Maar deskundigen zijn er nog altijd van overtuigd dat het virus zich niet breed verspreiden zal.

Het aantal patiënten met het apenpokvirus neemt toe. Eerder deze week meldden Engelse autoriteiten al dat zeven mensen uit Groot-Britannië het virus onder de leden hebben. Niet alleen blijkt nu dat de aantallen in Groot-Britannië zijn opgelopen, het virus is nu ook opgedoken in Portugal, de Verenigde Staten en mogelijk in Spanje. Moeten we ons zorgen maken?

Wat is het?

Het apenpokvirus is een virusinfectie die normaliter eigenlijk alleen voorkomt in Afrika, maar soms door reizigers ook naar andere landen wordt gebracht. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, komt het virus voornamelijk voor onder kleine Afrikaanse dieren – zoals bijvoorbeeld knaagdieren. Soms kunnen apen het echter – net als mensen – oplopen, bijvoorbeeld door fysiek contact met geïnfecteerde dieren. Het virus is verwant aan het bekende pokkenvirus (Variola) dat dankzij een wereldwijde vaccinatiecampagne sinds de tweede helft van de jaren zeventig niet meer voorkomt. Het apenpokvirus kent – voor zover we nu weten – twee stammen: de Congo-stam is vrij besmettelijk en ziekmakend en leidt in ongeveer in 10 procent van de gevallen tot sterfte. Daarnaast is er de West-Afrikaanse stam die wat minder besmettelijk en ziekmakend is en in ongeveer 1 procent van de gevallen dodelijk is. Op dit moment wordt aangenomen dat deze laatstgenoemde stam verantwoordelijk is voor de Britse infecties.

Nadat het apenpokvirus eerder deze week bij enkele Britten was vastgesteld, meldt de Britse Health Security Agency (UKHSA) nu weer twee nieuwe gevallen te hebben ontdekt. Het gaat om een persoon woonachtig in London en een persoon uit het zuidoosten van Engeland. Het betekent dat momenteel negen Britten het virus hebben opgelopen.

Raadselachtig
Hoe dat is gebeurd is nog enigszins raadselachtig. De laatste twee bevestigde gevallen blijken namelijk niet in landen te zijn geweest waar het apenpokvirus rondwaart. En dus is het waarschijnlijk dat er sprake is van gemeenschapsoverdracht. Opvallend genoeg melden de twee nieuwe gevallen geen bekende connecties te hebben met de Britten waarbij het virus eerder is vastgesteld. Op dit moment onderzoekt de UKHSA dan ook hoe zij het apenpokvirus kunnen hebben gekregen en hoe iedereen met elkaar in verband kan worden gebracht.

Andere landen
Het apenpokvirus blijkt niet alleen in Groot-Britannië huis te houden. Want ook in Portugal, de Verenigde Staten en Spanje zijn meldingen gemaakt. In Portugal zijn meer dan 20 vermoedelijke gevallen aan het licht gebracht, waarvan er onderhand vijf zijn bevestigd. Het gaat voornamelijk om jonge mannen. In de Verenigde Staten is bij één persoon het apenpokvirus vastgesteld: een volwassen man die onlangs naar Canada was afgereisd. In Spanje hebben mogelijk acht personen het virus onder de leden, al zijn deze gevallen nog niet officieel bevestigd.

De symptomen
De eerste symptomen van apenpokken zijn koorts, hoofdpijn, spierpijn, rugpijn, gezwollen lymfeklieren, koude rillingen en moeheid. Er kan uitslag ontstaan die vaak begint op het gezicht en zich vervolgens naar andere delen van het lichaam verspreidt, inclusief de geslachtsorganen. De uitslag kan gedurende de tijd veranderen en doorloopt verschillende stadia. Zo kan het eruit zien als waterpokken of syfilis. Uiteindelijk vormt er een korstje, dat er later af valt.

Wat veel van de patiënten met elkaar gemeen hebben, is dat ze zichzelf identificeren als homoseksueel, biseksueel of als MSM (mannen die seks hebben met andere mannen). “Het virus verspreidt zich niet gemakkelijk onder mensen en het risico voor de Britse bevolking is klein,” zo benadrukt de UKHSA. “Maar de meeste recente gevallen zien we binnen homoseksuele en biseksuele gemeenschappen en onder mannen die seks hebben met andere mannen. Aangezien het virus zich door nauw contact verspreidt, adviseren we deze groepen om alert te zijn op ongebruikelijke uitslag of wondjes op het lichaam en dan met name de genitaliën.”

SOA
Dit betekent overigens niet meteen dat het apenpokvirus alleen deze groepen treft, of dat het een seksueel overdraagbare aandoening is. “Van nature omvat seksuele activiteit intiem contact,” zegt Michael Skinner, een viroloog aan het Imperial College London. “Dit kan de kans op overdracht vergroten, ongeacht seksuele geaardheid en wijze van overdracht.”

Zorgen
Een prangende vraag is natuurlijk in hoeverre we ons zorgen moeten maken om de huidige uitbraak van het apenpokvirus. Wat enigszins zorgwekkend is, is dat in tegenstelling tot eerdere uitbraken het leeuwendeel van de geïdentificeerde patiënten niet met elkaar in contact is geweest en ook geen gedeelde contacten heeft. Dit wijst erop dat nog niet alle patiënten op de radar zijn, zowel in het Verenigd Koninkrijk als in andere landen. Experts zijn dan ook bezorgd dat deze uitbraak anders is dan wat doorgaans geassocieerd wordt met het apenpokvirus. Ook is de verspreiding buiten het Verenigd Koninkrijk wat zorgelijk.

Geen paniek
Toch is er nog altijd geen reden voor paniek, zo stelt epidemioloog Michael Head. Feit blijft namelijk dat het apenpokvirus zich vrij lastig van mens tot mens verspreidt. “Het vereist zeer nauw contact, bijvoorbeeld huid-op-huidcontact met een individu dat reeds besmettelijk is en last heeft van uitslag,” legt Head uit. Het betekent dat we ons dus niet gelijk zorgen hoeven te maken. “Wel moeten artsen en volksgezondheidsinstanties alert zijn om geïnfecteerde patiënten vroegtijdig op te sporen en de overdracht te beperken,” zegt Skinner.

Ondanks dat het apenpokvirus met name in Afrika voorkomt, neemt de verspreiding van het virus de laatste jaren ook buiten dit continent toe. De eerste keer dat het apenpokvirus buiten Afrika werd aangetroffen was in 2003, toen een uitbraak in de Verenigde Staten 47 mensen trof. De oorsprong werd gevonden bij prairiehonden die als huisdier werden verkocht en hadden samengeleefd met dieren uit Ghana. In 2018 doken er enkele gevallen op in Israël en het Verenigd Koninkrijk en een jaar later wederom in het het Verenigd Koninkrijk en Singapore. In 2021 werd het virus weer bij enkele Britten en Amerikanen ontdekt, waarvan de meesten onlangs nog in Afrika waren geweest.