Ben je een optimist of een pessimist? Dat is terug te zien in de hersenen (en heeft gevolgen voor je sociale relaties)

Veel mensen zeggen het: bij mij is het glas altijd halfvol. Maar is dat ook echt zo of klinkt het gewoon gezelliger? Onderzoekers kunnen dat vanaf nu terugzien in de hersenen. Hun conclusie: optimisten zijn allemaal hetzelfde, iedere pessimist is anders.

De wetenschappers van de Kobe University stellen dat optimisten een breder sociaal netwerk hebben en tevredener zijn met hun relaties. “Maar wat is hiervan de reden? Recente studies hebben aangetoond dat de hersenen van mensen die een centrale sociale positie innemen op vergelijkbare wijze op prikkels reageren. Het kan dus zijn dat mensen die een vergelijkbare kijk op de toekomst hebben, die ook op vergelijkbare wijze in hun hersenen visualiseren, waardoor ze elkaars perspectief gemakkelijker kunnen begrijpen”, legt hoofdonderzoeker Yanagisawa Kuniaki, psycholoog aan de Universiteit van Kobe, uit.

Onder de scan
Om dat te achterhalen, zochten de onderzoekers 87 proefpersonen met uiteenlopende toekomstverwachtingen, van uitgesproken pessimistisch tot heel optimistisch. Alle deelnemers kregen de opdracht om zich verschillende toekomstige gebeurtenissen voor te stellen, terwijl hun hersenactiviteit werd gemeten met fMRI-scans. Dat maakte het mogelijk om hersenpatronen tijdens hun gedachten zichtbaar te maken.

De resultaten, gepubliceerd in het tijdschrift PNAS, zijn opvallend. Als optimisten aan de toekomst denken, vertonen hun hersenen vergelijkbare patronen. Pessimisten daarentegen laten veel meer variatie zien in hun hersenactiviteit. De onderzoekers vatten het samen met een knipoog naar Tolstoj: “Optimistische mensen lijken op elkaar, maar elke pessimist beleeft de toekomst op zijn eigen manier.”

Elkaar beter begrijpen
Volgens Yanagisawa verklaart dat mogelijk waarom optimisten vaker als sociaal worden ervaren. Mensen die op eenzelfde manier naar de toekomst kijken, begrijpen elkaar beter en kunnen gemakkelijker een band met elkaar krijgen. “Het idee van ‘op dezelfde golflengte zitten’ is niet zomaar een metafoor”, legt de psycholoog uit. “We hebben nu letterlijk laten zien dat optimisten in hun brein een gedeelde voorstelling van de toekomst hebben.”

Daarnaast vonden de onderzoekers een ander opmerkelijk verschil: bij optimisten reageren de hersenen duidelijker verschillend op positieve en negatieve scenario’s dan bij pessimisten. Waar pessimisten negatieve gebeurtenissen even concreet beleven als positieve, verwerken optimisten nare scenario’s op een meer abstracte en psychologisch afstandelijke manier. Daardoor voelen die minder zwaar. Optimisten ontkennen negatieve gebeurtenissen dus niet, maar geven ze in hun hoofd minder impact.

Meer dan karakter
Het onderzoek laat zien dat optimisme meer is dan een karaktertrek: het is terug te zien in de manier waarop mensen hun toekomst voor zich zien en hoe ze naar negatieve gebeurtenissen kijken. Maar er blijven nog genoeg vragen over. Is die gedeelde kijk op de toekomst aangeboren of ontstaat die door ervaringen, gesprekken en sociale interactie? En wat betekent dat voor mensen die zich juist niet verbonden voelen met anderen?

Yanagisawa wil in vervolgonderzoek nagaan hoe gedeelde belevingen ontstaan en waarom sommige mensen zich chronisch eenzaam voelen. Zijn hoop is dat beter begrijpen hoe hersenen op elkaar afgestemd raken, uiteindelijk kan bijdragen aan een samenleving waarin mensen zich minder alleen voelen en makkelijker contact maken. “Ik geloof dat het verhelderen van het proces waardoor deze gedeelde realiteit ontstaat, een stap is naar een samenleving waarin mensen beter met elkaar kunnen communiceren.”

Bronmateriaal

Fout gevonden?

Interessant voor jou

Voor jou geselecteerd