De oudste fragmenten die tot op heden van de beroemde sterrencatalogus van Hipparchus zijn teruggevonden, zaten verstopt onder later opgetekende Bijbelse teksten.

Ergens tussen 170 en 120 voor Christus stelt de Griekse astronoom Hipparchus een sterrencatalogus samen. In die catalogus poogt hij de exacte positie van sterren aan de nachthemel te bepalen. Helaas is de oorspronkelijke catalogus in de loop der tijd verloren gegaan. Dat we toch van het bestaan van Hipparchus’ sterrencatalogus afweten, is te danken aan de pennenvruchten van Claudius Ptolemeus die zo’n 400 jaar na Hipparchus leefde en zijn eigen sterrencatalogus maakte; Ptolemeus noemt in zijn geschriften het werk van Hipparchus.

Fragmenten van de sterrencatalogus
Wetenschappers hebben nu echter fragmenten, gebaseerd op de sterrencatalogus van Hipparchus ontdekt op een wel heel onverwachte plek; onder een Bijbels manuscript, dat stamt uit de middeleeuwen. Het is een zeer waardevolle ontdekking, die meer inzicht kan geven in hoe men in de oudheid astronomie bedreef, zo stellen de onderzoekers. Hun bevindingen zijn terug te lezen in het Journal for the History of Astronomy.

Codex Climaci Rescriptus
De fragmenten zaten zoals gezegd verstopt onder een Bijbels manuscript. Het gaat om de Codex Climaci Rescriptus. Het is een zogenoemd palimpsest: een hergebruikt stuk perkament. Eerder genoteerde tekst is weggeveegd, waarna nieuwe tekst op het perkament is geschreven. Aangenomen werd dat ook de tekst die onder het goed leesbare Bijbelse manuscript schuilging, Bijbels of in ieder geval theologisch van aard was en wetenschappers van Tyndale House – een onderzoeksinstituut gespecialiseerd in onderzoek naar de Bijbel – kregen de opdracht deze te achterhalen.

Het onderzoeksproject leverde in 2012 al een eerste verrassing op. Want de tekst die onder het Bijbels manuscript schuilging, bleek níet theologisch van aard te zijn. In plaats daarvan stuitten de onderzoekers op teksten die ideeën van een Griekse wiskundige herbergden en op een over astronomie handelend gedicht van een Griekse dichter.

Corona
Vorig jaar – tijdens de coronalockdown – bogen onderzoekers zich echter nog eens over het manuscript en dan met name over nog niet nader bestudeerde pagina’s. En dat leverde opnieuw een verrassing op. Want op deze pagina’s bleken onder het Bijbelse manuscript stercoördinaten schuil te gaan. Het blijkt – heel toepasselijk – te gaan om sterren in het sterrenbeeld Corona Borealis (Noorderkroon). De stercoördinaten maken deel uit van een commentaar op het astronomische gedicht dat een paar jaar (en bladzijden) eerder al was ontcijferd.

Datering
Dat de stercoördinaten gebaseerd zijn op het werk en de sterrencatalogus van Hipparchus blijkt onder meer uit een datering van de coördinaten. Hiertoe gingen de onderzoekers na wanneer Corona Borealis op de aangegeven coördinaten te vinden was. En dat blijkt in 129 voor Christus, dus in de tijd van Hipparchus, te zijn geweest.

De onderzoekers weten het dan ook zeker: de stercoördinaten getuigen van het bestaan van Hipparchus’ sterrencatalogus. En daarmee gaan de coördinaten de boeken in als de oudste teruggevonden verwijzingen naar deze sterrencatalogus. En het zijn tevens de oudste stercoördinaten die tot op heden in een manuscript zijn aangetroffen.

Het is een interessante ontdekking die ons meer inzicht kan geven in hoe men in de oudheid met astronomie bezig was. Het fragment heeft wat dat betreft al tot enkele nieuwe conclusies geleid. Zo weerspreken ze het wijdverspreide idee dat de sterrencatalogus van Claudius Ptolemaeus in feite een kopie van het werk van Hipparchus was; de observaties van Hipparchus blijken namelijk nogal van die van Ptolemeus te verschillen. Daarnaast blijkt de sterrencatalogus van Hipparchus – ondanks dat deze vier eeuwen eerder het levenslicht zag dan die van Ptolemaeus, veel accurater te zijn.