Mosdiertjes zijn overal op aarde te vinden. Het zijn piepkleine koloniale beestjes die op stenen, wieren, schelpen en meer vasthechten in dunne matjes of vertakte struikjes. Ze zijn al honderden miljoenen jaren een vaste waarde in de oceanen, maar tot nu toe was niet bekend hoe ze zijn ontstaan.
Laten we even zo’n 530 miljoen jaar terugspoelen. Toen vond een van de belangrijkste gebeurtenissen plaats in de geschiedenis van het leven: de Cambrische explosie. In een relatief korte periode verschenen toen plotseling de voorouders van zowat alle grote diergroepen die we vandaag de dag kennen. Allemaal, behalve één.
De mosdiertjes bleven in het fossielenarchief uit die tijd lang onvindbaar. Hun oudste fossielen duiken pas vijftig miljoen jaar later op, in een periode die het Ordovicium heet. Stamboomonderzoek op basis van DNA en hun anatomie voorspelden nochtans dat ze er in het Cambrium ook moesten zijn geweest.
Half miljard jaar oud spierweefsel
Onderzoekers denken nu dat ze een verklaring hebben. In een studie in het vakblad Nature worden opmerkelijke fossielen uit de Xiannüdong-formatie beschreven, een rotsformatie in de Chinese provincie Shaanxi. Ze zijn ongeveer 520 miljoen jaar oud, dus midden in het Cambrium. Dat is lang voordat er planten op het land groeiden. Het leven zat in die periode nog grotendeels in de oceanen.
De vondst omvat twee soorten. Protomelission gatehousei was al bekend, maar over zijn identiteit werd lang getwijfeld; sommige onderzoekers vermoedden dat het om een groene alg ging in plaats van een dier. De tweede, Dayingomelission hexaclitia, is gloednieuw en is wel degelijk een mosdiertje.
Leestip: Nieuw gevonden fossielen tonen dat complexe dieren al vóór de Cambrische explosie bestonden
Wat de fossielen uitzonderlijk maakt, is vooral hun bewaringstoestand. Normaal verdwijnen weke delen binnen enkele dagen na de dood; alleen harde structuren zoals skeletten en schelpen overleven miljoenen jaren. Hier echter zijn de zachte weefsels versteend door fosfaatmineralisatie. Dat is een uitzonderlijk proces waarbij minerale stoffen de plaats innemen van organisch materiaal voordat het kan vergaan. De onderzoekers zagen in deze fossielen vliesachtige zakjes, kenmerkende uitsteeksels en zelfs individuele spiervezels. Spierweefsel van een half miljard jaar oud dus.
De zeshoekige, modulaire opbouw van de kolonie is de typische bouwsteenstructuur van mosdiertjes. Samen met de inwendige anatomie laat dat volgens de auteurs weinig ruimte voor twijfel: het gaat hier wel degelijk om het oudste fossiel van mosdiertjes dat tot nu toe is gevonden.
Nog vroeger dan gedacht
Deze fossielen zijn niet primitief; ze horen al bij een vrij gevorderde tak van de stamboom van mosdiertjes. Dat betekent dat de splitsing in verschillende takken toen al moest hebben plaatsgevonden en dus dat de oorsprong van de hele groep wellicht nog verder terug ligt, mogelijk in het Ediacarium, de periode net voor de Cambrische explosie.
De auteurs vermoeden dat ze tot nu toe onontdekt bleven door hun leefomgeving. De meeste beroemde vindplaatsen voor fossielen van de Cambrische explosie met goed bewaarde weke delen liggen in wat ooit diep water was. Mosdiertjes hielden zich daarentegen op in ondiepe rifomgevingen. Op zulke plekken is het veel moeilijker om te fossiliseren.
Het samenleven in kolonies blijkt dus geen latere uitvinding van de evolutie. Deze aanpassing was er vanaf het begin bij.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook ‘Goldilocks-zone’: de Cambrische explosie ging volledig los in de Grand Canyon en Oudste evolutionaire wapenwedloop ooit ontdekt: motor achter Cambrische explosie. Of lees dit artikel: Rood vlees was ooit cruciaal voor de evolutie van de mens, maar nu keert het zich tegen ons.
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:


