Alles breekt op dezelfde manier en de wiskunde laat nu zien waarom

Wanneer materialen breken ontstaan er fragmenten in een herkenbare mix van grote stukken en zeer kleine splinters. Maar waarom breken dingen op deze manier? Een Franse natuurkundige heeft nu een wet opgesteld die exact beschrijft hoe die fragmentatie verloopt, ongeacht het materiaal of de schaal.

Emmanuel Villermaux van de Aix-Marseille Universiteit beschrijft zijn bevindingen in het vakblad Physical Review Letters. Hij ontdekte dat of je nu een glas kapot gooit, een suikerklontje verpulvert of een zeepbel laat exploderen, de verdeling van de brokstukken steeds hetzelfde wiskundige patroon volgt.

De onderzoeker ging om dit te achterhalen uit van een simpel idee: wanneer iets breekt, kiest de natuur altijd voor de meest chaotische uitkomst. Hij noemt dit “maximale willekeurigheid”. Stel je voor dat je een puzzel in de lucht gooit: de stukjes vallen niet netjes op volgorde, maar verspreiden zich zo rommelig mogelijk. Zo werkt breken ook.

Maar die chaos heeft wel grenzen. Er geldt namelijk ook een behoudswet: de totale hoeveelheid materiaal blijft gelijk en de verhouding tussen grote en kleine stukken kan niet zomaar willekeurig zijn. Door deze twee principes te combineren kon Villermaux exact voorspellen hoeveel grote en kleine fragmenten er ontstaan bij het breken van een voorwerp.

Om zijn theorie te testen deed hij een simpel experiment: suikerklontjes verpletteren. Omdat een suikerklontje driedimensionaal is, kon hij voorspellen welk patroon de brokstukken zouden volgen. En jawel, de theorie klopte precies met de praktijk. Sterker nog, de wet bleek ook te kloppen voor tientallen jaren aan onderzoeksdata over gebroken materialen. De wet geldt dus even goed voor plastic afval in de oceaan of de stenen werktuigen van holbewoners.

Niet alles breekt hetzelfde

Er zijn wel beperkingen aan de ontdekking. De wet werkt enkel wanneer een hard materiaal plotseling en willekeurig breekt, zoals een bord dat op de grond valt. Bij zachte materialen gaat het verhaal niet op. Ook werkt de wet niet goed wanneer het breken op een systematische manier verloopt. Een waterstraal die uit je kraan komt, breekt op in druppels die allemaal ongeveer even groot zijn doordat de oppervlaktespanning het proces stuurt. Die regelmaat past niet in het chaotische model.

Waarom wisten we dit nog niet?

Dat dingen in stukken breken, lijkt simpel, maar voor natuurkundigen was het juist jarenlang een hoofdpijndossier. Wie onderzocht hoe een vaste stof scheurt, verdwaalde al snel in ingewikkelde details: microscopische barstjes die zich vertakken, zones waar het materiaal zwakker is of kleine schokgolven die door het object reizen. Andere onderzoekers bekeken fragmentatie dan weer als een soort overgang: zodra je genoeg energie in een object stopt, valt het uiteen alsof je een drempel overschrijdt.

Het probleem? Al die ideeën werkten alleen voor specifieke situaties. Je kon er prima mee uitleggen hoe een stuk gesteente breekt, maar niet hoe een zeepbel knapt, of waarom plastic afval in zee uiteenvalt in dezelfde soort patronen als een gevallen glas. Er ontbrak een principe dat alles bij elkaar bracht.

De bevinding van Villermaux zit ’m precies daarin. In plaats van te focussen op hoe scheuren precies ontstaan, keek hij naar het grotere plaatje. Wat blijft er over als je alle details wegstroopt? Dan blijkt er één simpel uitgangspunt te zijn dat alles stuurt: dingen breken zo willekeurig mogelijk, maar wel binnen de grenzen van de natuurwetten. Uit die combinatie van chaos en behoud ontstaat vanzelf het patroon dat overal terugkeert.

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

"Fragmentation: Principles versus Mechanisms" -
Afbeelding bovenaan dit artikel: CHUTTERSNAP / Unsplash

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd