Tegenwoordig zijn ze vooral fijn gezelschap, maar honden vervulden vroeger een veel belangrijkere rol: ze hielpen met jagen of trokken letterlijk de kar als dat nodig was. Zo zijn ze al zeker 20.000 jaar een trouwe metgezel. En volgens nieuw onderzoek gaat onze band met honden nog dieper dan gedacht.
Honden en mensen hebben zich tegelijk en gezamenlijk over Eurazië verspreid. Volgens Duitse en Britse wetenschappers ging de verspreiding van nieuwe culturen en levenswijzen vaak gepaard met de verspreiding van specifieke hondenpopulaties.
Ze analyseerden DNA van zeventien oude honden uit Siberië, Oost-Azië en de Centraal-Aziatische steppe, waaronder voor het eerst exemplaren uit China. Deze gebieden maakten de afgelopen 10.000 jaar ingrijpende culturele veranderingen door, doordat jager-verzamelaars, boeren en herders zich over het continent verspreidden. De onderzochte hondenskeletten waren tussen de 9700 en 870 jaar oud. De onderzoekers vergeleken hun gegevens met de genomen van 57 andere oude en 160 moderne honden.
Honden reisden met de metaalbewerkers mee
De vergelijking tussen oude honden- en mensengenomen leverde een opvallend resultaat op: genetische verschuivingen in beide soorten liepen sterk synchroon in tijd en ruimte, vooral tijdens perioden waarin de bevolkingssamenstelling veranderde.
Dat verband is het duidelijkst te zien in de Vroege Bronstijd in China, zo’n 4000 jaar geleden, toen de metaalbewerking zijn intrede deed. Mensen die vanaf de Euraziatische steppe naar West-China trokken en deze technologie introduceerden, namen hun honden met zich mee.
Grote culturele verschuivingen
De gezamenlijke reis van mens en hond begon echter veel eerder, schrijven de onderzoekers in vakblad Science. Volgens de studie zijn sporen van deze verspreiding al 11.000 jaar geleden zichtbaar, toen jager-verzamelaars in Noord-Eurazië honden uitwisselden die genetisch nauw verwant zijn aan de huidige Siberische husky’s.
“Sporen van deze grote culturele verschuivingen zijn terug te vinden in de genomen van oude honden”, zegt onderzoeker Lachie Scarsbrook van Oxford. “Onze resultaten benadrukken hoe diep geworteld de culturele betekenis van honden is. Mensen hebben zeker de afgelopen 11.000 jaar een sterk gevoel van eigenaarschap over hun eigen honden behouden.”
Een partnerschap van duizenden jaren
Volgens Frantz onderstreept het onderzoek hoe fundamenteel honden zijn geweest voor menselijke samenlevingen: “Deze nauwe koppeling tussen menselijke en hondengenetica laat zien dat honden altijd een integraal onderdeel van de samenleving zijn geweest of je nu 10.000 jaar geleden een jager-verzamelaar was bij de poolcirkel of een metaalbewerker in een vroege Chinese stad”, besluit hij. “Het is een ongelooflijk, blijvend partnerschap dat laat zien hoe flexibel honden zich kunnen aanpassen aan onze manier van leven, veel meer dan enig ander huisdier of boerderijdier.”
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


