Voor het eerst zijn in Zuid-Amerika stukken barnsteen gevonden met daarin bewaarde insecten. De ontdekking, gedaan in een steengroeve in Ecuador, werpt nieuw licht op een 112 miljoen jaar oud bos.
Onderzoekers van de Universiteit van Barcelona krijgen daarmee niet alleen een zeldzaam inkijkje in het leven van toen, maar ook nieuwe kansen om een tot nu toe nauwelijks bekend ecosysteem te ontrafelen. Zo melden de onderzoekers in Communications Earth & Environment.
Barnsteen is een gefossiliseerde hars die afkomstig is van naaldbomen. Miljoenen jaren geleden droop de hars uit de bomen en versteende vervolgens. Soms raakt een insect verstrikt in de vloeibare hars, het insect wordt direct luchtdicht afgesloten en daarmee goed voorbereid op een bestaan als fossiel. Het versteende insect blijft zo gevangen in het barnsteen en is vaak ook goed zichtbaar. Door de grote ouderdom vervagen de oorspronkelijke kleuren van het insect en wordt het uiteindelijk zwart. In de film Jurassic Park wordt opgezogen dinosaurusbloed uit een in barnsteen gevangen insect gehaald. Een mooi idee, maar het is niet mogelijk om DNA terug te winnen uit bloed dat door gefossiliseerde insecten is opgezogen.
Barnsteenmonsters in het algemeen hebben een brede datering, waarbij de vroegste datering 320 miljoen jaar geleden is. Er is echter een verrassende toename in het aantal monsters in het fossielenbestand tussen 120 en 70 miljoen jaar geleden, tijdens het Krijt (143,1 miljoen tot 66 miljoen jaar geleden). Door de ingesloten resten hebben onderzoekers de mogelijkheid om organismen, zoals insecten en bloemen, te bestuderen die anders zelden bewaard zijn gebleven.
Tot voor kort bevonden bijna alle vindplaatsen van barnsteen zich op het noordelijk halfrond. Daardoor is er een beperkt inzicht in de biodiversiteit en het ecosysteem van het zuidelijk halfrond tijdens het Krijt. De overvloed aan barnsteen is waarschijnlijk ontstaan door de combinatie van drie factoren: de naaldbomen die veel hars produceerden, de aanwezigheid van bossen met veel harsrijke bomen vlakbij kustgebieden en het veranderlijke klimaat tijdens het Krijt.
Onderzoeker Xavier Delclòs en zijn collega’s analyseerden barnsteenmonsters en het omringende gesteente uit de Genoveva-groeve in Ecuador. Het barnsteen dateert van ongeveer 112 miljoen jaar geleden en maakt deel uit van de recent ontdekte vindplaats in de Hollín-formatie, een gesteentelaag in het Oriente-bekken. De onderzoekers identificeerden twee verschillende soorten barnsteen: een die zich ondergronds vormde rond de wortels van de planten, en een andere die zich vormde toen hars aan de lucht werd blootgesteld.
In de 60 geanalyseerde barnsteenmonsters vonden de onderzoekers 21 fossiele insluitsels bestaande uit leden van vijf insectenordes, waaronder vliegen, kevers, mieren en wespen. Ook vonden ze een fragment van een spinnenweb en zagen ze een grote verscheidenheid aan plantenfossielen, bijvoorbeeld sporen, pollen en resten.
De onderzoekers concluderen dat de kenmerken van de ingesloten resten en de omliggende fossielen laten zien dat het barnsteen is gevormd in een vochtig en dichtbegroeid bosgebied, waar veel harsproducerende bomen stonden. Ze zeggen dat deze ontdekking heel belangrijk is voor toekomstig onderzoek naar deze periode.

