Jarenlang leek het bijna een natuurwet: het geluksgevoel van mensen is te beschrijven als een U-curve. Maar wetenschappers moeten nu concluderen dat die vlieger niet langer opgaat. En dat is zorgwekkend.
Wetenschapper David Blanchflower, verbonden aan het Dartmouth College, doet al jaren onderzoek naar geluk. En net als zijn collega’s stuit hij daarbij ook al jaren op een U-curve. “Wat we in feite zien, is dat mensen het minst gelukkig zijn op middelbare leeftijd,” vertelt hij. “Je bent gelukkig als je jong bent, en je bent gelukkig als je oud bent – dat is de U-vorm.” Het is een helder verhaal, dat de afgelopen decennia meer dan 600 keer door onderzoek bevestigd is. Alsof ons geluksgevoel een natuurwet te gehoorzamen had. Maar nieuw onderzoek toont nu aan dat daar geen sprake van kan zijn, want de beroemde en beproefde U-curve wankelt.
Britse en Amerikaanse data
Tot die conclusie komen Blanchflower en collega’s in het blad PLoS One, nadat ze zich bogen over data uit het Amerikaanse Behavioral Risk Factor Surveillance System en het Britse Household Longitudinal Survey. In beide onderzoeken wordt jaarlijks een groot aantal mensen bevraagd over (onder meer) hun mentale gezondheid. Hierdoor kunnen de studies een goed beeld geven van hoe die mentale gezondheid zich door de tijd heen en naarmate mensen ouder worden, ontwikkelt.
U-curve is niet meer
Voorafgaand aan het onderzoek zou je misschien verwacht hebben dat de U-curve zich daarbij bijna als vanzelf weer uittekent. Maar dat is niet wat de data lieten zien. “Wat wij ontdekten, was dat het U-vormige patroon vanaf 2013 opeens verdwijnt,” aldus Blanchflower. Heel concreet bleek de linkerarm van de U – die het geluksgevoel van jongeren beschrijft – niet meer omhoog te wijzen. “De U-vormige curve was een van de belangrijkste patronen in de sociale wetenschap – totdat dat niet meer zo was,” stelt Blanchflower.
Wereldwijd
En dat speelt niet alleen in de VS en UK. Want nadat de onderzoekers de U-curve daar zagen afbrokkelen, gingen ze na of ze daarmee op een wereldwijde trend waren gestuit. Ze bogen zich daartoe over de Global Minds Dataset, met daarin de gegevens van bijna twee miljoen mensen in 44 verschillende landen wereldwijd. En ook daar bleek de U-curve op een vergelijkbare manier gehavend te zijn.
Jongeren
Daarmee is de U-curve dus opeens aan verandering onderhevig geworden, waarbij met name de linkerarm er sinds kort heel anders uitziet. Die linkerarm vertegenwoordigt de jongeren, die ooit door de bank genomen dus vrij gelukkig waren, maar dat nu niet meer zijn. “We hebben wereldwijd te maken met een situatie waarin het welzijn van jonge mensen, en met name jonge vrouwen, is ingestort,” stelt Blanchflower.
Verklaring
Het roept natuurlijk de vraag op hoe dat kan. Daar kan op basis van de bestudeerde data geen antwoord op gegeven worden, maar de onderzoekers hebben er natuurlijk wel ideeën over. Daarbij dachten ze in eerste instantie dat (de naweeën van) grote gebeurtenissen – zoals de financiële crisis in 2008 of de COVID-19-pandemie – misschien een rol speelden. Maar nader onderzoek onthulde dat die gebeurtenissen – hoe ingrijpend ook – het mentale welzijn doorgaans maar kort negatief beïnvloed hebben.
Smartphone en sociale media?
Blanchflower vermoedt dan ook dat we de drijvende kracht achter de wankelende U-curve in een heel andere hoek moeten zoeken. Namelijk in de tech-hoek. De onderzoeker acht het aannemelijk dat het afkalvende geluksgevoel van jongeren te herleiden is naar het gebruik van de smartphone en sociale media. “Wanneer kinderen tijd doorbrengen met hun smartphone, hebben ze minder face-to-face contact met anderen en doen ze niet altijd de dingen die wij als kind wel deden. Neurobiologen geven aan dat sociale interactie essentieel is voor de ontwikkeling van het brein: het legt belangrijke verbindingen aan voor sociaal en emotioneel gedrag.”
Er zijn steeds meer studies die een verband leggen tussen het gebruik van smartphones en een verslechterde mentale gezondheid. Of het ook een causaal verband is – oftewel: of de smartphone de oorzaak is van een slechtere mentale gezondheid – is minder duidelijk, maar er zijn inmiddels wel experimenten die daarop wijzen. Meer onderzoek is echter hard nodig én belangrijk, vindt Blanchflower. “We willen geen verloren generatie.”


