Epidemieën kunnen een vernietigend effect hebben op het welzijn van mensen en onze welvaart. Maar er kan ook iets goeds uit voortkomen, zo tonen wetenschappers aan.

Het zal je niet ontgaan zijn: we zitten nog altijd midden in een pandemie. De boosdoener is SARS-CoV-2, een virus dat nauwverwant is aan SARS-CoV-1, de ziekteverwekker die tussen 2002 en 2004 in 29 verschillende landen toesloeg en meer dan 700 levens eiste. Eén van de zwaarst getroffen landen tijdens deze SARS-CoV-1-uitbraak was China; in het land werden meer dan 5300 ziektegevallen gemeld en kwamen meer dan 300 mensen om het leven.

Episodisch geheugen
De negatieve impact van de epidemie was groot. Maar een nieuw onderzoek toont nu aan dat de epidemie ook positieve gevolgen had. Zo blijkt het episodisch geheugen van oudere Chinezen die tussen 2002 en 2004 deel uitmaakten van een gemeenschap waarin SARS-CoV-1 huishield, jaren later veel beter te zijn dan dat van leeftijdsgenoten die deel uitmaakten van gemeenschappen die door SARS-CoV-1 gespaard werden.

Vier jaar
“Zo op het eerste gezicht was de impact die blootstelling aan de SARS-uitbraak op het episodisch geheugen had, niet zo groot,” vertelt onderzoeker Hongwei Xu. “Het was slechts een verschil van ongeveer 0.2 punten op een schaal van 0-10. Maar dat verschil staat in onze data wel gelijk aan het verschil dat we normaliter zien tussen het cognitief functioneren van mensen die qua leeftijd vier jaar van elkaar verschillen. In andere woorden: blootstelling aan de SARS-uitbraak kon ervoor zorgen dat de overlevenden cognitief gezien zo’n vier jaar jonger werden.”

Het onderzoek
Xu en collega’s baseren hun conclusies op data verzameld tijdens een longitudinaal onderzoek in China. Tijdens een dergelijk onderzoek worden proefpersonen gedurende een lange periode gevolgd en herhaaldelijk onderzocht. De onderzoekers focusten zich daarbij op Chinezen die op het moment van de SARS-CoV-1-uitbraak 45 jaar of ouder worden. Sommige van de proefpersonen maakten deel uit van een gemeenschap waarin SARS-CoV-1 toesloeg. Voor anderen kwam het virus niet zo dichtbij.

Episodisch geheugen
Tijdens het longitudinaal onderzoek was onder meer herhaaldelijk het episodisch geheugen van alle proefpersonen getoetst. Men deed dat door de proefpersonen een lijst van tien woorden voor te lezen, waarna de proefpersonen direct en vier minuten daarna gevraagd werd zoveel mogelijk woorden van de lijst op te noemen. De onderzoekers bogen zich over de score van de oudere Chinezen en keken of er opvallende verschillen waren tussen de scores die zij voor de epidemie en enige tijd daarna (in 2011) hadden behaald. En zo ontdekten de wetenschappers dat het episodisch geheugen van de proefpersonen voor wie het SARS-CoV-1-virus heel dichtbij was gekomen, door de bank genomen beter was dan dat van proefpersonen voor wie het virus een ver-van-hun-bed-show was gebleven.

Verrassend
Het is best verrassend, vindt Xu. “Dit is het tweede onderzoek binnen ons onderzoeksproject waarin we nagaan welke gevolgen de epidemie op de lange termijn voor de gezondheid heeft gehad,” legt Xu uit. “Het eerste onderzoek heeft me al weten te verrassen, omdat we ontdekten dat mensen die deel uitmaakten van gemeenschappen die door de SARS-uitbraak werden getroffen beter gezondheidsgedrag ontwikkelden dan degenen die leefden in gemeenschappen die niet door SARS geraakt werden. Die positieve gedragsveranderingen betreffen onder meer een toename in regelmatige lichaamsbeweging. Ook lieten ze zich vaker jaarlijks fysiek onderzoeken.” Het was dit eerste onderzoek dat Xu en collega’s vervolgens op het spoor voor deze tweede studie zette. “De literatuur over het cognitief functioneren van ouderen suggereert dat gezondheidsgedrag zoals regelmatige fysiek beweging de cognitieve aftakeling kan afremmen. En daarom dachten we dat het interessant zou zijn om uit te zoeken of de positieve veranderingen in gedrag die we in onze eerdere studie zagen inderdaad leidden tot een betere cognitieve gezondheid onder mensen die binnen hun gemeenschap geconfronteerd werden met SARS-CoV-1, maar de uitbraak overleefden. En toch heeft het me wel verrast dat we een significante associatie vonden tussen blootstelling aan SARS tussen 2002 en 2004 en een beter cognitief functioneren onder Chinezen van middelbare leeftijd en ouder in 2011.”

Niet alleen de studieresultaten hebben Xu verrast. Hij keek er ook van op hoe snel we de SARS-uitbraak weer vergeten zijn. “Tijdens onze oorspronkelijke literatuurreview kwamen we behoorlijk wat goede studies tegen die kort daarna zijn gepubliceerd en handelen over de impact die de SARS-epidemie op de volksgezondheid en economie had. Er zijn heel wat waardevolle lessen waar we aandacht aan hadden kunnen besteden om ons beter voor te bereiden op de volgende epidemie of pandemie en deze ook beter te bestrijden. Het heeft me verrast en ook teleurgesteld dat we (en daartoe reken ik ook mezelf) er niet in geslaagd zijn om te leren van deze recente geschiedenis.”

Psychosociale veranderingen luiden gedragsveranderingen in
Het betere episodische geheugen is volgens de onderzoekers hoogstwaarschijnlijk te danken aan het feit dat de Chinezen hun gezondheidsgedrag positief veranderden. “Onze theorie is dat blootstelling aan SARS – een nieuwe, besmettelijke en dodelijke ziekte, leidde tot angst, maar voor overlevenden ook dienst deed als een wake-up call. In de nasleep van de SARS-uitbraak binnen hun gemeenschap hebben de overlevenden mogelijk positieve psychosociale veranderingen ervaren. Zo gingen ze hun gezondheid en leven meer waarderen, veranderden hun prioriteiten en werden hun relaties intiemer. Die psychosociale veranderingen kunnen vervolgens geleid hebben tot gedragsveranderingen, zoals vaker bewegen, regelmatiger deelnemen aan sociale activiteiten en meer nauwe en generatie overstijgende relaties. En die gedragsveranderingen kunnen op hun beurt weer positief bijgedragen hebben aan het cognitief functioneren.”

Langdurig
Dat de proefpersonen in 2011 – zo’n zeven jaar nadat de uitbraak officieel ten einde kwam – nog een beter episodisch geheugen hadden, suggereert dat de wake-up call die Xu hierboven noemde, lang standhoudt. Of de Chinese proefpersonen die tussen 2002 en 2004 met SARS geconfronteerd werden ook nu nog een betere cognitieve functie hebben dan de Chinezen die niet direct met SARS te maken kregen, is onduidelijk. Op dit moment zijn onderzoekers data uit latere jaren aan het vergaren om die vraag te kunnen beantwoorden. “Maar als de SARS-overlevenden hun positieve gedragsveranderingen hebben vastgehouden, mag je verwachten dat de voordelen die deze voor de cognitieve gezondheid hebben, ook standhouden. Wel kunnen die voordelen gaandeweg wat kleiner worden, omdat cognitieve achteruitgang op latere leeftijd nu eenmaal onoverkomelijk is.”

Pandemie
Het onderzoek van Xu en collega’s is niet alleen interessant, maar ook heel relevant. Want we zien ons immers opnieuw wereldwijd met een coronavirus geconfronteerd worden. Kan ook deze pandemie dan positieve gevolgen hebben voor ons cognitief functioneren? Xu denkt van wel. Sterker nog: misschien zet deze pandemie ons wel aan om het roer nog sterker om te gooien en daar vervolgens ook nog meer van te profiteren. “De SARS-CoV-2-pandemie heeft nog veel grotere schade aangericht aan bijna elk aspect van de wereldwijde gemeenschap dan de SARS-epidemie deed. In theorie denk ik dat de wake up-call voor degenen die het tot op heden overleefd hebben, luid genoeg is om ons op het spoor te zetten van nog grotere gedragsveranderingen en die ook veel langer te handhaven.”

En zo kan deze pandemie onze gezondheid – doordat we er veel zuiniger op worden – ook helpen bevorderen. “De belangrijkste implicatie van onze studie is dat een vernietigende epidemie voor de mensen die deze overleven een zilveren randje kan hebben. Maar het draait er uiteindelijk wel om dat de overlevenden in de nasleep van de epidemie hun gedrag positief veranderen en die gedragsveranderingen ook vasthouden.”