskansen op korte termijn zijn juist verbeterd.
“Beroertes staan bekend als een ziekte voor ouderen, maar we tonen in onze studie aan dat ze ook steeds vaker voorkomen bij jongere mensen”, zegt onderzoeksleider Emily Fisher van de University of Cincinnati. “Tegelijkertijd overleven steeds meer mensen zo’n beroerte, wat betekent dat er meer jongvolwassenen zijn die met de gevolgen ervan moeten leven.”
Voor de studie zijn beroertes onderzocht in de regio Greater Cincinnati en Northern Kentucky tussen 1993 en 2020. In die periode registreerden de onderzoekers 2076 eerste beroertes bij volwassenen tussen de 20 en 54 jaar oud. Het aantal beroertes onder deze leeftijdsgroep steeg van 33,9 gevallen per 100.000 levensjaren in 1993-1994 naar 62,2 gevallen in 2020.
De grote boosdoener: verstopte bloedvaten
Vooral het ischemische type beroerte, waarbij de bloedtoevoer naar een deel van de hersenen wordt geblokkeerd, bleek veel vaker voor te komen in 2020. Dat cijfer steeg van 23,8 naar 47,3 gevallen per 100.000 jaren. Bij andere vormen, zoals een hersenbloeding binnenin de hersenen of een bloeding rond de hersenen, vonden de wetenschappers niet zo’n heftige stijging in de data.
Ook de onderliggende gezondheidsproblemen zijn toegenomen in dit tijdsbestek. Jongvolwassenen die een beroerte kregen, kregen in de loop der jaren ook steeds vaker te maken met hoge bloeddruk, diabetes, boezemfibrilleren en drugsgebruik. Vooral de laatste categorie springt eruit in de studie: het aandeel drugsgebruik onder jonge beroertepatiënten steeg van 4,6 procent in 1993 naar 40,2 procent in 2020, een verhoging die grotendeels toe te schrijven is aan cannabisgebruik.
Leestip: Recreatief drugsgebruik vergroot kans op beroerte
Betere overlevingskansen
Positief nieuws was er ook: de onderzoekers analyseerden het sterftecijfer dertig dagen na een beroerte. Na correctie voor leeftijd, etniciteit en geslacht bleek dat percentage licht te zijn gedaald, van 11,7 procent in 1993 naar 9,4 procent in 2020. Deze verbetering was vooral zichtbaar bij mensen met een hersenbloeding of een bloeding rond de hersenen.
“Onze studie laat zien hoe belangrijk het is om risicofactoren voor een beroerte al vroeg in de volwassenheid te herkennen en aan te pakken”, besluit Fisher. “Ons werk is nog lang niet gedaan. Er is meer onderzoek nodig om duidelijk te krijgen wat de oorzaken zijn van deze gevaarlijke trends en hoe we ze kunnen ombuigen.”
In 2024 kregen naar schatting 42.300 Nederlanders een beroerte (CVA), zo’n 116 per dag. Ongeveer 80 procent betreft een herseninfarct, waarbij een bloedvat in de hersenen verstopt raakt, circa 20 procent is een hersenbloeding. Daaronder vallen onder meer intracerebrale bloedingen, in het hersenweefsel zelf, en subarachnoïdale bloedingen, in de ruimte rond de hersenen. Daarnaast kregen naar schatting 52.600 Nederlanders een TIA, waarbij de bloedtoevoer naar de hersenen tijdelijk wordt verstoord. In Nederland leven ruim 400.000 mensen met de gevolgen van een herseninfarct of hersenbloeding. In 2024 overleden 9.440 mensen aan een beroerte. Ongeveer driekwart van de patiënten is 65 jaar of ouder.
Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

