Met name het geneesmiddel tecovirimat lijkt werkzaam, al is er volgens wetenschappers dringend meer onderzoek nodig om dit te bevestigen.

Het apenpokvirus lijkt bezig te zijn aan een opmars. Niet alleen liep het aantal besmettingen afgelopen week in Groot-Brittanië op, steeds meer landen melden nieuwe gevallen. En dus wordt ook de noodzaak van een werkend medicijn steeds urgenter. In een kleine studie, gepubliceerd in het prestigieuze vakblad The Lancet, hebben onderzoekers de reactie van apenpokpatiënten op twee verschillende antivirale medicijnen geobserveerd. En de resultaten zijn gematigd positief.

Meer over het apenpokvirus
Het apenpokvirus verspreidt zich van dier op mens; meestal door een beet van een dier of het eten van verkeerd gekookt vlees. In zeldzame gevallen kan het virus zich van mens op mens verspreiden. Het eerste geval bij mensen werd in 1970 in Congo ontdekt. Sindsdien komt het virus eigenlijk maar zelden buiten Centraal- en West-Afrikaanse landen voor. De gemelde symptomen van apenpokken zijn koorts, huiduitslag en gezwollen lymfeklieren. De sterftecijfers variëren sterk, van 1 tot 10 procent in Congo tot minder dan 3 procent in Nigeria. De meeste sterfgevallen door apenpokken komen voor bij kinderen en mensen met hiv.

Over het apenpokvirus is nog maar weinig bekend. Zo is het bijvoorbeeld nog onduidelijk hoe lang iemand besmettelijk is, al lijkt de incubatietijd te variëren tussen de vijf en 21 dagen. Ook bestaan er momenteel nog geen goedgekeurde behandelingen. Patiënten verblijven doorgaans in isolatie in een gespecialiseerd ziekenhuis om verspreiding van het virus te voorkomen.

Antivirale middelen
In het nieuwe onderzoek bestudeerden wetenschappers gegevens van zeven mensen bij wie het virus in Groot-Britannië is vastgesteld. Vier van hen hadden het apenpokvirus enkele jaren geleden onder de leden en drie van hen zijn recentelijk besmet geraakt. De onderzoekers observeerden klinische gegevens naast bloeduitslagen en neus- en keeluitstrijkjes om de duur en klinische kenmerken van apenpokken bij deze zeven mensen te beschrijven. Daarnaast bestudeerden ze de reactie van de apenpokpatiënten op antivirale medicijnen die zijn ontwikkeld om pokken te behandelen: brincidofovir en tecovirimat. Deze middelen bleken eerder al werkzaam tegen de apenpokken bij dieren.

Brincidofovir en tecovirimat
De eerste vier apenpokpatiënten waren behandeld met het antivirale medicijn brincidofovir. De onderzoekers ontdekten echter dat de behandeling met brincidofovir niet tot zichtbare verbeteringen leidt, al merken ze op dat het niet bekend is of toediening van het medicijn eerder in het ziekteverloop of bij een andere dosering andere resultaten zou hebben opgeleverd. Desondanks herstelden deze patiënten volledig.

Eén van de recentelijk besmet geraakte apenpokpatiënten werd behandeld met tecovirimat. Deze patiënt ervoer een kortere duur van symptomen en bleek korter besmettelijk. Dit lijkt erop te wijzen dat sommige antivirale medicijnen ervoor kunnen zorgen dat patiënten dus minder lang last hebben van symptomen en korter besmettelijk zijn. Hoewel dat goed nieuws is, houden de onderzoekers een slag om de arm. Zo merken ze op dat er in zo’n klein cohort geen conclusies kunnen worden getrokken over de antivirale effectiviteit van dit middel tegen apenpokken.

Kennis uitbreiden
Volgens experts is het heel belangrijk dat we onze kennis over het virus zo snel mogelijk uitbreiden. “Tot nu toe was apenpokken een zeldzame, geïmporteerde aandoening in het Verenigd Koninkrijk,” zo schrijven de onderzoekers. “Uitbraken buiten Afrika zijn ongebruikelijk. Maar de afgelopen dagen is het aantal gevallen in verschillende Europese landen en wereldwijd aanzienlijk gestegen. Gegevens over klinische onderzoeken ontbreken echter.”

Nieuwe inzichten
Maar de nieuwe studie levert in ieder geval gedeeltelijk nieuwe inzichten op. “Volksgezondheidsexperts proberen te begrijpen wat de oorzaak is van de uitbraken van apenpokken in mei 2022 in Europa en Noord-Amerika, waarbij verschillende mensen besmet zijn geraakt die niet in landen zijn geweest waar het apenpokvirus rondwaart en geen bekende connecties hebben met de Britten waarbij het virus eerder is vastgesteld,” zegt Hugh Adler, hoofdauteur van het artikel. “Ondertussen biedt onze studie enkele van de eerste inzichten in het gebruik van antivirale middelen voor de behandeling van apenpokken bij mensen.”

De onderzoekers stellen dat meer onderzoek naar antivirale middelen als behandeling voor apenpokken dringend nodig is. Daarnaast is het zeker de moeite waard om de effectiviteit van tecovirimat verder te bestuderen. De hoop is dat er op den duur een goed werkend medicijn beschikbaar komt dat deze verwaarloosde tropische ziekte volledig kan genezen.