Beren zijn geen leeuwen of wolven, maar op de een of andere manier denken wij dat ze ons het liefst willen verscheuren. Terwijl ze in de natuur juist voor een heel ander dieet kiezen en ook in gevangenschap eten ze een stuk eiwitarmer en koolhydraatrijker als ze mogen kiezen.

Een nieuwe studie in Nature over de voeding van reuzenpanda’s en lippenberen zorgt voor aanvullend bewijs dat beren alleseters zijn net als mensen, en veel minder eiwitten nodig hebben dan wat hen gewoonlijk in dierentuinen wordt gevoerd. Sterker nog, ze krijgen meer eiwitten dan hun lief is en sterven vaak relatief jong aan leverkanker of nierziektes.

Teveel eiwit
“Beren zijn geen carnivoren in de strikte zin van het woord, zoals een kat die een eiwitrijk dieet volgt”, zegt hoofdauteur Charles Robbins, hoogleraar natuurbiologie aan de Washington State University. Je vraagt je dan af waarom dieren niet gewoon een kopie van het dieet van hun fortuinlijker soortgenoten in het wild krijgen voorgeschoteld. “In dierentuinen is het beleid altijd geweest om ze te voeren alsof het carnivoren zijn. Of het nu ijsberen, bruine beren of lippenberen zijn, ze krijgen zeer eiwitrijk voedsel voorgeschoteld. Als je dat continu blijft doen, dan dood je ze langzaam.”

Het eetgedrag van twee soorten beren is nauwlettend onderzocht. In gevangenschap levende reuzenpanda’s en lippenberen in verschillende Amerikaanse dierentuinen kregen daarbij dagelijks een gevarieerde en onbeperkte voedselkeuze voor de snuit gepresenteerd. Er werd vastgelegd welk voedsel hun voorkeur had.

Koolhydraten in bamboestengels
Dat gebeurde onder meer in de Memphis Zoo bij een paar reuzenpanda’s. Welke delen van de bamboestruik vinden zij het lekkerst? Ze ontdekten dat reuzenpanda’s de voorkeur gaven aan de koolhydraatrijke halm in de houtachtige bamboestengels. De meer eiwitrijke bladeren lieten ze veelal links liggen. Soms aten ze bijna alleen maar halm. Zo bestond hun dieet in de maand maart bijvoorbeeld voor maar liefst 98 procent uit halm. De wetenschappers analyseerden ook gegevens van vijf Chinese dierentuinen met reuzenpanda’s die zich met succes hadden voortgeplant. Ook de vruchtbare reuzenpanda’s in Azië volgden een koolhydraatrijk en eiwitarm dieet.

Vette avocado’s
Zes lippenberen in de Amerikaanse dierentuinen van Cleveland, Little Rock en San Diego kregen onbeperkt avocado’s, gebakken yams (soort zoete aardappel), wei en appels. Ze kozen bijna uitsluitend voor de vetrijke avocado’s. Het dieet kwam uit op ongeveer 88 procent avocado’s en 12 procent yams. De appels werden volledig door de beren genegeerd. De lippenberen kozen dus voor een vetrijk, koolhydraatarm dieet, dat een vergelijkbare samenstelling lijkt te hebben als het dieet van hun soortgenoten in de wildernis, waar termieten en mieren, alsook hun eieren en larven op het menu staan.

Dit is heel anders dan het koolhydraatrijke dieet dat ze gewoonlijk in gevangenschap op het bordje krijgen. Lippenberen, die in het wild alleen in India voorkomen, leven gemiddeld maar ongeveer zeventien jaar in dierentuinen in de VS. Ze kunnen makkelijk twintig jaar ouder worden dan dat. De meest voorkomende doodsoorzaak van lippenberen in dierentuinen is leverkanker.

Orgaanfalen door eiwitrijk dieet
Een vergelijkbaar patroon is te zien in eerdere ijsbeerstudies. Daaruit bleek dat ijsberen in gevangenschap kiezen voor het vetrijke dieet van wilde ijsberen als ze de keuze hebben. Normaal krijgen de dieren een eiwitrijk dieet voorgeschoteld. IJsberen in dierentuinen sterven meestal ongeveer tien jaar eerder dan in het wild. Meestal is een ernstige nier- of leveraandoening de boosdoener. De nier of lever van een ijsbeer die vastgehouden wordt in een dierentuin is niet zelden chronisch ontstoken; een kwaal die mogelijk wordt veroorzaakt door het slecht uitgebalanceerde dieet. Wederom laat een studie zien dat beren in gevangenschap kiezen voor het eten dat qua voedingswaarden het dichtst bij het dieet van wilde beren in de buurt komt.

Een beer eet net zo lief besjes als zalm. Foto: Jeff Edwards (Getty)

“Er is een hardnekkig idee dat mensen met diploma’s beter weten wat goed is voor een lippenbeer of bruine beer dan de beer zelf”, zegt Robbins. “Al deze verschillende beren begonnen zo’n vijftig miljoen jaar geleden te evolueren, en wat betreft hun voedselvoorkeuren weten ze er meer van dan wij. We zijn een van de eersten die de beren vragen: wat wil je eten? Waar voel jij je goed bij?”

Robbins, de oprichter van het WSU Bear Center (de enige plek in de VS waar grizzlyberen in gevangenschap worden gehouden) bestudeert al tientallen jaren beren en hun voeding. De interesse van hem en zijn afgestudeerde studenten werd in Alaska gewekt toen ze zagen hoe grizzlyberen in het wild zalm aten. Ze dachten dat de vraatzuchtige beren niets anders zouden doen dan zich volstoppen met zalm, dan gaan slapen, weer opstaan en meer zalm eten.

Wat je van beren leren kan
In plaats daarvan zagen ze dat de beren zalm aten, maar dan wegliepen en urenlang kleine bessen gingen zoeken om op te eten. Toen Robbins dat zag, ging bij hem een lichtje branden en ging hij de voedselvoorkeuren van de grizzlyberen onderzoeken. Hij ontdekte dat ze de meeste kilo’s aankwamen wanneer ze een combinatie van eiwitten, vetten en koolhydraten naar binnen werkten; zalm en bessen dus, net zoals in Alaska.

Er zijn acht soorten beren die allemaal een gemeenschappelijke voorouder hebben, die carnivoor was, maar ze zijn sindsdien geëvolueerd en eten nu een veel breder scala aan voedsel. Door deze omschakeling konden ze zich naar meer gebieden verspreiden en hoefden ze niet direct te concurreren met andere vleeseters in hun leefomgeving. “Het maakt dat beren een stuk flexibeler zijn geworden qua voeding”, besluit Robbins.