Hoe kleiner een zeedier is, hoe meer ervan door de oceaan zwemmen. En hoe groter een dier, hoe minder ervan zijn. Tenminste, totdat wij de oceanen leegvisten.

Hoe verrassend het ook klinkt: alle levensvormen in de oceaan, van krill tot tonijn, lijken te gehoorzamen aan een eenvoudige wiskundige wet. Deze stelt dat de overvloed van een organisme is gekoppeld aan zijn lichaamsgrootte. Hoewel afzonderlijk krill slechts een miljardste van het gewicht van een grote tonijn uitmaakt, zijn ze in de oceaan meestal wel een miljard keer talrijker. Toch lijkt deze natuurwet momenteel niet meer op te gaan. En dat is aan onszelf te wijten.

Studie
Om een beeld te krijgen van de huidige aantallen van verschillende mariene soorten, plozen onderzoekers diverse studies uit en stelden een grote, wereldwijde dataset samen. Deze bestond onder andere uit bacteriën, fytoplankton, zoöplankton, vissen en zoogdieren. “Het was een behoorlijke uitdaging om een manier te vinden om organismen te tellen die zo’n enorm verschil in schaal omvatten,” herinnert onderzoeker Ian Hatton zich. “Hoewel microscopisch kleine waterorganismen kunnen worden geschat op basis van meer dan 200.000 watermonsters die wereldwijd verzameld zijn, moeten de aantallen grotere zeedieren die door de oceanen zwemmen, met geheel andere methoden worden geteld.” Daarnaast gebruikten de onderzoekers historische reconstructies en modellen van mariene ecosystemen om de biomassa in ongerepte oceanen – vóór de 20e eeuw – te schatten. Vervolgens vergeleken ze deze gegevens met die van vandaag de dag.

Natuurwet
De onderzoekers komen tot de ontdekking dat het leven in de zee, vóór de komst van grootschalige, industriële visserij, heel gelijkmatig was verdeeld; het gehoorzaamde een natuurwet. Hoe groter een organisme doorgaans namelijk was, hoe minder ervan door de oceanen zwommen. Kortom, de overvloed van een organisme is gekoppeld aan zijn lichaamsgrootte.

Afbeelding: Ian Hatton et al, Science Advances, 2021)

“Dit is heel opmerkelijk,” zegt onderzoeksleider Eric Galbraith. “We begrijpen niet helemaal waarom dit zo is – waarom zouden er niet veel meer kleine diertjes kunnen bestaan dan grote? Of waarom is er geen ideale maat die in het midden ligt? In die zin laten de resultaten zien hoe weinig we nog van het ecosysteem begrijpen.”

Uitzondering op de regel
De onderzoekers ontdekten overigens ook twee uitzonderingen op de regel. En wel aan beide uiteinden van de onderzochte schaal. Bacteriën blijken namelijk in groteren getale aanwezig dan de wet voorspelt. En walvissen juist weer in mindere mate. Waarom? Dat is een compleet mysterie.

Het bestuderen ervan wordt echter vrij lastig. De onderzoekers stellen namelijk dat het natuurlijke evenwicht nu is verstoort. En wel door onszelf. Door de wijdverbreide industriële visserij gaat de natuurwet in de hedendaagse oceanen niet meer op. Grote vissen (langer dan 10 cm) hebben een totaal verlies aan biomassa ervaren van ongeveer 2 gigaton; een vermindering van 60 procent. De intensieve walvisvangst van de vorige eeuw was zelfs nog verwoestender, waarbij de grootste walvissen een verlies van maar liefst 90 procent leden.

Mensen
Hoewel de visserij minder dan drie procent van de menselijke voedselconsumptie voor zijn rekening neemt, laat de studie zien hoe vernietigend de effecten ervan op het natuurlijke evenwicht in de oceaan zijn. “De grootste verrassing is de enorme inefficiëntie van de visserij,” merkt Galbraith op. “Wanneer industriële vissersvloten eropuit trekken, gedragen ze zich niet als de grote roofvissen, zeehonden of vogels waarmee ze concurreren. Laatstgenoemden vangen slechts kleine hoeveelheden en houden de populatie stabiel. Mensen hebben echter niet alleen oceanische roofdieren vervangen, maar het volledige mariene ecosysteem veranderd.”

De studie, gepubliceerd in het vakbad Science Advances, laat de bijzonder destructieve invloed van de mens op het leven waarmee we onze planeet delen, zien. We schoppen blijkbaar zelfs natuurwetten in de war. Toch is nog niet alle hoop verloren. “Het goede nieuws is dat we de onbalans die we hebben gecreëerd kunnen omkeren,” stelt Galbraith. “En wel door het aantal bedrijvende vissersboten te verminderen. Het terugdringen van overbevissing zal ook helpen om de visserij winstgevender en duurzamer te maken – het is een potentiële win-winsituatie als we onze krachten kunnen bundelen.”

Omdat veel vissen momenteel met uitsterven worden bedreigd, bestuderen onderzoekers enkele veelbelovende alternatieven die mogelijk in de toekomst op ons bord kunnen eindigen. Wat dacht je bijvoorbeeld van kwal? Zou jij het eten?