De troep die overblijft na de productie van bier, wijn en medicijnen kan binnenkort gebruikt worden voor kleding. Deze ‘fermentatievezel’ is sterker dan natuurlijke materialen zoals wol, is volledig biologisch afbreekbaar en veel milieuvriendelijker.
Het gistafval bestaat uit eiwitten, vetstoffen en suikers, normaal gezien een waardeloos restproduct. Maar met een speciaal proces wisten onderzoekers van Penn State samengeklonterde eiwitten (eiwitaggregaten) uit de gist te halen. Nadat het goedje is opgelost, worden er vezels van gemaakt met behulp van minuscule spuitkopjes. Daarna worden de vezels gewassen, gedroogd en tot garen gesponnen. Dan is het klaar om er kleding van de maken.
Biologisch afbreekbaar
En het beste nieuws? Het oplosmiddel dat nodig is voor dit proces wordt voor 99,6 procent teruggewonnen. De vezel is ook nog eens volledig biologisch afbreekbaar, in tegenstelling tot polyester dat tot miljoenen tonnen afval leidt. Het team produceerde al 450 kilo van de vezel in een Duitse fabriek met runs van meer dan 100 uur achter elkaar.
De milieu- en kostenanalyse ziet er veelbelovend uit. De route richting een schaalbaar product dat groot in de markt kan worden gezet, is helder. En de vezel is nu al goedkoper dan wol. “De techniek is baanbrekend. Net zoals jagers-verzamelaars 11.000 jaar geleden schapen temden voor wol, temmen wij nu gist voor vezels. Dit kan de landbouw een volledig nieuwe richting geven, weg van vezelgewassen. Zo komt er veel meer ruimte vrij voor voedselproductie”, legt hoofdonderzoeker Melik Demirel uit.
“We laten zien dat dit materiaal spotgoedkoop te maken is. Het kost nog geen 6 dollar per kilo en dat terwijl we vrijwel geen broeikasgassen uitstoten”, zegt Demirel. “De middelen die we zo besparen, kunnen we inzetten waar ze echt nodig zijn, bijvoorbeeld door landbouwgrond vrij te maken voor voedsel.”
Gamechanger voor landbouw en klimaat
Traditionele vezels hebben een enorme ecologische voetafdruk. Denk aan katoen: je hebt zo’n 2500 liter schoon water nodig voor één T-shirt en voor een spijkerbroek zelfs 9000 liter. Tegelijk houdt de katoenindustrie wereldwijd 88 miljoen hectare landbouwgrond bezet. Bijna 40 procent daarvan ligt in India, een land dat kampt met ernstige voedselonzekerheid. Als we vezelgewassen kunnen vervangen door fermentatievezels, dan komt er een enorme lap landbouwgrond vrij voor voedselproductie. Dat sluit aan bij de VN-doelstelling ‘Zero Hunger’ voor 2030. “Katoen gebruikt zo’n 125 miljoen voetbalvelden aan landbouwgrond. Stel je eens voor dat al dat land niet voor T-shirts, maar voor voedsel gebruikt zou worden”, stelt Demirel. “Wij zijn ervan overtuigd dat een overstap naar fermentatievezels enorme oppervlakken gaat vrijmaken voor voedselproductie.”
Voedselonzekerheid
In 2024 kampten 733 miljoen mensen met voedselonzekerheid. Terwijl meer dan twee derde van alle kleding in de VS jaarlijks op de vuilnisbelt belandt. Dit onderzoek pakt beide problemen tegelijk aan. “Door deze bioproductie slim in te zetten kunnen we duurzame, sterke vezels maken die niet concurreren met voedselgewassen. Dat brengt ons een flinke stap dichter bij het Zero Hunger-doel”, zegt Demirel.
Het bedrijf Tandem Repeat, waar ook onderzoekers van deze studie bij betrokken zijn, heeft inmiddels een licentie op zak om de technologie in de praktijk te brengen. Het merk Sonachic verkoopt al producten met de nieuwe vezel. “In onze proefproductie hebben we bewezen dat deze vezel serieus mee kan doen op de wereldmarkt”, besluit Demirel. “De volgende stap is massaproductie.”
Dus binnenkort kun jij ook kleding dragen die gemaakt is van bier-, wijn- en medicijnreststromen, die sterker is dan wol, minder grond nodig heeft en minder water verbruikt, geen microplastics achterlaat en ook nog eens meehelpt om hongersnood terug te dringen.


