Uit een nieuw onderzoek blijkt dat extreme weersomstandigheden jonge koolmezen harder raken dan gedacht.
Een nieuwe studie van de University of Oxford laat zien dat extreme weersomstandigheden grote gevolgen kunnen hebben voor jonge koolmezen in het Verenigd Koninkrijk. Vooral koude periodes en zware regenbuien tijdens de eerste levensdagen blijken schadelijk. Daardoor groeien de jongen minder goed en nemen hun kansen om later succesvol te overleven af.
Tegelijk vonden de onderzoekers ook iets hoopgevends: vogels die eerder in het broedseizoen aan hun nest beginnen lijken beter beschermd te zijn tegen veel van deze effecten. Het onderzoek is te vinden in Global Change Biology.
Zestig jaar aan gegevens
Voor het onderzoek gebruikten wetenschappers een unieke reeks gegevens uit Wytham Woods, een bosgebied nabij Oxford. Daar worden koolmezen al zestig jaar gevolgd. In totaal gaat het om gegevens van meer dan 80.000 vogels. Die informatie werd gekoppeld aan dagelijkse weerdata uit het verleden. Zo konden de onderzoekers precies nagaan wat er gebeurt als jonge vogels tijdens hun ontwikkeling te maken krijgen met de koudste, natste of warmste dagen van het seizoen.
Uit de analyse blijkt dat vooral een koude periode in de eerste week na het uitkomen zwaar valt. Dat is volgens de onderzoekers logisch: pas uitgekomen jongen hebben nog geen verendek en kunnen hun lichaamstemperatuur nog niet goed zelf regelen. Energie die normaalgesproken voor het groeien bestemd is, is dan nodig om warm te blijven. Het gevolg is dat de jonge vogels lichter zijn wanneer ze uitvliegen. Dat ‘uitvlieggewicht’ is belangrijk, omdat het samenhangt met hun kans om later te overleven.
Vroege vogels
Ook zware regen blijkt schadelijk, maar vooral op een iets later moment. Naarmate nestjongen ouder worden hebben ze meer voedsel nodig. Juist dan kan veel regen veel problemen veroorzaken. Vogelouders gaan bij slecht weer minder snel op zoek naar voedsel. Bovendien kunnen rupsen, de belangrijkste voedselbron voor koolmeesjongen, door regen van bladeren en takken worden geduwd. Daardoor wordt het moeilijker voor een koolmees om genoeg voedsel te verzamelen voor een jong.
Hoofdonderzoeker Devi Satarkar zegt: “In Wytham Woods zijn de koolmezen vroeger gaan broeden doordat de lentes warmer worden. Daardoor komen hun jongen uit op het moment dat er ook veel rupsen zijn. Dat is op zichzelf gunstig. Maar het betekent ook dat ze vroeg in het seizoen meer te maken krijgen met koudere periodes, waardoor hun jongen te maken kunnen krijgen met een energietekort. Voor die jongen kunnen zelfs kleine tekorten grote gevolgen hebben voor hun latere overlevingskansen.”
Leestip: Koolmees in stad kan beter tegen extreme hitte dan soortgenoot in het bos
Dat eerder broeden kan dus voordelig zijn, maar is dus niet zonder risico. De vogels profiteren van het moment waarop voedsel volop aanwezig is, maar lopen tegelijkertijd het risico om het slachtoffer te worden van een onverwachte koudegolf. Toch lijkt het voordeel van een vroege start meestal groter dan het nadeel. Vooral late nestjes hebben het zwaar. Die jongen zijn volgens de onderzoekers op sommige momenten wel een derde lichter dan ze zouden moeten zijn.
Warmer weer is niet altijd slecht
Een verrassende uitkomst van de studie is dat warme weersextremen niet altijd slecht zijn voor vogels. In Oxfordshire lijken ze vogels zelfs te kunnen helpen. Satarkar zegt daarover: “Extreme weersomstandigheden beïnvloeden vogelpopulaties op veel verschillende manieren. De temperatuur die we in Oxfordshire als ‘extreem hoog’ zien kan de groei van vogels juist stimuleren. Insecten zijn dan actiever en beter zichtbaar, waardoor ouders makkelijker rupsen vinden. Maar als je kijkt naar hittegolven in het zuiden van Europa, dan zie je dat die vogels wel kunnen schaden.”
De studie is relevant omdat klimaatverandering niet alleen zorgt voor hogere gemiddelde temperaturen, maar ook voor grilliger en extremer weer. Juist die pieken kunnen dus veel invloed hebben op jonge koolmezen die net uit het ei komen. Het onderzoek laat zien dat het precieze moment waarop weersextremen voorkomen bepaalt hoe hard jonge koolmezen worden geraakt.
Dat inzicht kan natuurbeheerders helpen om jonge koolmezen beter te beschermen tegen de grillen van het weer. Denk aan het slim plaatsen van nestkasten of het beheren van bosgebieden op een manier die jonge vogels beter beschermt tijdens koude perioden.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Genoom van de koolmees helemaal ontcijferd en Waarom een weekend tuinvogels tellen zoveel kan onthullen . Of lees dit artikel: Kijk je graag naar vogels? Dan geef je je brein misschien een voorsprong .
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


