En dat is niet alleen gevaarlijk voor het kind, dit zal tevens een groot obstakel vormen voor de beoogde circulaire economie.

Kinderen laten spelen met afgedankt plastic speelgoed, bijvoorbeeld gekocht in een tweedehandswinkel, kan gezondheidsrisico’s met zich meebrengen. Dat blijkt uit een nieuwe studie, gepubliceerd in het vakblad Journal of Hazardous Materials Advances. Toen onderzoekers oud speelgoed en plastic verkleedartikelen aan een nadere inspectie onderwierpen, bleek dat in meer dan 80 procent ervan giftige stoffen verborgen zaten. “Dit speelgoed moet echt worden vermeden, kinderen zouden hier niet mee moeten spelen,” benadrukt onderzoeker Bethanie Almroth in gesprek Scientias.nl.

Wegwerpmaatschappij
De onderzoekers begonnen de studie met een simpele vraag. We leven momenteel in een zogenoemde wegwerpmaatschappij. Veel producten worden geproduceerd met als doel ze slechts tijdelijk te gebruiken, alvorens ze weer weg te gooien. Dit wordt echter gezien als verspilling van eindige hulpbronnen. Maar verandering is in aantocht. In 2021 heeft het Europees Parlement namelijk een actieplan voor de circulaire economie opgesteld. Dit EU-Actieplan stimuleert hergebruik, reparatie en recycling van producten en materialen. Dit deed bij de onderzoeksgroep echter een prangende vraag rijzen. Want zijn alle producten eigenlijk wel goed herbruikbaar?

Studie
Om die vraag te beantwoorden, boog Almroth zich samen met haar collega’s over 157 verschillende soorten speelgoed – zowel oude speelgoedartikelen, daterend van vóór 2009 en nieuw speelgoed, aangeschaft na 2014 – en onderzochten de chemische samenstelling. Het leidt tot een verontrustende ontdekking. 84 procent van het oude speelgoed en plastic verkleedartikelen bleek namelijk gevaarlijke hoeveelheden chemicaliën te bevatten die de huidige wettelijke limieten overschrijden. 30 procent van het nieuwere speelgoed bleek bovendien ook deze wettelijke limieten te schenden, al was het oudere speelgoed aanzienlijk gevaarlijker.

Veel van het oudere speelgoed bevatte gifstoffen. Afbeelding: University of Gothenburg

“Bij het oudere speelgoed waren de concentraties giftige stoffen significant hoger,” vertelt Almroth. “Veel oude ballen blijken bijvoorbeeld concentraties ftalaten te bevatten die verantwoordelijk zijn voor meer dan 40 procent van het gewicht van het speelgoed. Dat is 400 keer meer dan wettelijk is toegestaan.”

De speelgoedrichtlijn
De zogenoemde speelgoedrichtlijn handelt over de veiligheid van speelgoed. De richtlijn regelt – in een poging de gezondheid en veiligheid van kinderen te waarborgen – onder andere de toegestane hoeveelheden chemische stoffen die een speelgoedproduct mag bevatten. Momenteel zijn de toegestane grenswaarden voor nieuw speelgoed 0,1 gewichtsprocent voor ftalaten en 0,15 gewichtsprocent voor gechloreerde paraffines met een korte keten.

De onderzoekers ontdekten in het bestudeerde speelgoed verschillende giftige stoffen, waaronder dus hoge concentraties ftalaten – die gebruikt worden als plastic weekmakers – maar ook gechloreerde paraffines met een korte keten – die een vlamvertragende werking hebben. “We weten dat dergelijke stoffen in kinderlichamen terecht kunnen komen en in verband kunnen worden gebracht met verscheidende gezondheidsrisico’s,” zegt Almroth.

Gezondheidsrisico’s
Almroth vindt de ontdekking van deze stoffen in het speelgoed zorgelijk. “Dit zijn chemicaliën waarvan bekend is dat ze giftig zijn,” onderstreept ze. “Toch vinden we ze terug in producten voor kinderen. En dat terwijl kinderen kwetsbaar zijn voor blootstelling, deels vanwege hun lagere lichaamsgewicht, maar ook omdat ze zich nog aan het ontwikkelen zijn.” Veel giftige chemicaliën kunnen de gezondheid beïnvloeden en bijvoorbeeld de groei, ontwikkeling en reproductieve capaciteiten verstoren. “De stoffen kunnen invloed hebben op het hormoonsysteem, waaronder oestrogeen, testosteron en schildklierhormonen,” somt Almroth op. “Ze kunnen ook giftig zijn voor zenuwcellen, de lever en nieren. Blootstelling kan het risico op kanker, obesitas, diabetes en allergieën verhogen.”

Circulaire economie
De studie bewijst dat we er niet klakkeloos vanuit kunnen gaan dat hergebruik en recycling in alle gevallen gewenst is. De transitie naar een circulaire economie vereist verboden en andere beleidsmaatregelen die gevaarlijke chemicaliën uit plastic en andere materialen verwijderen. “We moeten ervoor zorgen dat producten die we willen hergebruiken of recyclen, veilig zijn,” onderstreept Almroth. “Om de materialen circulair te maken, moeten eerst de giftige chemicaliën uit de producten gehaald worden.”

Bedreiging
Maar, zo benadrukt Almroth, “chemicaliën in alledaagse producten vormen een veel grotere bedreiging dan alleen in de context van de circulaire economie. Kunststoffen en chemicaliën worden tegenwoordig in grote hoeveelheden geproduceerd, grotendeels op ongereguleerde manieren. Dit betekent dat ze de functies van de aarde en de veilige leefomgeving van de mens destabiliseren. We zijn niet langer in staat de risico’s te beheersen en de schade die deze chemicaliën aan mens en milieu toebrengen, te beperken. Chemicaliën en kunststoffen kunnen gedurende hun hele levenscyclus schade veroorzaken.”

Aangescherpte regels
Om met deze chemicaliën af te rekenen, zou er volgens de onderzoeker dan ook vooral beleidsmatig iets moeten veranderen. “Beleidswijzigingen en wettelijke kaders kunnen helpen,” zegt ze. “Het nieuwe speelgoed dat we analyseerden bevatte bijvoorbeeld veel lagere concentraties gevaarlijke stoffen, of zelfs helemaal niets. En dat laat zien dat aangescherpte regels werken. We moeten er nu alleen ook voor zorgen dat deze chemicaliën niet worden vervangen door andere stoffen die ook giftig zijn. De chemicaliën en producten die op de markt komen, zouden simpelweg veilig moeten zijn voor gebruik en hergebruik.”

Hoe kan het nieuwe speelgoed alsnog in mate giftige stoffen bevatten?
Dat zelfs het nieuwere speelgoed – dat moet voldoen aan de huidige speelgoedrichtlijn – niet vrij is van giftige chemicaliën, heeft te maken met de complexe productieketens, zo legt Almroth uit. “Het ruwe plastic wordt bijvoorbeeld geproduceerd door het ene bedrijf en het speelgoed door het andere. In dit proces worden vervolgens veel chemicaliën toegevoegd om het speelgoed de gewenste eigenschappen te geven, denk bijvoorbeeld aan flexibiliteit, zachtheid en kleur. Al deze chemische mengsels kunnen door weer een ander bedrijf zijn geproduceerd terwijl een laatste firma betrokken is bij het verpakken van het speelgoed. Dit maakt het ingewikkeld; er is weinig transparantie in de productieketens. De bedrijven die later in de keten aan zet komen, weten vaak niet wat anderen in de materialen hebben opgenomen. Dit onderstreept de noodzaak van meer transparantie.”

Toch is dat helaas niet zo gemakkelijk te bewerkstelligen. Dat komt voornamelijk omdat van veel chemicaliën niet precies bekend is in hoeverre ze (on)gevaarlijk zijn. We weten dat plastic duizenden chemicaliën kan bevatten, waarvan vele potentieel schadelijk zijn, maar het is tot op heden nog niet gelukt de effecten precies in kaart te brengen. “Er worden 10.000 verschillende chemicaliën gebruikt bij de productie van kunststoffen en wereldwijd zijn er 350.000 chemicaliën geregistreerd voor productie,” vertelt Almroth. “Er bestaan nog veel kennislacunes over het gebruik en de veiligheid van deze chemicaliën, wat duidelijk een belemmering vormt voor duurzame ontwikkeling en circulaire economieën.” Volgens de onderzoeker zit er dan eigenlijk ook maar één ding op. “We hebben meer transparantie nodig over chemicaliën en betere regelgeving om de veiligheid te waarborgen,” besluit ze.