Bij Chinese koppels van wie het bloed in de maanden voor de conceptie werd geprikt, kwamen aangeboren afwijkingen minder vaak voor naarmate beide ouders meer vitamine B12 in hun bloed hadden. Ook bij de vaders was dat het geval.
Vrouwen krijgen al lang het advies om foliumzuur te slikken wanneer ze zwanger willen worden. Voor mannen is er geen vergelijkbaar advies. Onderzoekers uit Shanghai wilden weten of daar verandering in moet komen. Daarom prikten ze bloed bij 3.032 koppels in de vier maanden voor de bevruchting en keken ze later hoe de zwangerschappen verliepen. Ook was er een tweede groep van 17.765 vrouwen bij wie het bloed pas tijdens de eerste vier maanden van de zwangerschap werd afgenomen.
Daarbij keken ze niet alleen naar foliumzuur. “Onze studie breidt het onderzoek naar vitamine B12 bij ouders, en dan vooral bij vaders, uit naar de periode voor de conceptie”, vertelt Guoying Huang, hoogleraar kindergeneeskunde aan het kinderziekenhuis van de Fudan-universiteit in Shanghai en een van de auteurs van de studie.
Wat een zaadcel meebrengt
Een zaadcel is klein en levert weinig meer dan een set genen. Toch zit er meer in dan genen alleen. Op het DNA zitten chemische markeringen die mee bepalen welke genen straks worden afgelezen en welke niet. Het DNA is bovendien opgerold rond eiwitten die ook zulke markeringen dragen. Er reizen ook kleine stukjes RNA mee, moleculen die de activiteit van genen kunnen bijsturen. Samen vormt dat een soort gebruiksaanwijzing boven op de meegeleverde code.
“Vitamine B12 ondersteunt de zogeheten eenkoolstofstofwisseling, die betrokken is bij de aanmaak van DNA en bij de productie van methylgroepen (de chemische vlaggetjes die bij genregulatie worden gebruikt, red.)”, zegt Huang.
Verschillen in het voedingspatroon tijdens de aanmaak van zaadcellen zouden die vlaggetjes kunnen beïnvloeden. Het experimentele bewijs komt voorlopig vooral van muizen die te weinig foliumzuur kregen. “Die bevindingen leveren biologische plausibiliteit, maar tonen niet aan dat een lage B12-waarde bij de vader geboorteafwijkingen veroorzaakt”, nuanceert Huang. “Voor B12 bij mensen ontbreekt het mechanistische bewijs nog.”
Leestip: Hoge dosis vitamine D tijdens zwangerschap blijkt gelinkt aan beter geheugen bij kinderen
Drie maanden op voorhand
De onderzoekers prikten het bloed voor de conceptie omdat de aanmaak en rijping van zaadcellen ongeveer drie maanden duurt. Ook hier plaatst Huang een kanttekening. “We hebben de kwaliteit van de zaadcellen niet gemeten en de chemische markeringen evenmin. We kunnen dus geen geschikte duur voor supplementen bepalen. Het voorgestelde mechanisme blijft speculatief.”
73 gevallen
Onder de 3.032 koppels waren er 73 zwangerschappen met een medisch bevestigde aangeboren afwijking. Dat is ongeveer 2,4 procent.
Met zo weinig gevallen wordt elke deelgroep klein en dus onzeker. De onderzoekers geven daarom niet één cijfer, maar een marge. Bij vaders met een B12-waarde onder de 148 picomol per liter, de laagste categorie in de studie, kwam de berekende prevalentie uit op 55,5 per 1.000 zwangerschappen, met een onzekerheidsmarge die loopt van 37,2 tot 82,0. In de categorie van 295 tot 443 picomol per liter was dat 19,3 per 1.000, met een marge van 13,1 tot 28,3.
“Met slechts 73 gevallen was de precisie beperkt, vooral bij zeer lage of zeer hoge B12-waarden”, zegt Huang.
Geen drempel en geen doelwaarde
De voor de hand liggende vervolgvraag: vanaf welke waarde wordt het riskant, en vanaf wanneer voegt extra B12 niets meer toe? Daar heeft de studie geen antwoord op.
“We hebben geen betrouwbare drempel gevonden waaronder het risico duidelijk stijgt of waarboven het verband duidelijk afvlakt”, zegt Huang. Wel zag het patroon er bij beide ouders anders uit: bij de moeders liep de daling geleidelijker door naar hogere waarden, bij de vaders vlakte ze eerder af. “De steekproef was niet precies genoeg om die patronen om te zetten in een betrouwbare afkapwaarde of streefwaarde.”
Er is ook geen dosis of bloedwaarde aan te wijzen waarboven supplementen schadelijk worden, simpelweg omdat er niets werd toegediend en niets werd getest. “Voor B12 bestaat geen vastgestelde bovengrens en de kans op giftigheid wordt laag geacht”, zegt Huang. “Maar dat betekent niet dat onnodig hoge doses nuttig zijn, of dat mensen naar de hoogst mogelijke bloedwaarde zouden moeten streven.”
Nog geen reden om supplementen te slikken
Moet de aanstaande vader nu iets slikken? Nee, zegt Huang zelf. “Niet op basis van deze studie alleen. We zouden niet elke aanstaande vader B12-supplementen aanraden om geboorteafwijkingen te voorkomen.”
Wat hij wel voorstelt, is het gesprek breder maken. Nu zit de vrouw doorgaans alleen bij de arts als het over kinderwens en voeding gaat. “Voor koppels met een kinderwens is de praktische stap om beide partners te betrekken bij een gesprek over voeding en gezondheid voor de conceptie.” Mannen met een eenzijdig dieet, een vermoed tekort of een opnameprobleem hebben daar sowieso al reden toe, los van deze studie.
En wat is voorbarig? “Zonder bewijs uit interventiestudies zou het te vroeg zijn om B12-supplementen of B12-tests aan iedereen aan te raden, een dosis of streefwaarde te noemen, of een bepaalde daling van het aantal geboorteafwijkingen te beloven.”
Voor vegetariërs en veganisten, bij wie een tekort vaker voorkomt omdat B12 vrijwel uitsluitend uit dierlijke producten komt, geldt hetzelfde voorbehoud. De studie mat wel bloedwaarden, maar registreerde niet wat de deelnemers aten. “We konden niet nagaan of vegetarische of veganistische ouders vaker geboorteafwijkingen hadden.” Los daarvan blijft het bestaande advies onveranderd: wie weinig of geen dierlijke producten eet, heeft een betrouwbare bron nodig, via verrijkte voeding of supplementen.
Wil je niets van Scientias missen? Voeg Scientias toe als voorkeursbron op Google dan zie je al onze verhalen!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

