Veelgebruikte medicatie blijkt niet alleen lichamelijke klachten te bestrijden, maar heeft ook effect op de hersenen.

Het gaat om zogenoemde steroïden, meer precies de subgroep glucocorticoïden. Prednison en cortison zijn bekende varianten, maar het wordt ook gebruikt in inhalatoren tegen astma. Deze groep medicijnen blijkt de structuur en het volume van witte en grijze stof in de hersenen te veranderen. Dat toont de grootste studie naar het onderwerp tot nu toe aan. Het verklaart waarschijnlijk de psychische bijwerkingen, zoals angst, depressie, manie en delirium die vaak worden waargenomen na langdurig gebruik, aldus de onderzoekers van de Universiteit Leiden, wier studie in BMJ verscheen.

Veel bijwerkingen
Ze onderzochten de invloed van glucocorticoïden op het brein. Deze middelen behoren tot de meest voorgeschreven medicijnen, vanwege hun immuunsysteem onderdrukkende werking. Ze worden gebruikt om een ​​breed scala aan medische aandoeningen te behandelen. De medicijnen zijn uiterst effectief maar komen met veel bijwerkingen, onder andere op psychisch vlak.

Om erachter te komen in hoeverre de bijwerkingen ook optreden bij mensen die de steroïden inhaleren voor bijvoorbeeld astma, gebruikten de onderzoekers gegevens van de UK Biobank, een database met gezondheidsinformatie van een half miljoen Britten tussen de 40 en 69 jaar. Ze wilden achterhalen of er waarneembare verschillen waren in hersenvolume en -structuur tussen gebruikers en niet-gebruikers van systemische glucocorticoïden, die in het hele lichaam terechtkomen en de geïnhaleerde variant. Daarbij keken ze ook of de verwerkingssnelheid van de hersenen en de emotionele respons afnamen.

MRI-scans
De MRI-scans van 222 mensen die systemische steroïden gebruikten en 557 die de geïnhaleerde versie namen, werden vergeleken met die van 24.106 niet-gebruikers. Geen van de deelnemers aan de studie was eerder gediagnosticeerd met neurologische, psychiatrische of hormonale stoornissen of slikte stemmingsveranderende medicijnen, zoals antidepressiva. Deelnemers vulden een vragenlijst in om bepaalde aspecten van de stemming in de afgelopen twee weken te beoordelen.

Witte stof
De resultaten waren klip en klaar: de MRI-scans toonden aan dat de hersenen van beide groepen steroïdengebruikers een minder intacte structuur van de witte stof hadden dan die van de niet-gebruikers. Witte stof verbindt hersengebieden en zorgt voor de communicatie tussen de gebieden en het doorgeven van informatie.

Waar de structuur van de witte stof veranderde door het steroïdengebruik, nam bij de grijze stof vooral het volume af, vertelt professor Onno Meijer van het UMC Leiden tegen Scientias.nl. “Die veranderingen zijn niet heel groot, en met name niet erg veel. Tot onze verrassing zijn de veranderingen in witte stof prominenter.” Maar ook die veranderingen zijn met een afname van 1 tot 2 procent klein. “Dat is een gemiddelde. Bij veel extremere situaties, zoals bij de ziekte van Cushing waarvoor patiënten steroïden gebruiken, zijn die veranderingen iets van 5 procent.”

Niet direct merkbaar
Wat patiënten daar in de praktijk van merken? De meesten hebben er niet veel last van. “Voor de gemiddelde gebruiker zal er niet direct veel merkbaar zijn, gelukkig”, reageert Meijer. “Maar: voor mensen die lang hoge doseringen krijgen, en die ook nog eens gevoelig zijn, zou het wel degelijk gevolgen kunnen hebben voor het functioneren van de hersenen, met name op het gebied van cognitie en stemming.”

Hersenvolume
De effecten waren groter bij systemische gebruikers dan bij gebruikers van inhalatiesteroïden. Of de hoogte van de dosis veel uitmaakt, is niet bekend. “We vonden wel dat mensen die langdurig, bijvoorbeeld jaren, deze steroïden gebruikten grotere veranderingen hadden in de witte stof.”

Degenen die steroïden slikten hadden een groter caudaal hersengedeelte en degenen die een inhalator gebruikten hadden een kleinere amygdala. Beiden zijn onderdeel van de grijze stof en betrokken bij cognitieve en emotionele hersenfuncties. “Het hersenvolume wordt vaak gerelateerd aan hoe actief een hersengebied is of kan zijn”, legt de Leidse professor uit. “De veranderingen in witte stof, die wij zagen kun je interpreteren als: hoe goed verloopt de communicatie tussen verschillende hersengebieden.”

Onder andere in puffers tegen astma zitten glucocorticoïden. Foto: Gpoint Studio

Vermoeidheid
De steroïdenslikkers presteerden ook slechter op een test die de verwerkingssnelheid van de hersenen mat én ze rapporteerden meer depressieve klachten, apathie, rusteloosheid en vermoeidheid dan niet-gebruikers. De patiënten die inhalatoren gebruikten, waren alleen vermoeider.

Volgens de onderzoekers is een causaal verband tussen het gebruik van glucocorticoïden en veranderingen in de hersenen erg waarschijnlijk. Maar ze waarschuwen dat op basis van deze studie die conclusie niet formeel getrokken mag worden. Enkele andere kanttekeningen zijn dat slechts een paar indicatoren voor een veranderde stemming zijn gemeten en dát bovendien gedurende slechts twee weken. De stemmingswisselingen kunnen ook door de aandoening zelf komen in plaats van door de medicijnen.

Veel psychische bijwerkingen
Toch schrijven ze: “Hoewel het onduidelijk blijft of de effecten gevolgen hebben voor de gehele groep gebruikers, zijn deze bevindingen opmerkelijk gezien de veel voorkomende psychische bijwerkingen van synthetische glucocorticoïden.”

En ze concluderen: “Deze studie toont aan dat zowel systemische als geïnhaleerde glucocorticoïden geassocieerd worden met een verminderde structuur van de witte stof, wat gedeeltelijk ten grondslag kan liggen aan de neuro-psychiatrische bijwerkingen die zijn waargenomen bij patiënten die deze middelen gebruiken.”

Meijer reageert: “Witte stof is kennelijk gevoeliger dan grijze stof als het om structurele veranderingen in het brein gaat na gebruik van deze steroïden. Dat betekent dat we ook naar niet-zenuwcellen moeten gaan kijken.”

Lagere dosering
Maar niet alleen voor de wetenschap zijn de implicaties groot, ook voor artsen kan de studie belangrijk zijn. “Het is opvallend dat we ook bij inhalatie-steroïden een effect zien”, vindt Meijer. Iedere dokter weet dat systemische glucocorticoïden veel bijwerkingen kunnen geven (onder meer diabetes, hoge bloeddruk, slechte botgezondheid). Bij inhalatie is dat veel minder, maar toch zien we dit effect. Waarvan we niet weten of het omkeerbaar is. Dit is nog maar weer eens een reden om ‘zo laag mogelijk’ te doseren bij deze geneesmiddelen – ook bij puffers.”

De professor was verrast dat er überhaupt een effect was bij een groep patiënten die niet per se heel veel van deze steroïden gebruiken. “Verder viel op dat er eigenlijk heel weinig in de grijze stof gebeurt – daarover is veel gepubliceerd in relatie tot blootstelling aan (hogere concentraties van) glucocorticoïden. Die zenuwcellen daar zijn wel gevoelig voor de steroïden, maar dat zie je niet terug op het niveau van de hersenstructuur.” Dat de witte stof wel heel duidelijk reageerde, was eveneens opmerkelijk. “We moeten dus niet al te ‘zenuwcel-centrisch’ zijn als we proberen te begrijpen wat er in de hersenen gebeurt bij blootstelling aan glucocorticoïden.”

Vanwege het effect op de hersenen en het wijdverbreide gebruik van deze medicijnen, moeten zowel artsen als patiënten op de hoogte zijn van de mogelijke bijwerkingen van glucocorticoïden, zeggen de onderzoekers tot slot. Ze pleiten voor onderzoek naar alternatieve behandelopties.