Natuurbehoud draait niet zelden om één knuffelbare mascotte. De panda is daarvan het beste voorbeeld. Dat moet anders, zeggen Chinese wetenschappers. Wereldwijd staan dier- en plantensoorten onder druk, maar we verspillen kostbare tijd en geld door vooral te focussen op één charismatische soort als maatstaf voor succes.
De boodschap vanuit de Hainan Normal University is duidelijk: het ecosysteem moet centraal staan. We moeten niet alleen de knappe boegbeelden van de natuur willen redden.
De onderzoekers noemen drie pijnlijke voorbeelden uit China waar te soortgerichte bescherming de boel flink in het honderd liet lopen. Neem de Chinese reuzensalamander, die uit meerdere genetisch verschillende lijnen bestaat die er exact hetzelfde uitzien. Conservatieprogramma’s begonnen daarom massaal met fokken en uitzetten zonder rekening te houden met het verschil tussen de soorten. Het resultaat was een vorm van genetische vermenging waarbij de oorspronkelijke populaties juist verzwakten.
Ook bij de Japanse kuifibis en het Paterdavidshert sloegen goede bedoelingen om in problemen. Intensieve fokprogramma’s pompten grote aantallen dieren terug de natuur in, terwijl geschikte leefgebieden ontbraken. De gevolgen waren overbevolking, inteelt en zelfs hogere sterftecijfers. Met andere woorden: het ging op papier goed met de soort, maar in de praktijk was het ecosysteem dat hen eigenlijk moest dragen slechter af met de ingrepen van de natuurbeschermers.
Het ecosysteem redden, niet de soort
Volgens de onderzoekers zijn deze misstappen geen incidenten, maar symptomen van een groter probleem: conservatieprojecten gebruiken vaak te simplistische graadmeters voor succes, zoals de groei van één populatie. Maar dat zegt weinig over de kwaliteit van het hele leefgebied. Ze pleiten daarom voor een omslag en een focus op het herstel van hele ecosystemen: gezonde habitats, waar de inmenging van de mens tot een minimum beperkt blijft.
De nadruk moet liggen op samenhangende processen in de natuur. Zulke projecten leveren meer op, de middelen worden efficiënter gebruikt en je voorkomt ook nog eens allerlei ongewenste neveneffecten. “Het beschermen van charismatische diersoorten heeft weinig zin als we alleen turven hoeveel er zijn, zonder aandacht te besteden aan het herstel en langdurig gezond houden van ecosystemen en het verbeteren van hun functies”, schrijven de onderzoekers in hun studie.
Tijd voor een bredere blik
Het beschermen van schattige dieren werkt goed voor campagnes en je haalt er veel donaties mee binnen. Maar we redden de natuur alleen als we verder kijken dan de iconische soorten. Niet één dier, maar het hele web daaromheen moet centraal staan.
Waarom focussen we zo graag op ‘charismatische soorten’?
Dat conservatieprogramma’s zich vaak richten op één opvallend dier is geen toeval. Psychologen weten al jaren dat mensen sterker reageren op herkenbare, fotogenieke soorten dan op complete ecosystemen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan panda’s, tijgers of paradijsvogels. Dit heet het ‘charismatic species effect’: dieren met grote ogen, opvallende kleuren of een iconische status trekken sneller aandacht en geld.
Voor natuurbeschermingsorganisaties is dat aantrekkelijk, want een campagne met een bedreigde panda levert nu eenmaal meer donaties op dan een pleidooi voor het herstel van stinkende moerassen, onooglijke insectjes of onzichtbare bodemschimmels. Maar die strategie heeft een keerzijde: fondsen verschuiven naar enkele charismatische boegbeelden, terwijl minder opvallende, maar ecologisch cruciale soorten genegeerd worden.
Ecologen benadrukken daarom dat écht duurzame bescherming niet draait om wie er het schattigst uitziet, maar om het geheel: de bodem, het water, de planten, de micro-organismen, prooidieren en roofdieren. Zonder die samenhang stort het systeem uiteindelijk alsnog in.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Waarom eet de reuzenpanda geen vlees? Onderzoekers vinden verklaring en Ooit struinden er reuzenpanda’s door de Europese bossen: de laatste resten zijn gevonden in Bulgarije. Of lees dit artikel: Aantal reuzenpanda’s neemt toe, maar kans op uitsterven blijft onverminderd groot.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


