De ene hersenaandoening is de andere niet. Of toch wel? Een medicijn tegen ADHD lijkt ook de symptomen te verminderen van de ziekte van Alzheimer. Het effect is overtuigend genoeg voor verder onderzoek.

De overlap tussen ADHD en alzheimer zit hem in de verstoorde werking van het hormoon noradrenaline, dat wordt aangemaakt in de locus caeruleus (blauwe kern), een hersengebiedje in de hersenstam dat cruciaal is voor onder meer geheugen, aandachtspanne, leervermogen, actiebereidheid en de onderdrukking van ongepast gedrag.

Dit gebiedje wordt al in een vroeg stadium van de ziekte van Alzheimer aangetast. Het draagt bij aan de cognitieve en neurologische symptomen die kenmerkend zijn voor de aandoening. Er zijn al langer signalen dat medicijnen die de werking van noradrenaline beïnvloeden de symptomen van alzheimer kunnen onderdrukken. Denk daarbij aan middelen als methylfenidaat (de werkzame stof in Ritalin en Concerta), atomoxetine (ook een noradrenalineheropnameremmer) en guanfacine (tegen ADHD en lage bloeddruk).

Behoorlijk positief
Om meer te weten te komen over dit effect, legden wetenschappers van onder meer het Imperial College London alle studies over dit onderwerp, die tussen 1980 en 2021 zijn verschenen, naast elkaar. Negentien van deze studies richtten zich op Alzheimer en milde cognitieve klachten. Daaraan deden in totaal 1811 patiënten mee. Een aantal studies was te slecht van kwaliteit dus uiteindelijk omvatte de metastudie tien onderzoeken met 1300 patiënten. Er werd gekeken naar het effect van medicijnen op onder meer oriëntatie, aandachtspanne, geheugen, verbale vaardigheden, taal en ruimtelijk-visuele capaciteiten.

Daaruit kwam een klein, maar significant positief effect naar voren van de medicijnen op de algemene cognitieve vaardigheden, gekeken naar de zogenoemde MMSE (Mini-mental State Examination), waarmee alzheimer en dementie kunnen worden vastgesteld.

Apathie
Daarna is nog verder onderzoek gedaan naar acht studies met 425 patiënten. Daarbij werd gekeken naar gedragskenmerken, zoals boosheid en apathie. De medicijnen bleken een groot positief effect te hebben op apathie, zelfs na correcties voor de verschillen in onderzoeksvorm en onderwerp. “Hoogstwaarschijnlijk kunnen de noradrenerge medicijnen effectief zijn in de behandeling van alzheimer, vooral op het gebied van apathie, maar ook als het gaat om algemene cognitieve vaardigheden”, zeggen de onderzoekers, wier studie verscheen in het Journal of Neurology Neurosurgery & Psychiatry. “Het is belangrijk dat er specifieke klinische trials gaan plaatsvinden voor de behandeling van alzheimer met deze middelen.” Daarbij moet aandacht zijn voor de juiste selectie van patiënten: in welk stadium van alzheimer zitten ze? Ook moet goed gekeken worden naar de dosering van de middelen en hun interactie met andere behandelingen.

Langzamerhand begint het er dus steeds meer op te lijken dat ADHD-medicijnen de symptomen van alzheimer kunnen verminderen, al is er nog een lange weg te gaan. De medicijnen bestaan bovendien al en zijn voor zover bekend niet heel erg schadelijk. Een hoopvol bericht voor de tienduizenden Nederlanders per jaar die te horen krijgen dat ze alzheimer hebben.

Wat is noradrenaline?
Noredraline of norepinefrine is een neurotransmitter, die invloed heeft op de stemming. Wie te weinig noradrenaline aanmaakt, voelt zich over het algemeen down of depressief. Te veel van het hormoon leidt tot een euforisch, gespannen of angstig gevoel.

Noradrenaline wordt soms toegediend bij patiënten met een extreem lage bloeddruk. Depressieve mensen kunnen medicijnen gebruiken die de aanmaak van de neurotransmitter stimuleren. Mensen met ADHD krijgen juist middelen die de heropname van noradrenaline afremmen, zoals Ritalin.

Cafeïne heeft ook invloed op de werking van noradrenaline. Het versterkt de receptoren voor noradrenaline en vergroot zo het effect. Ook drugs als cocaïne en MDMA hebben een stimulerend effect op noradrenaline.

Het lichaam produceert noradrenaline net als adrenaline in acute stresssituaties. De bloeddruk gaat omhoog en de bloedtoevoer naar het spijsverteringsstelsel neemt af, waardoor het bloed beschikbaar komt voor de hersenen en de spieren.