Maar geen paniek, geen enkele daarvan vormt de komende 100 jaar een serieuze bedreiging voor de aarde.

Zo’n 66 miljoen jaar geleden sloeg een verwoestende planetoïde in op onze aarde. Om te voorkomen dat de geschiedenis zich herhaalt, houden astronomen de nachtelijke hemel scherp in de gaten. In het afgelopen decennium zijn er dan ook heel wat nieuwe aardscheerders ontdekt. Het heeft ertoe geleid dat we nu van het bestaan afweten van zeker 30.000 ruimtestenen die zich in de buurt van de aarde wagen: een nieuwe mijlpaal.

Mijlpaal
Dat de teller nu de 30.000 heeft aangetikt, is best een knappe prestatie. Bovendien zijn de meeste van deze exemplaren nog niet zo lang geleden aan het licht gebracht. Dit toont aan dat ons vermogen om ‘potentieel gevaarlijke planetoïden’ op te sporen, snel verbetert. “Het goede nieuws is dat meer dan de helft van de huidig bekende aardscheerders in de afgelopen zes jaar zijn ontdekt,” legt Richard Moissl van ESA uit. “We worden dus steeds vaardiger.”

Wat is een aardscheerder?
Een planetoïde wordt als aardscheerder aangemerkt wanneer deze angstvallig dicht bij de aarde in de buurt komt. Over het algemeen hebben alle aardscheerders een perihelium afstand die kleiner is dan 1,3 AU (gemiddelde afstand tussen de aarde en de zon). Dit betekent dat ze onze planeet op minder dan 45 miljoen kilometer naderen.

Al zeker twee eeuwen lang speuren astronomen de nachtelijke hemel af, op zoek naar planetoïden. Het allereerste exemplaar, dwergplaneet Ceres, werd in 1801 ontdekt door de Italiaanse astronoom Giuseppe Piazzi. Bijna honderd jaar later, in 1898, werd de eerste aardscheerder aan het licht gebracht: Eros. Op het dichtste punt is Eros ‘slechts’ 22 miljoen kilometer van ons verwijderd.

Eerst de grote, nu de kleine
Natuurlijk werden eerst de grote planetoïden en aardscheerders aan het licht gebracht, aangezien deze gemakkelijker te spotten zijn. Ze werden beschouwd als kleine planeten; een term die nog steeds wordt gebruikt. Ondertussen zijn telescopen echter steeds beter en gevoeliger geworden. Dit betekent dat er in hoog tempo steeds meer exemplaren worden aangetroffen. En ook zelfs hele kleine, die een omvang hebben van slechts enkele tientallen meters.

Telescopen
Met welke telescopen astronomen op aardscheerders jagen? NASA’s Catalina Sky Survey, gelegen in de Amerikaanse staat Arizona, ontdekt wekelijks nieuwe planetoïden. Deze telescoop scant grote delen van de nachtelijke hemel, op zoek naar nieuwe objecten die bewegen voor de achtergrond van ‘beweeglijke’ sterren. Vervolgens wordt de hulp ingeschakeld van meer gerichte, grote telescopen, zoals ESA’s Very Large Telescope. Hierdoor kunnen onderzoekers de precieze baan en de grootte van een nieuwe planetoïde bepalen. Ook ruimtetelescoop Gaia draagt een steentje bij. Gaia speurt al jaren de hemel af, in een poging de positie, afstand en bewegingen van sterren vast te leggen. “Dankzij Gaia weten we meer over de sterren in de Melkweg die als achtergrond dienen voor waarnemingen van planetoïden,” legt onderzoeker Tineke Roegiers uit. “De posities van planetoïden worden verkregen tegen deze achtergrondsterren. Dus hoe beter men weet waar de sterren zijn, hoe nauwkeuriger de banen van planetoïden kunnen worden berekend.” Met behulp van Gaia zijn daarom zelfs de banen van reeds bekende aardscheerders verbeterd en zijn enkele ‘uit het oog geraakte’ planetoïden teruggevonden.

Geen reden tot zorg
Op dit moment zijn er ruim 2.200 potentieel gevaarlijke asteroïden bekend die door astronomen scherp in de gaten worden gehouden. Ook ESA heeft een eigen lijst met daarop 1.427 objecten met een verhoogd risico. Maar echt reden tot zorg is er niet. Astronomen hebben ondertussen de meerderheid van de grotere en potentieel verwoestende planetoïden – die met een diameter van meer dan één kilometer – opgespoord en in kaart gebracht. En daaruit blijkt dat op dit moment geen enkele planetoïde die momenteel bekend is de komende 100 jaar een serieuze bedreiging voor de aarde vormt. Hoewel sommige kleine ruimtestenen op ramkoers met de aarde liggen, heeft dat eigenlijk weinig gevolgen, behalve dat ze als oplichtende vuurbollen kunnen worden gezien terwijl ze in onze atmosfeer opbranden.

De uitdaging is nu om de middelgrote planetoïden met een diameter van een paar honderd meter op te sporen. Deze zijn zoals je je kunt voorstellen vrij lastig aan het licht te brengen, tenzij ze heel dicht bij de aarde in de buurt komen. Vele wachten dus nog op ontdekking. Maar dat we ze in het vizier zullen krijgen, daar twijfelt Moissl helemaal niet aan. “Het is slechts een kwestie van tijd voordat we ze allemaal hebben gevonden,” besluit hij.

DART
Zelfs als er in de toekomst een grote planetoïde wordt ontdekt die op de aarde afstevent, hebben we nog een plan achter de hand. Onlangs heeft de DART-missie namelijk aangetoond dat we in staat zijn de baan van een ruimterots te veranderen. Het betekent dat we de baan van een gevaarlijke aardscheerder kunnen buigen, zodat we de aarde kunnen beschermen tegen een allesverwoestende inslag. En dat is toch een geruststellende gedachte!