Je zou denken dat mensen die kinderen willen een jonge partner zoeken. Evolutionair gezien is de jeugd toch een teken van vruchtbaarheid en gezondheid. Maar gek genoeg blijkt uit onderzoek iets anders: wie een sterke kinderwens heeft, geeft helemaal niet de voorkeur aan een jonger gezicht.
Wetenschappers van de University of Strathclyde in Glasgow vroegen 149 mannen en 151 vrouwen van 30 en 31 jaar oud om 50 portretfoto’s van het andere geslacht te beoordelen op een schaal van ‘helemaal niet aantrekkelijk’ tot ‘zeer aantrekkelijk’. Alle deelnemers waren heteroseksuele mensen zonder kinderen. De personen op de foto’s waren tussen de 19 en 55 jaar oud. Daarna moesten de deelnemers invullen in welke mate ze een kinderwens hadden. De conclusie was opmerkelijk: mensen met een sterke kinderwens hadden geen voorkeur voor jongere gezichten.
Geen voorkeur voor jeugd
“Onze studie daagt een wijdverbreide aanname uit in de evolutionaire psychologie. We ontdekten dat mannen en vrouwen met een sterkere kinderwens juist minder vielen voor jongvolwassen gezichten. Er is dus geen bewijs voor het idee dat de behoefte aan voortplanting leidt tot een grotere voorkeur voor jeugdigheid”, schrijven de onderzoekers.
“Eerlijk gezegd hadden we dit resultaat in eerste instantie helemaal niet verwacht”, vertelt hoofdonderzoeker Jingheng Li aan Scientias.nl. “We wilden eigenlijk de standaard evolutionaire hypothese testen, namelijk dat een sterkere kinderwens, vooral bij mannen, zou leiden tot een grotere voorkeur voor jeugdigheid, omdat jeugd een belangrijke aanwijzing is voor vruchtbaarheid. Maar we vonden juist het tegenovergestelde. Mensen met een sterke kinderwens lieten een zwakkere voorkeur zien voor jonge gezichten dan deelnemers met een minder sterke kinderwens.” Maar belangrijk om te benadrukken: ze gaven geen voorkeur aan oudere gezichten. Ze hechtten simpelweg minder belang aan jongheid.
Vruchtbaarheid versus zorg
De onderzoeker heeft wel een verklaring: “We vermoeden dat dit te maken heeft met een soort uitruil bij de partnerkeuze. Vanuit een evolutionair perspectief staan mensen vaak voor een afweging tussen signalen van goede genen, bijvoorbeeld jeugd en fysieke aantrekkelijkheid en de investeringen van ouders, zoals middelen en zorg. Terwijl jeugd vruchtbaarheid uitstraalt, vereist het grootbrengen van een kind juist aanzienlijke middelen en aandacht. Eigenschappen die met die investeringen samenhangen, worden vaak sterker naarmate iemand ouder wordt. Als het doel is om succesvol nageslacht groot te brengen, kunnen mensen dus eerder de voorkeur geven aan de mogelijkheid tot investeringen dan puur vruchtbaarheidssignalen.”
Maar hoe kun je – onbewust misschien – aan een gezicht aflezen of iemand bereid is tot zorgen of andere investeringen? De onderzoekers hebben rijkdom en ouderlijke vaardigheden al uitgesloten. “Ik vermoed dat waargenomen persoonlijkheidskenmerken een rol kunnen spelen. Een partner die psychologisch stabieler lijkt of klaar om te settelen, kan een vorm van niet-materiële investering tonen die de overlevingskansen van nakomelingen ten goede komt”, aldus Li.
De Life History Theory
Wat ook interessant is volgens de onderzoeker is het perspectief van de Life History Theory. “Omdat onze deelnemers uit het Verenigd Koninkrijk komen, een relatief stabiele en welvarende omgeving, is het waarschijnlijk dat zij een trage ‘levensgeschiedenisstrategie’ hanteren. Die strategie legt meer nadruk op ouderlijke inzet dan op partnerverwerving. Daardoor kan een kinderwens in deze context eerder een voorkeur oproepen voor signalen van volwassenheid, in plaats van voor extreme jeugd. In een hardere, minder stabiele omgeving waar ‘snelle strategieën’ de norm zijn, kan dit patroon anders zijn.”
Evolutionaire mismatch
In de toekomst hoopt Li meer te weten te komen over deze evolutionaire mismatch. “Sommige wetenschappers stellen dat de bewuste kinderwens zelf misschien geen geëvolueerde aanpassing is, maar eerder een modern psychologisch fenomeen. In ons evolutionaire verleden was reproductie een vanzelfsprekend gevolg van seks, terwijl we tegenwoordig dankzij anticonceptie onze vruchtbaarheid actief kunnen plannen. Ik hoop dat toekomstig onderzoek dan ook meer aandacht besteedt aan hoe we in onze moderne samenleving omgaan met onze geëvolueerde psychologie rond partnerkeuze en voortplanting”, klinkt het tot besluit.


