Solliciteer je naar een plekje in een team waar samenwerken hoog op de agenda staat? Laat die Rolex dan maar thuis, suggereert Amerikaanse onderzoek.

Laten merken dat je geld te besteden hebt, kan zeker in je voordeel werken. Mensen denken dan dat je intelligent bent, competent en een harde werker, zo is uit eerder psychologisch onderzoek gebleken. Trek dus vooral dat jasje aan met een duidelijk zichtbaar duur merkje erop, zou je zeggen, als je op sollicitatiegesprek gaat.

Of… Toch niet? Nieuw onderzoek van Shalena Srna, universitair docent marketing aan de Universiteit van Michigan, en collega’s toont aan dat je niet als een teamspeler wordt gezien als je al te zeer met je rijkdom te koop loopt.

Avatar met een Prada-logootje

Onder andere liet Srna enkele honderden mensen deelnemen aan een variant op een klassiek experiment in de psychologie: het prisoner’s dilemma. Hier ging het om het doen van een saai taakje: het invullen van captcha’s. Als beide proefpersonen onafhankelijk van elkaar ervoor kozen die taak te delen, moesten ze er allebei dertig doen. Weigerden ze beide te delen, dan moesten ze er elk zestig invullen. Weigerde een van beide en de ander niet, dan deed de eerste niets, terwijl de tweede negentig captcha’s op zijn scherm kreeg.

Daarbij kregen de deelnemers niet hun partner te zien, maar een avatar die deze partner voor zichzelf had mogen ontwerpen. Had die avatar een exclusief merkje op zijn of haar kleding (van Prada, Gucci of Louis Vuitton bijvoorbeeld), dan koos 45 procent van de deelnemers ervoor de taak te delen. Bij een avatar zonder merkje was dat 57 procent. Ook als de proefpersonen hun eigen avatar hadden mogen ontwerpen en daar een duur logootje op hadden gezet, waren ze minder geneigd een ander met een chique geklede avatar te vertrouwen.

Eerste klas naar Madrid

Daarnaast deden Srna en haar team een aantal experimenten rond social-media-profielen. Zo moesten ze een teamlid zoeken dat goed kon samenwerken. Kregen ze een profiel te zien waarop iemand bijvoorbeeld pochte eerste klas naar Madrid te zijn gevlogen? Dan waren ze minder geneigd die persoon voor te dragen als geschikt teamlid.

En zou je dit ook kunnen omdraaien? Zijn mensen, met andere woorden, minder geneigd om hun rijkdom te etaleren als ze gezien willen worden als personen waar goed mee samen te werken valt?

Ja, zo blijkt. Proefpersonen die wisten dat ze deel gingen nemen aan een prisoner’s dilemma – waarbij het in je voordeel is als anderen je als coöperatief zien – kozen veel minder vaak voor een avatar met een duur kledingmerk dan proefpersonen die geen idee hadden van wat hen te wachten stond. Ook kozen deelnemers voor minder opschepperige berichten in hun social-media-profiel als ze zichzelf moesten profileren als een teamlid dat goed kan samenwerken.

Minder warm

Toon Kuppens, universitair docent sociale psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, vindt dat de studies van Srna en haar team goed zijn uitgevoerd. Het resultaat noemt hij alleen niet verrassend. “Het is al lang bekend dat rijke mensen als minder ‘warm’ en ‘sociaal’ worden gezien. ‘Minder warm’ moet je dan interpreteren als iemand die het minder goed met je voorheeft – en die dus bijvoorbeeld minder coöperatief is.”

Verder merkt Kuppens op dat alle studies gaan over een heel specifieke vorm van status communiceren: te koop lopen met het bezit van luxegoederen. “Maar je kunt je hoge status ook op andere manieren communiceren. Ikzelf zou bijvoorbeeld mijn opleidingsniveau kunnen benadrukken. Ik vermoed dat ik daar veel minder op afgerekend zou worden.”

Andere culturen

Een ander punt dat Kuppens benoemt, is dat het onderzoek zich voornamelijk beperkt tot de VS. De onderzoekers zijn zichzelf daar ook van bewust. “We baseren ons op online deelnemers die voornamelijk uit westerse landen afkomstig zijn”, schrijven ze. Het zou goed zijn om hun onderzoek te herhalen met proefpersonen uit andere delen van de wereld, vervolgen ze. “Het zou kunnen dat samenwerking niet afhangt van het signaleren van status in culturen waar mensen het consumeren van luxeartikelen niet als immoreel zien.”