AI lost misschien een van de grootste mysteries van het heelal op, maar de uitkomst is allesbehalve geruststellend

Wij mensen doen wanhopig ons best om buitenaards leven te vinden, maar het wil nog niet erg vlotten. Mogelijk brengt AI uitkomst, schrijft een Oostenrijkse onderzoeker in een nieuwe studie. Het zou zelfs de beroemde Fermi-paradox kunnen oplossen: als buitenaardse beschavingen bestaan, waarom zien we ze dan nergens?

Wetenschapper Sergey Ivliev introduceert een nieuw antwoord op die eeuwenoude vraag, namelijk de Quiet Expansion-hypothese. Het is een interessant gedachte-experiment, waarin de gepromoveerde wiskundig econoom inzichten uit AI, economie, risicomanagement en ruimtevaart combineert. Maar het gaat nog om een pre-print. De studie is dus nog niet door vakgenoten beoordeeld.

De Fermi-paradox

De Fermi-paradox ontstond in de jaren vijftig, toen natuurkundige Enrico Fermi tijdens de lunch aan collega’s de inmiddels legendarische vraag stelde: “Waar is iedereen?” Oftewel: als intelligente beschavingen in het heelal veel voorkomen, waarom zien we dan geen sporen van hun bestaan?

Sindsdien zijn talloze verklaringen voorgesteld. Misschien ontstaat intelligent leven zelden. Misschien vernietigen beschavingen zichzelf voordat ze interstellair worden. Of misschien zoeken we simpelweg op de verkeerde manier.
Ivliev voegt daar nu een opvallende nieuwe mogelijkheid aan toe.

AI verandert de spelregels

Volgens de onderzoeker verandert alles zodra een beschaving een bepaald technologisch omslagpunt bereikt, een staat die hij Autonomous AI-Cosmoindustry (AICI) noemt. Dat is het moment waarop een beschaving beschikt over volledig autonome, door AI aangestuurde systemen buiten de eigen planeet. Die kunnen zelfstandig ruimteschepen ontwerpen, bouwen, repareren en lanceren zonder menselijke tussenkomst.

De mensheid zet voorzichtig de eerste stappen in die richting, bijvoorbeeld met plannen voor datacenters in de ruimte. Maar een volledig zelfvoorzienende ruimte-industrie ligt nog ver buiten ons bereik.

Leestip: Buitenaards intelligent leven blijkt misschien nóg zeldzamer dan gedacht

Enorme sterrenrijken

Veel sciencefiction gaat ervan uit dat geavanceerde beschavingen enorme rijken bouwen tussen de sterren en complete sterrenstelsels koloniseren. Volgens Ivliev is dat juist niet wat een echt rationele AI zou doen.

Hij bouwt daarbij voort op ideeën van astrofysicus Sergey Popov. Een geavanceerde AI heeft namelijk niets met menselijke motieven als prestige, verovering of romantiek. Voor een AI draait ruimte-expansie vooral om risicobeheer.

Want één planeet, één zonnestelsel of zelfs één sterrenstelsel vormt uiteindelijk een kwetsbaar single point of failure. Door kleine back-ups op meerdere plekken in het heelal te verspreiden, vergroot een beschaving haar overlevingskansen aanzienlijk.

Geen kolonisten

In plaats van enorme ruimteschepen vol kolonisten het heelal in te sturen, voorspelt de Quiet Expansion-hypothese dus iets heel anders. Een geavanceerde AI zou kleine, moeilijk detecteerbare sondes van ongeveer tien kilo naar andere sterren zenden. Die bevatten geen levende bewoners, maar de ‘zaden’ van een beschaving: alle benodigde kennis en mogelijk ook biologisch materiaal om een samenleving opnieuw op te bouwen als het thuis misgaat.

Voor een beschaving die het AICI-niveau heeft bereikt, zou het lanceren van zo’n sonde naar een naburige ster met ongeveer één procent van de lichtsnelheid slechts een fractie van haar totale energievoorraad kosten.

De sondes worden zorgvuldig naar veelbelovende exoplaneten gestuurd die op afstand zijn geselecteerd. Bovendien krijgen ze slechts beperkte mogelijkheden tot zelfreplicatie om te voorkomen dat ze uitgroeien tot een onbeheersbare situatie waarin zelfkopiërende machines grote delen van de Melkweg overnemen.

Waarom we niets zien

Als Ivliev gelijk heeft, verklaart dat meteen waarom astronomen nog nooit gigantische buitenaardse megastructuren hebben gevonden. Succesvolle beschavingen zouden helemaal niet proberen de Melkweg op spectaculaire wijze te koloniseren. Ze verspreiden juist kleine, vrijwel onzichtbare back-ups en blijven verder zo onopvallend mogelijk.

Het uitblijven van bewijs betekent in dat scenario dus niet dat de Melkweg leeg is. Het kan ook betekenen dat de succesvolste beschavingen extreem stil opereren.

Een ongemakkelijke conclusie

De hypothese heeft echter ook een minder geruststellende kant. Als interstellaire back-ups relatief goedkoop zijn voor geavanceerde beschavingen, waarom vinden we dan zelfs in ons eigen zonnestelsel geen sporen van zulke sondes?

Volgens Ivliev blijven er twee verklaringen over. Of de mensheid behoort tot de eerste beschavingen die dit technologische stadium bereiken. Of de overgang van een planetaire industriële samenleving naar een autonome ruimtebeschaving blijkt een uiterst smalle en gevaarlijke flessenhals waar de meeste beschavingen nooit doorheen komen.

De voorgestelde sondes zouden overigens bijzonder moeilijk te detecteren zijn, dus dat we ze nog niet hebben gevonden, wil zeker niet zeggen dat ze er niet zijn.

Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!

Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

Bronmateriaal

Fout gevonden?

Voor jou geselecteerd