Amandelbomen blijken eigen ‘beschermers’ te hebben tegen anthracnose

Amandeltelers krijgen steeds vaker te maken met anthracnose: een schimmelziekte die vooral in natte, koele lentes hard kan toeslaan. Nieuw onderzoek laat nu iets hoopvols zien: de amandelboom lijkt zelf al de sleutel in handen te hebben.

Onderzoekers van de Universiteit van Lissabon beschrijven in het vakblad Agricultural Ecology and Environment dat verschillende schimmels, die van nature op en in amandelbomen leven, de belangrijkste veroorzaker van anthracnose in het Middellandse Zeegebied sterk kunnen remmen. Dat kan op termijn leiden tot duurzamere bescherming, met minder afhankelijkheid van chemische middelen.

Ziektes rukken op

De amandelteelt groeit snel, onder meer door intensievere teeltsystemen en een hoge vraag. Maar juist die combinatie kan ook extra risico’s met zich meebrengen. Zo profiteert Anthracnose van vochtige omstandigheden. Tijdens een regenachtige lente kan de ziekte zich razendsnel verspreiden en daarbij de kwetsbaarste en meest waardevolle delen raken: de bloemen en jonge vruchten.

Leestip: Dodelijke ‘vloek van de Farao’-schimmel blijkt mogelijk succesvol kankermedicijn

In de strijd tegen anthracnose gebruiken telers nu vooral preventieve bespuitingen met fungiciden. Die kunnen werken, maar zijn ook best schadelijk voor het milieu. De Portugese onderzoekers kozen daarom voor een andere invalshoek. Onderzoeker Pedro Talhinhas zegt: “Ons doel was om de amandelboom niet alleen te zien als een gastheer voor een ziekte, maar ook als een bron van gunstige micro-organismen. Veel schimmels leven stilletjes in plantweefsel zonder schade te veroorzaken, en sommige soorten kunnen de plant actief beschermen tegen ziekteverwekkers.”

Op zoek naar beschermers

Om die ‘beschermers’ te vinden verzamelden de wetenschappers bloemen, bladeren, takken en vruchten van 16 amandelrassen uit belangrijke teeltregio’s in Portugal. Ze vergeleken materiaal dat wel en niet aan de buitenkant was ontsmet in het lab. Zo konden ze onderscheid maken tussen schimmels die op het oppervlak leven en schimmels die hun thuis liever in de plant zelf hebben. Die laatste groep heet endofyten: micro-organismen die in het weefsel aanwezig zijn zonder de plant ziek te maken.

De opbrengst van die speurtocht was groot. In totaal haalden de onderzoekers bijna 20.000 schimmels uit de monsters, afkomstig uit 39 verschillende geslachten. Vooral takken en vruchten bleken een populaire hotspot te zijn voor endofyten. Veel voorkomende groepen waren onder meer Alternaria, Cladosporium en Trichoderma, schimmels die vaker in landbouwsystemen worden gevonden.

Schimmeloorlog in een schaaltje

Vervolgens kozen de onderzoekers 24 schimmelmonsters uit om het op te nemen tegen Colletotrichum godetiae, de belangrijkste veroorzaker van anthracnose. In het laboratorium keken ze niet alleen naar de groei van de ziekteverwekker, maar ook naar de productie van sporen. Die sporen zijn belangrijk, omdat ze de ziekte helpen verspreiden.

Een paar kandidaten sprongen eruit. Soorten uit het geslacht Trichoderma en de soort Neurospora intermedia bleken bijzonder effectief. Ze remden de groei van de ziekteverwekker met meer dan 75 procent en verlaagden ook de sporenproductie sterk. Eén schimmelsoort, Trichoderma viridescens, drukte de sporenproductie zelfs met meer dan 99 procent.

Volgens teamlid Madalena Ramos gebruiken de ‘goede’ schimmels meerdere manieren om de ziekteverwekker te verslaan. “Deze schimmels gebruiken verschillende strategieën,” legt ze uit. “Sommige groeien sneller en overwoekeren de ziekteverwekker, terwijl andere stoffen lijken af te geven die de ontwikkeling blokkeren of de vorming van sporen voorkomen.”

Biologische gewasbescherming

Belangrijk is dat veel van de meest effectieve schimmelsoorten endofyten waren. Omdat die al gewend zijn om in amandelweefsel te leven is de kans daardoor groter dat ze het ook buiten het lab volhouden. Toch is dat nog niet helemaal zeker. De onderzoekers benadrukken daarom dat er meer vervolgonderzoek nodig is, bijvoorbeeld in kassen en boomgaarden, om te zien of de aanpak ook onder echte omstandigheden werkt.

Als dat lukt, kan het een grote stap zijn richting biologische gewasbescherming die beter past bij een duurzame teelt. Talhinhas: “Door te werken met het eigen microbioom van de amandelboom kunnen we toewerken naar bescherming die effectief en milieuvriendelijk is. Dit is een veelbelovende eerste stap om minder afhankelijk te worden van chemische bestrijdingsmiddelen.”

We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook ‘Zombieboom’ in Queensland dreigt door schimmel binnen een generatie te verdwijnen en Glastuinbouw en bollenteelt blijken broedplaats voor gevaarlijke en resistente schimmelmutatie . Of lees dit artikel: Deze darmschimmel maakt korte metten met je verlangen naar alcohol .

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!
Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week?
Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

Fout gevonden?

Interessant voor jou

Voor jou geselecteerd