Tot die conclusie komen wetenschappers nadat ze gezondheidsinformatie van 51 overleden leiders van nucleaire wapenstaten verzamelden en analyseerden.
Het onderzoek wijst uit dat een aanzienlijk deel van deze leiders – zo’n 45 procent – gedurende hun ambtsperiode te maken had met fysieke en/of mentale gezondheidsproblemen. Het roept de vraag op hoe goed deze leiders – die dus stuk voor stuk toegang hadden tot de lanceercodes voor kernwapens – nu eigenlijk in staat waren om verantwoorde beslissingen te nemen.
Het onderzoek
Dat schrijven wetenschappers in het blad BMC Research Notes. Voor hun studie bogen ze zich zoals gezegd over de gezondheidsinformatie van 51 reeds overleden leiders van nucleaire wapenstaten (zie kader). Het gaat dan om de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Rusland (en de Sovjet-Unie), Frankrijk, China, Israël, India, Pakistan en Noord-Korea.
Om zich een beeld te vormen van de gezondheid van de bestudeerde wereldleiders gebruikten de wetenschappers verschillende bronnen. Zo bogen ze zich bijvoorbeeld over biografieën van leiders – bij voorkeur geschreven door academici, zoals historici. Wanneer die niet voorhanden waren of te weinig informatie boden, werden ook wel mediabronnen gebruikt, zoals fragmenten van de BBC of knipsels uit de New York Times. Samen leverden die bronnen heel wat informatie op over de gezondheid van de leiders. Maar er ontbreekt ook wel veel informatie, zo erkennen de onderzoekers. Zeker autocratieën (zoals China en Noord-Korea) zijn weinig loslippig over de gezondheid van hun leiders, maar ook de veel uitgebreidere informatie over de gezondheid van voormalige leiders van landen als de VS en het Verenigd Koninkrijk bleek lang niet altijd compleet te zijn. Daarnaast kan ook lang niet alle informatie worden bevestigd; van sommige aandoeningen bestaat enkel het vermoeden dat leiders eraan leden. Een mooi voorbeeld daarvan is een mogelijke ‘angststoornis’ van de Amerikaanse president Harry Truman. Bewijzen daarvoor vinden we voornamelijk in opmerkingen van zijn vrouw over zijn hoofdpijn en zijn zelfgerapporteerde slaapproblemen. In hun studie maken wetenschappers duidelijk onderscheid tussen bevestigde en vermoedelijke gezondheidsproblemen. Zo worden onbevestigde gezondheidsproblemen – afhankelijk van hoe waarschijnlijk het op basis van de bestudeerde bronnen is dat een leider eraan leed – bestempeld als ‘waarschijnlijk’ of ‘mogelijk’.
Gestorven in het harnas
Het onderzoek wijst uit dat acht van de bestudeerde leiders gedurende hun ambtstermijn door toedoen van chronische aandoeningen stierven. Hart- en vaatziekten waren daarbij de belangrijkste doodsoorzaak. Mentale gezondheidsproblemen kwamen ook vaak voor, zo schrijven de onderzoekers. Zo had Mao Zhedong een depressie en waarschijnlijk een angststoornis, terwijl Sovjet-leider Leonid Brezjnev met een verslaving kampte en Joseph Stalin door vasculaire dementie waarschijnlijk te maken had met cognitieve achteruitgang.
Voortijdig vertrek
Van de leiders die hun ambtsperiode wel levend afsloten, hadden er 15 waarschijnlijk te maken met gezondheidsproblemen die hun vertrek uit de ambtswoning bespoedigden. Drie van deze leiders werden vanwege hun gezondheid gedwongen hun ambt neer te leggen. Negen anderen namen zelf ontslag, waarbij gezondheid waarschijnlijk of zeker een rol speelde. En de overige drie kozen ervoor zich niet opnieuw verkiesbaar te stellen, waarbij gezondheid mogelijk, waarschijnlijk of zeker een reden was. “De meest voorkomende aandoeningen (onder deze vijftien leiders, red.) waren hart- en vaatziekten,” zo schrijven de onderzoekers. “Bij een derde van deze leiders was mogelijk sprake van alcoholmisbruik. En een vergelijkbaar deel leed wellicht aan een stemmingsstoornis.” Onderzoeker Nick Wilson acht het waarschijnlijk dat het functioneren van al deze vijftien leiders voorafgaand aan hun vertrek nadelig beïnvloed werd door hun gezondheidsproblemen. “In sommige gevallen zelfs ernstig,” vertelt hij. Hij denkt dan bijvoorbeeld aan de Israëlische premier Menachem Begin, die zo’n ernstige depressie had dat hij zijn laatste jaar als leider geïsoleerd in zijn huis doorbracht.
Geheim
Het idee dat met hun (mentale) gezondheid worstelende leiders ook degenen waren die toegang hadden tot de lanceercodes van kernwapens, is terugkijkend behoorlijk angstaanjagend. Maar in die tijd kan dat weleens anders zijn geweest, zo stellen de onderzoekers. Want er zijn genoeg voorbeelden van leiders die hun gezondheidsproblemen – met wat hulp van mensen om hen heen – zorgvuldig geheim hielden. Dat geldt bijvoorbeeld voor de meeste Amerikaanse presidenten, waaronder Dwight Eisenhower. Hij kreeg in 1955 een hartaanval, maar zijn dokter beschreef het als een spijsverteringsprobleem. En ook de serieuze chronische ziekte van John F. Kennedy – de Ziekte van Addison – werd in de doofpot gestopt. Net als de gezondheidsproblemen van Ronald Reagan; de mensen om hem heen hielden niet alleen de ernst van zijn verwondingen na een aanslag op zijn leven verborgen, maar probeerden ook de vermoedelijke tekenen van dementie tegen het einde van zijn ambtstermijn zo goed mogelijk te verhullen.
Gevolgen
Maar hebben die gezondheidsproblemen ooit ook echt gevolgen gehad? Dat is vaak lastig te beoordelen. Maar de onderzoekers vermoeden bijvoorbeeld dat Kennedy’s functioneren met name in zijn eerste twee regeringsjaren sterk nadelig beïnvloed werd door de Ziekte van Addison, zijn rugpijn en gebruik van anabole steroïden en amfetaminen. En zijn zwakke optreden tijdens een top met Sovjet-leider Nikita Khrushchev wordt ook wel met die gezondheidsproblemen in verband gebracht. Ondertussen hebben de mentale problemen van Khrushchev mogelijk weer bijgedragen aan het ontstaan van de Berlijn- en Cuba-crisis.
Verontrustend
Dus ja, leiders zijn ook maar mensen. En als ze ergens pijn hebben – hetzij fysiek of mentaal – kan dat hun functioneren belemmeren, net zoals dat ons allemaal weleens overkomt. Zorgwekkend in dit hele verhaal is natuurlijk dat we het hier wel hebben over leiders die de bevoegdheid hebben om kernwapens te lanceren. En het is goed om daar eens bij stil te staan, vinden de onderzoekers. Sinds Rusland Oekraïne is binnengevallen, is de situatie op het wereldtoneel behoorlijk instabiel – en dus is het belangrijker dan ooit dat nucleaire wapenstaten goed functionerende leiders hebben die weloverwogen en verantwoorde besluiten nemen. “Dat geldt met name voor de VS, waar een leider in principe op eigen houtje kan beslissen om kernwapens in te zetten,” benadrukt Wilson.
Zieke leiders hebben gelukkig tot op heden nog geen kernoorlog ontketend. Maar afgaand op dit nieuwe onderzoek zou je bijna denken dat dat meer geluk dan wijsheid is. Genoeg reden om serieuze maatregelen te nemen en zo de kans dat het in de toekomst toch een keertje misgaat, flink te verkleinen. In hun studie komen wetenschappers met een aantal aanbevelingen. Zo lijkt het allereerst natuurlijk heel verstandig om in te zetten op nucleaire ontwapeningsverdragen. Daarnaast is het volgens de onderzoekers goed om ervoor te zorgen dat de lancering van kernwapens altijd de goedkeuring van meerdere mensen vereist – en dus niet, zoals in de VS, in de handen van één persoon ligt. Bovendien pleiten de onderzoekers voor het instellen van regeringstermijnen; niet alle kernwapenstaten hanteren die op dit moment. Ook het implementeren van een soort terugroepsysteem, waarbij kiezers middels een petitie om het ontslag van een (slecht functionerende) politicus kunnen vragen, kan een deel van de oplossing zijn. Net als het voorstel om leiders zowel voorafgaand als tijdens hun ambtstermijn aan medische en psychologische beoordelingen te onderwerpen. “Het in stand houden van een sterke media met onderzoeksjournalisten kan ook helpen om gezondheidsproblemen bij leiders aan het licht te brengen,” merkt Wilson op. Daarnaast wijst hij erop dat politici in het algemeen met veel stress te maken hebben, wat gevolgen kan hebben voor hun mentale welzijn. Zo wees eerder onderzoek onder Britse parlementsleden aan dat zij 34 procent meer kans hebben op mentale gezondheidsproblemen dan andere hoge-inkomensgroepen. Wilson: “Manieren vinden om de stress onder politici te verminderen en beter in te spelen op hun mentale gezondheidsbehoeften, is een andere manier waarop wereldwijde veiligheidsrisico’s kunnen worden beperkt.”



