Aangenomen werd dat Martiaanse meren en rivieren zo’n 3 miljard jaar geleden opdroogden. Maar uit een nieuwe analyse blijkt dat Mars veel recenter nog water herbergde.

Hoewel Mars vandaag de dag een droge en dorre plek is, weten we al langer dat in vervlogen tijden vloeibaar water rijkelijk over het Martiaanse oppervlak stroomde. Over het algemeen wordt gedacht dat dit tot ongeveer 3 miljard jaar geleden het geval was. In een nieuwe studie komen onderzoekers echter tot een verrassende conclusie. Want Mars blijkt veel recenter nog water te hebben geherbergd. En dat betekent dat er mogelijk ook langer leven is geweest.

Water op Mars
Op Mars zijn talloze tekenen te vinden die erop wijzen dat er over de planeet ooit grote hoeveelheden water vloeiden. Denk aan golvende landstrepen zichtbaar vanuit de ruimte, aftakkingen en rivierbeddingen. Onderzoekers zijn hierin erg geïnteresseerd. Want waar water was, was mogelijk ook ooit leven. Zo zouden de Martiaanse meren en rivieren zomaar eens potentieel bewoonbare omgevingen voor microbieel leven kunnen zijn geweest. Toen de atmosfeer van de planeet in de loop van de tijd echter steeds dunner werd, verdampte al dat water. En wat achterbleef, is de bevroren woestijnwereld die NASA’s Mars Reconnaissance Orbiter (MRO) vandaag de dag bestudeert.

Studie
In een nieuwe studie bogen onderzoekers zich over vijftien jaar aan verzamelde gegevens van de MRO. En het team komt tot een verrassende ontdekking. Zoals gezegd dacht men dat Martiaanse meren en rivieren zo’n 3 miljard jaar geleden opdroogden. Maar onderzoekers hebben nu nieuw bewijs gevonden dat suggereert dat dat pas veel later gebeurde. Zo vonden onderzoekers relatief jonge zoutafzettingen die zijn achtergebleven toen ijskoud smeltwater door het landschap stroomde.

Foto van NASA’s Mars Reconnaissance Orbiter van Bosporos Planum; een gebied op Mars. De witte stippen zijn zoutafzettingen in een droog kanaal. De grootste inslagkrater ter plaatse is bijna 1,5 kilometer breed. Afbeelding: NASA/JPL-Caltech/MSSS

Na analyse blijken deze zoutmineralen zo’n 2 miljard jaar geleden te zijn afgezet. En dus lijkt het erop dat er zo’n 2 tot 2,5 miljard jaar geleden nog vloeibaar water op de rode planeet te vinden was.

Chloridezouten
De onderzoekers ontdekten de zoutafzettingen – chloridezouten om precies te zijn – in kleirijke hooglanden gelegen op het zuidelijk halfrond van Mars. Hier vinden we pokdalig terrein, getekend door inslagkraters. Deze kraters waren de sleutel tot het dateren van de gevonden zouten: hoe minder kraters een gebied heeft, hoe jonger het is. Door het aantal kraters op een gebied van het oppervlak te tellen, kunnen wetenschappers de leeftijd schatten.

De ontdekking van deze opvallend jonge zoutmineralen is om meerdere redenen belangrijk. Hoewel we dankzij bepaalde tekeningen in het Martiaanse landschap weten dat er ooit water over Mars stroomde, leveren de zoutafzettingen het eerste minerale bewijs dat de aanwezigheid van water bevestigt.

Martiaans leven
Daarnaast roept de ontdekking nieuwe vragen op over mogelijk microbieel leven op Mars. Als er namelijk veel langer water op Mars voorkwam, was er ook meer tijd waarin eventueel leven zich had kunnen ontwikkelen. En dat betekent dat het mogelijk ook veel langer stand heeft kunnen houden dan gedacht.

Het onderzoek laat wederom de onschatbare waarde van de ondertussen op leeftijd zijnde Mars Reconnaissance Orbiter zien, die al in 2006 bij de rode planeet arriveerde. “Een deel van de waarde van MRO is dat dit instrument ons beeld van de planeet in de loop van de tijd steeds gedetailleerder heeft gemaakt,” zegt onderzoeker Leslie Tamppari. “En hoe meer we met onze instrumenten de planeet in kaart brengen, hoe beter we de geschiedenis ervan zullen gaan begrijpen.”