Het lijkt wel of het nooit meer stopt: een aardbeving in Nieuw-Zeeland die in januari begon, is nu nog steeds bezig. Dat melden wetenschappers.
De Nieuw-Zeelandse beving wordt ook wel een ‘stille aardbeving’ genoemd. Hoewel er bij de beving ongeveer evenveel energie vrijkomt als bij een beving met een kracht van 7 op de Schaal van Richter, voelen de Nieuw-Zeelanders er niets van. Dat komt, omdat de energie over een hele lange periode en dus heel traag vrijkomt. Bij een ‘normale’ beving, komt diezelfde hoeveelheid energie vaak in een periode van enkele seconden vrij en zijn de gevolgen dus goed voelbaar en vaak heftig.
Wellington
De supertrage, Nieuw-Zeelandse beving vindt ten westen van Wellington plaats, op zo’n veertig kilometer diepte. Opvallend genoeg komt de trage beving niet echt als een verrassing: in 2003 en 2008 vond hier ook al zo’n trage beving plaats. Weer vijf jaar later – in 2013 – herhaalt de geschiedenis zich.
Nog enkele maanden actief
De beving startte in januari en is nog steeds bezig, zo melden Nieuw-Zeelandse onderzoekers. Maar hoe lang gaat deze nog door? De wetenschappers verwachten dat deze nog zeker enkele maanden actief zal zijn.
Zoals gezegd voelen de Nieuw-Zeelanders daar niets van. Waarom zouden we ons dan ook druk maken over deze bevingen? Wetenschappers wijzen erop dat dergelijke trage bevingen vaak op elkaar, maar ook op ‘gewone’ (voelbare) bevingen reageren. Zo zijn er heel wat gevallen bekend waarin een voelbare beving vergezeld ging of zelfs veroorzaakt werd door zo’n supertrage beving. Een andere reden om deze trage bevingen goed in de gaten te houden, is dat ze ons iets kunnen vertellen over de kans dat een gebied getroffen wordt door een zware beving. Een subductiezone gedraagt zich namelijk niet overal op dezelfde manier: sommige delen zitten bijvoorbeeld ‘op slot’: ze bewegen alleen als er een aardbeving is. Terwijl in andere gebieden de platen voortdurend bewegen, zonder dat daarbij bevingen ontstaan. De trage bevingen ontstaan op de overgangsgebieden tussen gebieden die vrij bewegen en op slot zitten. Het is dus heel belangrijk om die plekken op te zoeken en te achterhalen hoe elk deel van de subductiezone zich gedraagt en waar de druk – en dus de kans op een beving – het grootst is.