Bij monniksparkieten blijken zowel de mannetjes als de vrouwtjes even strijdlustig te zijn.
Wie bij een groep monniksparkieten verwacht dat vooral de mannetjes de baas spelen komt bedrogen uit. Onderzoekers van de University of Cincinnati en Duke University hebben geen bewijs gevonden dat mannetjes agressiever zijn dan vrouwtjes. Ook bepaalt het geslacht van een vogel niet welke plek deze in de sociale rangorde krijgt. De onderzoekers beschrijven hun resultaten in het wetenschappelijke tijdschrift Integrative & Comparative Biology.
Sociale vogels
Monniksparkieten zijn zeer sociale vogels uit Zuid-Amerika. Ze leven in groepen en hebben dagelijks veel contact met elkaar. Daarbij gaat het er niet altijd vriendelijk aan toe. De vogels proberen regelmatig hun positie tegenover groepsgenoten duidelijk te maken. Zo kan een parkiet bijvoorbeeld de zitplaats van een andere vogel overnemen.
Zulke confrontaties komen vaak voor, maar leiden maar zelden tot verwondingen. Volgens de onderzoekers hebben deze kleine ruzies juist een belangrijke functie. “Leven in een groep betekent dat dieren vaak met elkaar te maken hebben”, zegt teamlid Sara Lipshutz. “Kleine ruzies waarbij weinig op het spel staat kunnen helpen om een sociale rangorde vormen. Daardoor zijn grotere en gevaarlijkere gevechten minder vaak nodig.”
Leestip: Dit is waarom we sommige vogelgeluiden zo mooi vinden en andere juist verschrikkelijk
Voor het onderzoek bestudeerden de wetenschappers vijf groepen met elk tien monniksparkieten. In iedere groep zaten zowel mannetjes als vrouwtjes. De onderzoekers bekeken agressief gedrag op verschillende manieren. Ze keken hoe agressief iedere vogel was, welke groepsgenoten het doelwit werden en welke positie een vogel uiteindelijk in de groep kreeg.
Op al die punten bleek geslacht weinig verschil te maken. “Bij veel dieren zien we verschillen tussen vrouwtjes en mannetjes in agressie en in de manier waarop een rangorde ontstaat”, zegt onderzoeker Elizabeth Hobson van de University of Cincinnati. “Maar onze nieuwe resultaten laten zien dat bij deze parkieten geen grote verschillen bestaan tussen mannetjes en vrouwtjes als het gaat om agressie of rang.”
Evenveel kans
Ook aan de top van de rangorde hebben mannetjes geen duidelijk voordeel: zowel vrouwtjes als mannetjes hadden tijdens het onderzoek ongeveer evenveel kans om hoog in de groep te eindigen. Voor Hobson kwam dat niet helemaal als een verrassing. Zij bestudeert de vogels al jaren en had al langer het idee dat geslacht bij onderlinge ruzies nauwelijks een rol speelt. “Ik vermoedde al langer dat het geslacht van de vogels niet echt invloed had op agressie”, zegt ze. “Tijdens eerdere onderzoeken zagen we meestal een verdeling van vijftig procent mannetjes en vijftig procent vrouwtjes bij de hoogst geplaatste vogels. Maar het is belangrijk om zulke vermoedens ook echt te testen. Dat hebben we in deze studie gedaan.”
De parkieten kijken bovendien niet alleen naar hun eigen prestaties. Ze letten ook goed op wanneer andere vogels met elkaar in conflict raken. Volgens hoofdonderzoeker Yuchen Chen kunnen ze zo zien wie wint en wie verliest. Die informatie helpt een vogel om beter te begrijpen waar deze zelf staat in de rangorde. Ook kan een vogel zo mogelijk kansen herkennen om de eigen positie te verbeteren. De sociale verhoudingen binnen een groep ontstaan daardoor dus niet alleen tijdens directe confrontaties. Ook observeren speelt een rol.
Agressie en dominantie
Dat maakt de uitkomst van het onderzoek extra interessant. Veel studies naar agressie en dominantie kijken afzonderlijk naar mannetjes en vrouwtjes. Daarachter zit vaak het idee dat beide seksen met andere evolutionaire uitdagingen te maken hebben en daarom ook anders met concurrentie omgaan. Bij deze monniksparkieten vonden de onderzoekers daar echter weinig aanwijzingen voor. Sociale concurrentie om bijvoorbeeld middelen, een zitplaats of status kan bij mannetjes en vrouwtjes dus soms ook op vergelijkbare manieren werken.
Volgens Hobson laat het onderzoek daarom ook zien waarom wetenschappers voorzichtig moeten zijn met verwachtingen en voorspellingen over eventuele verschillen tussen de seksen. “De belangrijkste boodschap is volgens mij dat we geen sterke aannames over het gedrag van dieren moeten maken zonder gegevens te verzamelen en patronen te testen”, zegt ze. “We moeten voorzichtig zijn met bestaande ideeën te algemeen te maken, omdat dat kan leiden tot vooroordelen die niet door bewijs worden ondersteund en uiteindelijk tot verkeerde conclusies.”
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Ook voor grasparkiet is geeuwen besmettelijk en Kunnen vogels Star Wars-robot nadoen? Ja, sommigen zelfs verrassend goed . Of lees dit artikel: Waarom een weekend tuinvogels tellen zoveel kan onthullen .
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

