Voor orang-oetans is een nest van levensbelang: het biedt warmte, veiligheid en bescherming. Maar hoe leren de jonge apen zulke bouwwerken maken?
Het bouwen van nesten bij mensapen is gedrag waar vaak overheen wordt gekeken. Dit terwijl voor bewoners van bomen, zoals de orang-oetan, het bouwen van nesten cruciaal is om te kunnen overleven. Het nest biedt warmte en een veilige slaapplaats op hoogte. Vaak hebben ze zelfs mugwerende eigenschappen. Tot nu toe was het grotendeels nog onduidelijk hoe orang-oetans leren deze complexe nesten te bouwen.
Twee nesten
Onderzoeker Ani Permana, van de Universiteit van Warwick zegt daarover: “Eerder schreven we al dat het meerdere jaren kost voor jonge orang-oetans om te leren hoe je nesten bouwt. Het bouwen van nesten door orang-oetans heeft mogelijk een aangeboren basis, maar de methodes en de details moeten geleerd zijn vanaf heel jonge leeftijd. Door te kijken, te oefenen en te leren van hun eerdere fouten weten deze orang-oetan jongen steeds betere nesten te creëren.”
Sumatraanse orang-oetans bouwen in het wild twee soorten nesten. Een nest voor overdag en een nest om ’s nachts in te slapen. De dagnesten zijn doorgaans simpel en praktisch, maar de nesten voor de nacht zijn indrukwekkende bouwwerken die bestaan uit takken, twijgjes en bladeren. Ze bevinden zich vaak hoog in de boom: op zo’n twintig meter hoogte.
Nadoen
Door jarenlange observatie van de dieren is de onderzoeksgroep erin geslaagd aan te tonen dat de jongen toekijken hoe hun moeders nesten maken. Als dat gluren opviel bij de onderzoekers was de jonge mensaap vaker geneigd het bouwen daarna zelf ook te gaan oefenen. Als de jongere daarentegen niet oplette, volgden ze vaak niet haar voorbeeld. Toekijkende jonkies toonden bovendien vaak speciale interesse in de moeilijke stukken van het nestbouwen zoals het toevoegen van comfortabele dunne takjes of het bouwen tussen bomen. Naarmate de jongen ouder werden begonnen ze andere soortgenoten meer als rolmodel te beschouwen.
Onderzoeker Caroline Schuppli van het Max Planck Instituut zegt daarover:
“Net als bij menselijke pubers zijn ze bezig met het vinden van hun eigen weg. Als ze opgroeien neemt de mate waarin ze naar anderen kijken toe en beginnen ze te experimenteren met de boomsoorten die ze anderen zien gebruiken.” Het gevolg: meer kennis en technieken om een nest te bouwen. Dit suggereert dat zowel het ‘hoe’ als het ‘waarmee’ te bouwen gemeenschappelijk wordt geleerd.
Cultuur
Toch gaan uiteindelijk veel orang-oetans terug naar het nestmateriaal dat hun moeder gebruikte. Waarom dit zo is, kunnen de onderzoekers niet met zekerheid zeggen. Mogelijk zien ze in dat de methode van hun moeder toch de beste is. Het lijkt erop dat nesten bouwen een aangeleerde vaardigheid is en daarmee een culturele eigenschap. Net als bij mensen is het daarmee een cultuur die verloren kan gaan als hun leefomgeving onvoldoende beschermd wordt.


